Ik was het al bijna vergeten, in april is hier een ook een TV-ploeg geweest van de reeks ‘Vu Du Ciel’ van Yann Arthus-Bertrand. Ja, dezelfde als van de schitterende film ‘Home’. Ze kwamen hier langs voor reportage voor de aflevering met als titel ‘la fin du pétrole’. Daarin zal Yann Arthus-Bertrand het probleem van olie en piekolie uit de doeken doen, en een paar voorbeelden tonen van hoe we het met minder olie kunnen doen.
Een franstalig lezer heeft me erop gewezen dat nu dinsdag de reeks te zien is op RTBF (la Une), en de dag erna op France 3. (en volgens de mensen die toen bij mij zijn komen filmen wordt dit in tientallen landen uitgezonden) Als mijn vroegere leraars Frans de uitzending zullen zien vermoed ik toch enig wenkbrauwgefrons. Een interview in het Frans is niet mijn lievelingsactiviteit. Wie wil nagaan of mijn Frans beter is dan dat van Paul Marchal kan alvast een stukje van de reportage zien op de deze site.
Vandaag staat heel de dag in teken van Ecologie en Theater. Deze voormiddag ben ik te gast op een studiedag van het Vlaams Theater Instituut waar zo’n 160 mensen uit de podiumsector samen komen om na te denken over de vergroening van het theater. Er zijn debatten en een heleboel workshop, en de dag wordt afgesloten met een … ecologische theatervoorstelling.
Niet alleen acteurs en artiesten zetten hun beste voetje voor. Ook jongeren laten van zich horen. Zo kreeg ik een oproep in mijn mailbox van een groep jongeren die naar Kopenhagen willen fietsen met een Go-cart. Een redelijk onhaalbaar plan, dus dit verdient mijn volle steun. Op zaterdag 21 november willen ze vertrekken om aan te komen op zaterdag 12 december. Er zijn nog een paar problemen zo is de groep nog op zoek naar een geschikte go-cart en naar extra trappers of mensen die een stuk van de route willen afleggen. Wie kan helpen mag contact opnemen met: Koen, Lieselot, Tine en Johan die te bereiken op 0499/297987. Via facebook zijn ze ook te vinden.
Zoals zovelen heb ik als kind vol bewondering zitten toekijken naar de kunsten van dolfijnen en zeehonden in shows. Meer nog, ik heb mijn kinderen ook al eens meegenomen naar zo’n spektakel, in de veronderstelling dat bewondering voor deze dieren ook kan omgezet worden in engagement voor de natuur. Jammer genoeg is het verhaal achter de dolfijnenshows minder vrolijk. De film ‘The Cove’ die nu in de zalen komt, toont het redelijke schokkende verhaal achter deze miljarden industrie. Voor elke dolfijn die kunsten opvoert voor ons vermaak zijn er honderden anderen afgeslacht en verwerkt tot voedsel. Ik betwijfel niet dat dolfijnen in de Zoo en in het Boudewijnpark met de beste zorgen worden omringd, maar onrechtstreeks dragen deze parken bij tot de bloedige jacht op dolfijnen.
In de film gaat Richard O’Barry die ooit de trainer was van Flipper (jaja, vond ik als kind ook geweldig), op zoek naar de keerzijde van de dolfijnenmedaille. De trailer hieronder toont dat het niet makkelijk was om deze ongemakkelijke waarheid te onthullen. Respect dus voor de filmmakers die erin geslaagd zijn deze wantoestanden aan de kaak te stellen. En wie plannen heeft om (bijvoorbeeld in de kerstvakantie) met de kinderen naar een dolfijnenpark te gaan is er nu een alternatief: naar de bioscoop om The Cove te bekijken. Het lijstje van mogelijke film voor een tweede Groene Loper festival wordt in elk geval steeds maar langer…
Het filmpje hierboven vertelt het verhaal van hoe een simpel idee een enorme impact kan hebben. Estland had namelijk heel lang te kampen met een gigantisch afvalprobleem. Voor veel mensen was het gewoon om de vrije natuur te beschouwen als één grote vuilnisbelt. Omdat er op de duur zoveel afval lag, voelde niemand er zich nog verantwoordelijk voor. Ook de overheid zag geen oplossing voor het probleem.
