2 mei 2032: nog lang geen einde


Ik heb gisteren alle papieren in orde gebracht voor mijn ‘levenseinde’. Dit klinkt misschien wat onrustwekkend, maar eenmaal de zeventig gepasseerd kan het geen kwaad daar eens over na te denken. Ik heb een wilsverklaring voor gezondheidszorg ingevuld, ondertekend en een exemplaar gegeven aan mijn kinderen en mijn huisarts.  Daarin heb ik aangegeven dat mocht ik slachtoffer zijn van bijvoorbeeld een beroerte en niet meer over mijn beslissingsvermogen beschikken welke medische behandeling ik nog wil. Zo wil ik niet kunstmatig in leven gehouden worden en geen buitensporige behandelingen. Er staan bepalingen in rond wat er te doen staat mocht ik dement worden en nog een en ander dat ik jullie nu wil besparen.

Het is tegenwoordig helemaal niet ongebruikelijk dat oudere mensen dit soort verklaringen opstellen. Er zijn nog steeds verhalen in omloop van mensen die ongeneeselijk ziek waren maar nog lang in leven werden gehouden om er ‘wetenschappelijke’ experimenten op toe te passen. Naast het menselijk leed bracht dit ook grote kosten mee voor de gezondheidszorg, iets wat we ons nu niet meer kunnen permiteren.

Waar twintig jaar geleden het doel van de medische wereld vooral was het leven koste wat kost te verlengen ligt de klemtoon nu op een kwaliteitsvol en meer natuurlijk levenseinde. Zo sterven mensen veel vaker thuis in een vertrouwde omgeving – net zoals baby’s ook bijna steedsthuisgeboren worden. Wie last heeft van ondraagelijke pijnen of om één of andere reden er genoeg van heeft kan nu kiezen voor begeleide vormen van euthanasie. Dat heb ik ook opgenomen in mijn wilsverklaring, bijvoorbeeld mocht ik in een onontkombare coma terecht komen. 

Ik verwacht dat de papieren nog een tijdje in de schuif kunnen blijven liggen, en ik mijn gezondheid is nog prima, wat ouderdomskwaaltjes niet te na gesproken. Met de kinderen heb ik wel eens gesproken over mijn einde. Welke muziek er dan passend zou zijn, onder welke boom in de natuurlijke begraafplaats ik dan liefst zou liggen. Dat soort dingen. Waarbij Adam het niet laat om nog eens te verwijzen naar het hoofdstukje over ‘ecologisch’ sterven in mijn boek van 2008.

De erfeniswetgeving is ook flink veranderd de voorbije jaren. Precies om generatiearmoede en generatierijkdom tegen te gaan is het oude systeem afgeschaft. Behalve een aantal persoonlijke bezittingen gaat de erfenis naar de gemeenschap, die dan kan beslissen hoe dit best kan besteed worden. Zowel huizen als kapitaal gaan dus niet meer automatisch naar de eigen kinderen. Het grote voordeel is dat mensen zich niet meer zo uitsloven om rijkdom te vergaren en dat alle kinderen die geboren worden toch min of meer op gelijke voet kunnen starten.

Met mijn kinderen heb ik al eens gehad over het lijstje spullen die ik wil doorgeven. De vleugelpiano is voor Marieke, die toch een behoorlijk goede pianiste is geworden. De ledlamp die ik gekocht heb in 2009 en het nog steeds prima doet is voor Adam, net als de contrabas die ik nu al 40 jaar bewaar voor mijn Italiaanse vriend Alessio. Maar eerst wil ik nog wat genieten van een mooie oude dag.

30 maart 2032: nog een klein probleempje…


Met veel moeite in inspanningen past de wereld zich aan de nieuwe omstandigheden aan. Voor een aantal problemen zijn we goed op weg om oplossingen te vinden. De ontbossing en overbevissing zijn gestopt, de uitstoot van broeikasgassen daalt jaar na jaar en het nieuwe model van de wereldregering en de wereldreferenda heeft duidelijk voor meer democratie en gelijkheid gezorgd. Toch is nog niet alle onheil afgewend.

