Het deed me onwillekeurig denken aan ‘Mission’, de aangrijpende film over de kolonisering van Latijns Amerika. Wie de film heeft gezien kent de scène wel. Ergens in een missiepost komt een afgezant van de Paus langs. Hij moet oordelen of de ‘indianen’ over een ziel beschikken en dus al of niet rechten hebben. De Indiaanse gemeenschap heeft samen met een aantal Spaanse priesters alle mogelijke voorbereidingen getroffen om de afgezant goed te ontvangen. De kinderen vormen een koor en zingen hemelse liederen. De afgezant is onder de indruk (al zullen de Indianen later afgeslacht worden, economische belangen staan op het spel nietwaar).
Terug naar gisteren, vrijdag. Ik ben uitgenodigd door de mensen van het schooltje hier naast het park waar ik woon. De ouders en kinderen willen een stukje van het park gebruiken om hun eigen speelplaats wat uit te breiden. Een speelplaats die bestaat uit steen en hekkens. Vandaag komt de burgemeester op bezoek met zijn schepen van onderwijs. De voorbije maanden hebben leerkrachten, kinderen en ouders dit moment goed voorbereid. Ze hebben onderzoek gedaan, enquête’s gehouden, plannen getekend. Een stuk van de tegels op de speelplaats is weggehaald en een prachtige notenboom is gepland. Vandaag wordt het dossier overhandigd aan de burgemeester. De burgemeester en zijn schepen gaan zitten in ligzetels (een troon is niet meer van deze tijd). De kinderen nemen zelf het woord en zingen een prachtig lied. Ze hebben kleurrijke hoeden aan en zingen vol overtuiging. Het zelfgemaakt lied eindigt met: ‘Burgemeester, kan jij iets voor ons doen’. Zonder sentimenteel te doen, ik krijg een krop in de keel als ik die kleuters hoor met hun oprechte vraag voor een beetje groen. Ik ben niet de enige.
Na afloop geven de kinderen de dossiers af en laten de burgemeester het lint rond de notenboom doorknippen (de pers is erbij). En dan neemt Daniël Termont onverwacht de microfoon. Hij had het dossier al doorgenomen en wist te melden dat de stad bereid is de speelplaats en het park met elkaar te verbinden. Gejuich bij de kinderen, leerkrachten en ouders vallen elkaar in de armen. Een emo-moment zoals ze er op TV geen tonen. Zo simpel kan het zijn, een buurt die samenwerkt en een redelijke vraag stelt. Met resultaat.
En het vervolg van de avond mag er ook zijn. Tegen 19 uur fiets ik naar het depot van het voedselteam. Het is mijn beurt om de mensen te helpen die hun verse lokale groenten en zuivel komen ophalen. Tevreden consumenten en tevreden producenten. Ik sla een babbeltje met een paar mensen en fiets met twee tassen vol vers brood en aardappelen naar een andere afhaalplek. Die van het VOKO, dit is een ‘voedselcollectief’ met als doel gezonde voeding aan betaalbare prijzen ter beschikking te stellen. Ik heb onder andere rijst, granen en poetsproducten besteld.
Het is te veel om mee te nemen met de fiets, maar ik had een afspraakje gemaakt met Debbie via Spullendelen. Ik kan gewoon met haar bakfiets mijn spullen van voedselteam én Voko naar huis brengen. Ondertussen zie ik dat er 10 stropkes op mijn rekening zijn gekomen omdat ik mijn beamer enkele dagen verletst heb. Als ik de bakfiets terugbreng spring ik nog even binnen in het huis dat de stad ter beschikking stelt voor lokale verenigingen. Op de bovenste verdieping zitten een tiental vrouwen duchtig te naaien en te breien. Welkom in Café Rétouché. Ze komen elke twee weken samen om verhalen en ervaring uit te wisselen en ondertussen kleren te maken en te herstellen.
Als ik een half uur en glaasje wijn later naar huis fiets is alles duidelijk. We hoeven nergens op te wachten. Niet op de politiek, niet op de bedrijven, niet op andere mensen. Wie duurzaam en sociaal wil leven kan er meteen aan beginnen. Alles wat we daarvoor nodig hebben is er…
Gearchiveerd onder: Algemeen, Over geluk... | getagged: kinderen, tuin | 6 Commentaar »