Tot enkele mensen gewoon een plan maakten om het afval, verspreid over meer 10 000 plaatsen op te ruimen. Met gebruik van internet, google maps, BE’s (bekende Estonians) en massamedia werden uiteindelijk 50 000 mensen gemobiliseerd om op 1 dag tijd het afval op te ruimen. Zoals je in het filmpje kan zien is daarvoor gewerkt met de goodwill van bedrijven, individuen en overheden met een onverwachte mobilisatie tot gevolg. Zoiets doet toch dromen niet?
Of zoals Rudy Dhont zegt in het boek ‘Designing Change’ (waar ook het voorbeeld uit Estland aan bod komt): Misschien dat één mens het verschil niet kan maken, maar met drie moeten we toch al aardig in de buurt komen.
Vandaag begint het eerste groene filmfestival van ons land. Met de groene loper werken een hele reeks organisaties samen om een week lang boeiende ecologische en maatschappelijke films te vertonen. Er staan heel wat interessante prenten op het programma. Jammer genoeg zal ik er zelf niet bij kunnen zijn, want ook deze week zijn er zes voorstellingen van Tegen De Lamp. De reeks begint trouwens goed op te schieten, nog 13 voorstellingen te gaan, en dan is het onherroepelijk gedaan. Wie de voorstelling alsnog wil zien moet zich stilaan gaan reppen.
Morgen start ook de voedseltop in Rome, een internationale conferentie die het schandaal van de honger moet aanpakken. Maar net als voor de top in Kopenhagen zijn de vooruitzichten niet zo gunstig. Het zijn vooral de rijke landen die zich niet willen engageren, voor de simpele eis om de honger uit de wereld te bannen tegen 2025. Ook een eerder gemaakt belofte om dit jaar 20 miljoen dollar te investeren om de ergste noden te lenigen staat nu weer op de helling. Wie denkt dat dit veel geld moet ook weten dat eind dit jaar de banken enkel in Wall street 30 miljard dollar zullen uitkeren aan bonussen voor hun top personeel. Het is soms moeilijk om niet moedeloos of cynisch te worden bij dat soort berichten.
Toch weiger ik me helemaal machteloos te voelen. Ik heb alvast de petitie van Avaaz tekenen om onze leiders onder druk te zetten. Ik steun 11-11-11 in hun werk en probeer in mijn dagelijks leven te doen wat ik kan. Of het zal voldoende zijn is zeer de vraag, maar ik vind het nog altijd makkelijker om te proberen te wereld te veranderen dan om vrede te nemen met de huidige toestand.
Voor de voorstelling in Schoten ben ik langs geweest bij ’ Vita et Pax’, een secundaire school in Schoten. Ik kreeg twee lesuren om mijn verhaal te doen aan de leerlingen van het vierde jaar. Bij het fietstochtje naar de school werd me al duidelijk wat voor leerlingen ik zou voorgeschoteld krijgen. Grote bosrijke domeinen met uit de kluiten gewassen villa’s, goed afgeschermd van de buitenwereld.
De leerkrachten vertelden me op voorhand dat dit geen doorsnee leerlingen zijn. Een aantal van hen krijgt op hun 18de een terreinwagen cadeau (voor de veiligheid uiteraard). Een aantal onder hen hebben thuis een verwarmd zwembad. Toen men vanuit de school vorig jaar aan leerlingen vroeg om de ecologische voetafdruk te berekenen bleek dat een aantal ouders niet wilden meewerken. Doorgeven hoeveel energie ze verbruiken of hoe vaak ze het vliegtuig nemen is een” schending van de privacy”. Het zal ook wel toeval geweest zijn dat ik in de groep van een zestigtal leerlingen op het eerste zicht geen allochtonen zag.
Ik ben gestart met een poging om duidelijk te maken hoeveel geluk deze jongens en meisjes wel hebben. Ik vroeg hen of ze een idee hadden hoe rijk ze waren. Iemand dacht bij de 20% rijksten, iemand anders dacht eerder bij de 10% rijksten. Aangezien je met een maandinkomen van 3000 euro netto bij de 1% rijksten van de wereld bent zal dit voor de meesten uit de groep eerder zoiets zijn. Dan legde ik ze uit waarom ze ook dikke pech hebben. Ze zijn de generatie die geconfronteerd zullen worden met de gevolgen van de opwarming van de aarde, met de gevolgen van piek-olie, misschien wel de eerste generatie die het met minder zal moeten doen dan hun ouders. De reacties op mijn verhaal waren gemengd. Een aantal maakten duidelijk dat ze niet geïnteresseerd waren, anderen waren oprecht geboeid. Bij het thema vliegen was er heel wat weerstand. Het idee dat er beperkingen zouden opgelegd worden aan het aantal vliegreizen omwille van milieuredenen leek hen onrechtvaardig. Tja, de spanning tussen eigenbelang en algemeen belang zeker.