Zo is er nog een enorme weg af te leggen om de chemische vervuiling van de voobije 50 jaar weg te werken en zitten we nog met het probleem van het kernafval. Na Fukushima en het nucleair conflict tussen India en China is resoluut gekozen voor de afbouw van kernenergie. Het zal nog een decennium duren voor de allerlaatste kerncentrales dicht zijn. Alleen blijft nu nog het probleem van het nucleair afval. Hoewel de nucleaire sector steeds vertelde dat de hoeveelheden radioactief afval beperkt zijn (weet je nog, een vingerhoedje per persoon per jaar, volgens het nucleair forum) zitten we nu opgescheept met gigantische hoeveelheden zeer gevaarlijk afval.

Er is nu sprake van ongeveer 600 000 kubieke meter hoogradioactief afval en 1,2  miljoen kubieke meter laagradioactief afval. Daar komt nog bij dat alle gesloten centrales ook nog eeuwenlang een bron van mogelijke besmetting blijven en dus bewaakt en afgesloten moeten worden. Vooral de jongere generaties zijn bijzonder verontwaardigd over deze erfenis. Naar schatting nog 240 000 jaar zal dit afval voor grote problemen zorgen, terwijl de mensheid zelf met moeite 200 000 jaar bestaat. Het staat trouwens nu al vast dat er naast de klimaatprocessen ook een reeks nucleaire processen zal komen.

Ondertussen blijven we met het probleem zitten, en alle oude beloftes dat er ooit een oplossing zou gevonden worden voor het afval blijken niet te kloppen. Het plan om via ‘transmutatie’ de levensduur van de isotopen te verminderen zou wel kunnen werken, maar blijkt verschrikkelijk duur te zijn. Het bestaande afval bewerken zou gedurende 20 jaar bijna 25% van het mondiaal inkomen vragen. En dit terwijl er nog heel wat andere noden zijn.  

De eerste pogingen om het afval ondergronds op te slaan hebben grote vertraging opgelopen. Het ambitieuze Onkalo project in Finland is stilgelegd in 2014 toen de financiële crisis het onmogelijk maakte verder te werken. Andere projecten in Nederland en het toenmalige België zijn eveneens ‘on hold’ gezet. Het enige wat nu gebeurt is dat in Mol de bewaking verscherpt is en er een aantal robots ingezet die de vaten permanent controleren. Ondertussen wordt gezocht naar andere oplossingen die op termijn wel betaalbaar zijn.

Ik gegrijp mijn kleinkinderen maar al te goed als ze hun beklag doen over de vorige generaties. Zonder de nucleaire molensteen rond hun nek zagen de toekomstkansen er veel beter uit. Anderzijds helpt klagen ons niet vooruit. Dus moeten we vooral hopen dat er geen ongelukken van komen en we zo snel mogelijk een echte oplossing vinden.

 

4 januari 2032: de cijfers


Sinds ik in 2008 gestart ben met mijn Low Impact projectje hou ik nog steeds mijn meterstanden bij. Nu ook 2031 achter de rug kan het misschien interessant zijn de nieuwste cijfers even te vergelijken met 2010. Er is wel een verandering in de gezinssituatie. Toen had ik een gezin van 2 personen, namelijk mezelf en 2 halftijdse kinderen, nu leef ik alleen in mijn strobalen huisje, al zorg ik wel een dag per week voor de kleinkinderen hier.

Water. In 2010 was het gebruik bij mij precies 16,4 liter kraantjeswater per persoon per dag. Ongeveer 15 % van het toenmalige gebruik van de toenmalige gemiddelde Belg. Zoals de gemiddelde Belg nu niet meer bestaat heb ik eigenlijk geen waterverbruik meer.  Alle water dat ik nu gebruik is regenwater dat gefilterd wordt tot drinkwater kwaliteit en achteraf gezuiverd teruggegeven wordt aan de natuur. Aangezien echter we in juli dit jaar een lange periode van droogte hadden heb ik gedurende een tweetal weken water gekocht in 5 hervulbare liter bidons. Goed voor in totaal 50 liter aangekocht drinkwater. Of 0,13 liter per dag.

Elektriciteit.  Mijn verbruik is nu bijna twee keer zo hoog als in 2012. Dit jaar 344 kWH en in 2010 slechts 193 kWh groene stroom gebruikt. Aangezien deze stroom van mijn 2 eigen zonnepanelen komt ben ik niet aangesloten op het net (zoals bijna de helft van de huishoudens tegenwoordig). Het verbruik is iets hoger omdat ik nu elektrisch kook en er ook wat energie nodig is voor de waterzuivering. Maar voor mijn klimaatrantsoen heb ik geen CO2 uitstoot met mijn elektriciteitsgebruik.

