Het Low Impact project wordt nogal eens gezien als een project van een individu. Nochtans zijn er heel wat andere mensen en organisaties bij betrokken. Dat moet ook, omdat ik er zeker ben dat milieu- en andere problemen enkel collectief kunnen worden aangepakt. Zo heb ik op die manier de voorbije maanden heel wat nieuwe mensen en ideeën leren kennen. Ik werk mee met het lokale 11.11.11 comitee, kan diensten uitwisselen via de Lets-groep, heb groenten dank zij het Voedselteam, en doe mee met de Transitiegroep van Sint-Amandsberg. Mijn passage bij de volkstuinen was dan wel tijdelijk, maar ik heb er toch ook interessante mensen leren kennen. Daarnaast ben ik lid geworden van Natuurpunt, Netwerk Vlaanderen, Eva en GMF. Ik was op een aantal betogingen, heb meegedaan met de Big Jump en de Big Ask (foto) en dan zijn er nog redelijk wat manifestaties waar ik had willen bij zijn.

De opmerking hierbij is dat dit allemaal tijd kost. Gewoon lid worden van een organisatie (of goede doelen financieel steunen) vraagt niet veel tijd. Nochtans is dit erg belangrijk, groepen als Greenpeace, WWF en Natuurpunt hebben meer invloed als ze veel leden hebben. Die grote bewegingen hebben we echt nodig om politici en bedrijven onder druk te zetten.
Als je dit wil aanvullen met lokaal engagement in verenigingen dan moet je wel wat tijd vrijmaken natuurlijk. En dat brengt je meteen bij de vraag wat doe je met de schaarse tijd die je is gegeven. Mijn keuze om een tijdje niet te werken, en nu om deeltijds te werken bezorgt me in elk geval wat ruimte voor lokaal engagement. Het scheelt misschien een stukje wat inkomen betreft, maar deel zijn van een actief netwerk dat bezig is met zinvolle maatschappelijke thema’s is goud waard. Trouwens, uit onderzoek blijkt dat mensen die actief zijn in het verenigingsleven gelukkiger zijn en langer leven. Als we met zijn allen wat minder gaan werken en ons dan 1 dag per week inzetten voor maatschappelijke doelen, dan zou je nogal eens iets zien!
Gearchiveerd onder: Algemeen | 3 Commentaar »
De meest interessante input kwam ongetwijfeld van Ken Livingston, voormalig burgemeester van London. Hij is niet enkel de man die de ‘congestion tax’ heeft ingevoerd maar ook de stichter van een
Ik wijk een beetje af van de stappen zoals ze in het TV-programma worden gepresenteerd, ook al omdat ze niet allemaal even relevant zijn (zoals op zoek gaan naar de High Impact Man). Even tijd dus voor een belangrijke stap die nog niet aan bod is gekomen: papier.
Als het over verspilling van warm water gaat kennen ze er in Sun Parks wel iets van. Daar kan je buiten zwemmen in verwarmd water terwijl het vriest! Ik heb dit ooit eens gedaan in de natuurlijke warmwaterbronnen van Ijsland (in de tijd dat ik nog eens een vliegtuig nam). Maar om dit hier met fossiele brandstoffen na te bootsen om ons deze ‘kick’ te bezorgen lijkt me niet te verantwoorden.
Het moestuin experiment deze zomer was misschien geen groot succes, maar toch blijf ik een groot voorstander van zelf groenten en kruiden kweken. Op die manier ben je zeker van lokale en seizoensgebonden producten met een lage ecologische voetafdruk (en zonder pesticiden). Door bezig te zijn met planten, aarde en water kan je wat voeling krijgen met de natuur en de seizoenen. En tuinieren bij volkstuinen heeft als bijkomend voordeel dat je een heleboel mensen leert kennen. Dat het bij mij niet zo goed is gelukt heeft vooral de maken met tijdsgebrek. Als je een moestuin wat deftig wil onderhouden moet je er vooral regelmatig aandacht aan besteden. Dus eenmaal ik op pensioen ga waag ik een nieuwe poging. Ondertussen heb ik in huis nog steeds wat kruiden in een bloembak, kweek ik eigen kiemen, en de selder doet het prima in de voormalige gft-bak.
Op een zeer eenvoudige manier kan je hiermee zelf aan de slag. Het zou trouwens wel eens kunnen dat we allemaal weer een beetje tuinier zullen moeten worden, eenmaal het aanbod van goedkope olie afneemt. Want nu is de hele landbouw gebaseerd op goedkope fossiele brandstof voor machines, serres, transport en bemesting en dit zal niet kunnen blijven duren. In Cuba hebben ze noodgedwongen hun landbouw moeten omschakelen toen de goedkope olie uit de voormalige Sovjet-unie wegviel. Gevolg; zowat de helft van de groenten die nodig zijn om de mensen van Havana te voeden worden in de stad zelf gekweekt. In kleine stadstuintjes, op balkons en daken. Als ik een bescheiden tip mag geven: radijsjes zijn een makkelijke teelt om mee te starten. Tips over ecologische tuinieren voor gevorderden kan je onder andere vinden op