Zelf vind ik dit ook niet eenvoudig. Dit zijn jongeren die opgevoed zijn in (materiële) weelde, die alle kansen krijgen op een goede vorming, die nu al ongeveer zeker zijn dat ze zich nooit financiële zorgen zullen moeten maken in hun leven. Hoewel ze profiteren van de ongelijke verdeling in de wereld zijn zij er niet persoonlijk verantwoordelijk voor. Hoe kan je hen duidelijk maken dat ook zij deel zijn van een globaal ecosysteem, dat hun handelen een impact heeft en dat ook zij kwetsbaar zijn als het systeem crasht . Ik maak me niet te veel illusies, maar een meisje vertelde achteraf dat ze een lijstje punten had die ze met haar ouders wou bespreken. Dus hoop dat ik maar dat haar ouders de bezorgdheid van de dochter au serieus nemen, en ze niet afschepen met wat geruststellende woorden dat zij zich geen zorgen moeten maken.
De belangrijkste tip die ik ze kon meegeven is uiteindelijk: wordt niet te rijk, want hoe rijker mensen worden hoe groter hun ecologische voetafdruk…
In onze reeks goede ideeën voor de toekomst: de melkautomaat.
In tijden dat melk over de velden wordt gesproeid en boeren geen ernstige prijs krijgen voor hun melk is thuisverkoop een interessant alternatief. Alleen is het voor de landbouwbedrijven niet evident om ruimte en personeel vrij te maken om melk aan de consument te verkopen. In die zin is de Melk-automaat een zeer goed alternatief. Het gaat om een eenvoudig principe, waarbij er verse gekoelde melk gewoon kan afgetapt worden aan de automaat. Aangezien de consument zelf zijn eigen fles of bokaal moet meebrengen is dit meteen ook een afvalvriendelijk alternatief. Zo’n automaat zal dan wel wat energie verbruiken maar melk uitrijden op de velden vraagt ook brandstof. Dus joepie voor de 50 automaten die nu her en der in het land aanwezig zijn.
Maar wat blijkt nu, er zijn maatregelen op komst om dergelijke automaten aan banden te leggen, want blijkbaar bestaan er ergens wetten over het ijken van toestellen die gekoelde dranken verkopen en zouden de huidige modellen niet ijkbaar zijn. Twee organisaties: Wervel en Voedselteams zijn in actie geschoten om de minister van landbouw te vragen om hier iets aan te doen. Die heeft al geantwoord dat het niet haar bevoegdheid is… Zou het kunnen dat nog maar eens een goed idee gekelderd wordt door administratieve en politieke kortzichtigheid? Verder te volgen op de site van de voedselteams.
Na het lezen van een interessante opinie van Lieven Scheire in de krant over de risico’s van kernenergie heb ik vorig weekend op de boekenbeurs zijn boek gekocht. ‘Wat als de olie op is’ met als veelbelovende ondertitel: ‘ het ultieme boek voor wie energie nodig heeft en ze niet kan missen: de harde feiten, de mythes doorprikt.’