Gas. In 2010 had ik nog een gasverbruik van 537 m³ (of 6825 kWh), dit is nu tot nul gereduceerd.

Pellets. In 2010 gebruikte ik zo’n 650 kilogram pellets voor de verwarming. Door de verhuis naar het strobalenhuis dat veel kleiner is en zeer goed geïsoleerd gebruik ik nu nog 150 kilogram voor een volledig jaar. In tegenstelling tot 2010 komen de pellets nu van vlakbij. Zowel in Lochristi als in Oostakker zijn er nu pelletbossen waardoor ze bij me thuis geleverd worden met paard en kar.

Mobiliteit. In 2010 heb ik ongeveer 900 kilometer (mee)gereden met de auto. In 2031 heb ik niet in de auto gezeten. Belangrijke reden is dat ik me veel minder verplaats en als ik ergen naar toe wil zonder probleem gebruik kan maken van het openbaar vervoer.  Dit is ondertussen zo goed uitgebouwd dat de privé auto bijna geheel verdwenen is. Natuurlijk zijn er nog ziekenwagens en bestelwagens om goederen te vervoeren, maar deze rijden allen elektrisch. Op mobiliteitskaart zie ik dat mijn CO2 uitstoot door het gebruik van het openbaar vervoer dit jaar op 360 kilogram komt. Daarmee kon je in 2010 met moeite 2400 kilometer rijden met een relatief zuinige wagen van 150 gram CO2/kilometer. Met het huidige openbaar vervoer heb ik er 8 500 kilometer kunnen mee afleggen in 2031.

Afval. In 2010 had ik elke maand een klein zakje restafval (ongeveer 2 kilogram), nu is dit wellicht minder dan 1 kilogram per maand. En dat is niet mijn eigen verdienste, maar gewoon een gevolg van een totale verandering in onze consumptiepatronen. Er wordt geen plastiek meer gebruikt voor verpakkingen, maar eerder bio-afbreekbare folie die gewoon in het compostvat gaat. Heel wat producten worden onverpakt of in retourverpakking verkocht. Het voordeel van deze aanpak is dat er zelfs geen huisvuilophaling meer is. Binnen loopafstand kan iedereen zijn weinig afval kwijt in de speciale buurtcontainers. Ik ben het nu al helemaal gewoon, maar ook zwerfvuil zie je bijna niet meer in tegenstelling tot 20 jaar geleden (zie deze oude foto uit die tijd)

Voeding.   Mijn menu is nog op dezelfde principes gebaseerd als toen. Geen vlees en vis, vooral lokale en seizoensgebonden producten, een deel ervan biologisch. Gezien de stadslandbouw nu sterk is ontwikkeld is het niet zo moeilijk om deze lokale producten te vinden.

Koolstofvoetdruk. Elke wereldburger heeft recht op zijn persoonlijke koolstofbudget. Er zijn nu nog verschillen tussen de vroegere rijke landen en ontwikkelingslanden, maar tegen 2050 zal iedereen zonder uitzondering moeten kunnen leven met 0,8 ton CO2 per jaar. Het quotum voor de stadsregio Gent (en de meeste Europese regio’s) is nu 2,7 ton. Met mijn eigen verbruik zit ik nu op 0,9 ton. Ik val in herhaling, maar het is nu zelfs nog veel beter mogelijk om te leven met meer geluk en minder voetafdruk.

25 oktober 2031: energiemaand?


Waar is de tijd dat oktober nog de maand van de energie was, en er allerlei acties waren zoals de dikke truiendag om mensen te sensibiliseren over het energieverbruik. Achteraf gezien waren het zeker goed bedoelde pogingen die echter geen effect hadden op het echte gebruik. Mensen bleven maar verwarmen, energie verspillen, vliegen en rondrijden. Zelfs al ging de thermostaat een graadje lager op dikketruiendag en het licht een uurtje uit bij Earth Hour.