Ik heb het boek ondertussen uitgelezen, en ben toch een beetje teleurgesteld. De auteurs (want het boek is vooral het werk van ingenieur Filip Van Den Abeele), geven een helder overzicht van de herkomst van fossiele bronnen en de mogelijkheden van alternatieven. Tussendoor krijg je wat basisfysica mee en wordt duidelijk gemaakt hoe kernsplitsing en kernfusie werkt. Op zicht nuttige informatie bij elkaar. Het probleem is dat de visie die uit het boek spreekt nogal dubbel is. Soms wordt duidelijk gesteld dat we minder energie zullen moeten gebruiken en dat efficiëntie belangrijk is. Tegelijk lees je het hele boek door dat we eigenlijk niet weten hoeveel energiebronnen er nog zijn, en dat het best wel zal meevallen. Zo zou er volgens de auteurs uiteindelijk nog olie zijn tot 2200! Ook rond kernenergie is het standpunt dubbel, er wordt wel gewezen op de neveneffecten (let op de woordspeling) van het nucleair afval, maar tot twee keer toe wordt kernenergie CO2 neutraal genoemd. Dit is manifest onjuist, want de ontginning van uranium is energie-intensief, net als het transport, de beveiliging, onderhoud van de centrales, opbergen van kernafval enzovoort. Volgens mijn bronnen gaat met de productie van 1 kWH kernenergie een derde van de uitstoot van een conventionele kWh. De bewering dat nieuwe kerncentrales bouwen goedkoop is, klopt natuurlijk ook niet, alle in de steigers staande nieuwe centrales kosten veel meer dan gepland. Toch vreemd dat een boek dat beweert genuanceerd en wetenschappelijk te zijn dit soort informatie niet opneemt. (PS: een recente toevoeging dank zij Wonko; over de piekolie)
Dat er kritische bedenkingen geplaatst worden bij alternatieve energiebronnen, daar kan ik zeker mee leven. De productie van zonnepanelen is milieubelastend, de grote windturbines vragen erg veel materiaal en energie (over de windmolens in de lucht is in het boek niks te lezen). Ik kan me echter niet van de indruk ontdoen dat de auteurs op de vlakte blijven en daardoor de indruk wekken dat er niet echt een energieprobleem is. Het is een beetje zoals met de reclame van Nucleair forum: de indruk wekken van genuanceerd te zijn, maar daardoor het probleem minimaliseren en eigenlijk toch duidelijke partij kiezen.
De conclusie van het boek dat we met creativiteit en intelligentie alle energieproblemen kunnen oplossen is iets te makkelijk. Want als we over zoveel creativiteit en intelligentie beschikken, hoe komt het dan we nu aan razend tempo bezig zijn de planeet te vervuilen en uit te putten.
Dat een boek dat pretendeert wetenschappelijk te zijn geen enkele voetnoot noch bronverwijzing bevat is vreemd. De auteurs zeggen wel dat ze steeds de best mogelijke schatting geven, maar je kan op geen enkele manier nagaan over welke bronnen ze het hebben. Kortom, ik vind Lieven een fantastisch televisiemaker (voor zover ik er al iets van gezien heb), en heb veel bewondering voor zijn inzet, onder andere voor 11.11.11, maar dit boek valt tegen.
Deze voormiddag ga ik deur aan deur postkaarten en fluo-stiftjes verkopen voor 11.11.11. Ik beschouw het een beetje als een burgerplicht – net zoals nog ongeveer 20 000 Vlamingen – om tijdens deze periode van het jaar actief iets te doen.
Tegelijk is dit niet zonder frustratie. Het is ondertussen 30 jaar geleden dat ik voor het eerst in mijn geboortedorp Wingene vergelijkbare kaarten heb verkocht. Ik stel vast dat in die dertig jaar de kloof tussen rijk en arm niet echt kleiner is geworden. Nog steeds hebben meer dan een miljard mensen honger. Wat wel toegenomen is in de die dertig jaar is het aantal mensen met overgewicht. Dat zouden er ondertussen 1,1 miljard zijn. Deze simpele vergelijking sterkt me in de overtuiging dat strijden tegen de armoede niet veel zoden aan de dijk brengt als we niks doen aan de rijkdom. Alle onderzoeken daarover zijn duidelijk: hoe rijker iemand wordt, hoe groter de ecologische voetafdruk. Het gaat dus niet enkel over het verminderen van de armoede, maar nog meer over het eerlijk verdelen van onze voetafdruk. Als wij hier nu overmatig veel gebruiken van de beschikbare grondstoffen en energie, dan gaat dit ten koste van mensen in het Zuiden. Ik vind trouwens dat 11-11-11 en de andere organisaties nog meer moeten inzetten op lobbywerk en structurele veranderingen. Want hoe goed bedoeld ook, het helpen van lokale gemeenschappen met een school of waterput is een ‘end of the pipe’ oplossing.
De campagne dit jaar gaat over waardig werk, en in het filmpje kan je mooi zien hoe de link zit tussen ecologische en sociale aspecten. Zeker bekijken en genieten van Lieven Scheire (morgen meer over het nieuwe boek van Lieven)