De structurele vermindering van energieverbruik is er uiteindelijk gekomen door 2 factoren die met elkaar samenhangen. Enerzijds was er de prijsstijging van fossiele brandstoffen. Deze prijzen gingen sterk op en neer vanaf 2008, maar vanaf 2012 is de prijs van de olie niet meer onder de 150 dollar per vat gekomen. De duurdere brandstof was een gevolg van speculatie én het stilaan opraken van de best beschikbare bronnen. Vanaf dat moment konden we wel niet anders dan minder energie gebruiken.

De tweede reden van de reductie is het simpele feit dat de gevolgen van ons verbruik annex uitstoot steeds meer voelbaar werd. De droogtes, bosbranden en zware stormen waren al een tijdje zichtbaar in diverse delen van de wereld. Maar toen we ook hier met onze neus op de feiten werden gedrukt door het springtij van 2015 is er een massale verandering gekomen in ons globaal bewustzijn. Plots begon iedereen te beseffen dat we wel degelijk enorme risico’s namen door onbeperkt energie te verbruiken en ondertussen de atmosfeer op te warmen.

Er waren eind jaren negentig, begin jaren tweeduizend heel wat studies en boeken geschreven over wat nu de beste manier was om de houding en het gedrag van de consument te veranderen. Nadat bleek dat het geven van informatie geen echt effect had werden ook andere strategieën uitgeprobeerd. Als ik het me goed herinner was de positieve aanpak met kleine stapjes wel populair bij de milieuorganisaties. Je mag mensen niet bang maken en je moet ze positief stimuleren om kleine stapjes te zetten zoals het wassen op 30 graden of het nemen van de fiets voor korte afstanden. Het credo was toen dat je onmogelijk van mensen kon verwachten dat ze zouden inboeten op comfort.

Ondertussen is de gedragsverandering gekomen, en hebben we een flink pak moeten inboeten op het comfort (tenminste zoals dit toen algemeen omschreven werd). Zelf vond ik altijd dat kleine stapjes enkel tot kleine verandering zouden kunnen leiden. Het zijn jammer genoeg de externe omstandigheden (de kostprijs van energie en de rampen) die tot de verandering hebben geleid. Pas met het water aan de lippen zijn we gaan zoeken naar duurzame oplossingen.

Er zijn trouwens nog andere strategieën uitgeprobeerd in die periode. Kijk maar naar het filmpje hieronder dat mensen wil waarschuwen voor de gevolgen van vliegen…

18 juni 2031: de laatste muur is gevallen


Uiteindelijk heeft het 64 jaar geduurd, maar vandaag is het laatste conflict uit de vorige eeuw van de baan. Het gaat over de  bezetting van Palestijnse gebieden door Israël. Een bezetting die van start ging na de zesdaagse oorlog in 1967. Ondanks vele opstanden, onderhandelingen en verschillende veroordelingen van Israël door de Verenigde Naties zijn ze decennia doorgegaan met het uitbreiden van illegale nederzettingen in bezet gebied. Vanaf 2003 begon Israël met het bouwen van een betonnen muur waarbij nog extra gebieden van de Palestijnen werden ingepalmd. Het conflict zat jarenlang muurvast, ook al omdat de Verenigde Staten (die er wel heel snel bijwaren als Sadam Houssein de VN resoluties negeerde) Israel bleven steunen.

Maar vandaag is dus gestart met het neerhalen van de muur. Israël moet zich terugtrekken volgens de grenzen van 1967 en de nederzettingen worden verkocht aan de Palestijnen. Dat er toch een oplossing is gekomen heeft onder andere te maken met de verzwakking van de VS op het internationaal toneel en de financiële instorting van Israël, wat dan weer te maken heeft met de buitensporige budgetten voor defensie. Het is de armoede in de jaren 10′ en vooral 20′ die de Palestijnen en Israëli’s dichter bij elkaar heeft gebracht.

De ervaring die de Palestijnen hebben opgedaan in overleven in moeilijke omstandigheden, met name in de smalle Gaza strook bleek namelijk een belangrijke troef. Israël kon niet langer beroep doen op bescherming van de VS, kreeg geen leningen meer en moest omschakelen naar een zelfvoorzienende economie. De armoede was zo schrijnend dat er een massale opstand uitbrak (in 2024, hoewel er in 2011 zelfs al dergelijke opstootjes waren). De regering kon niet anders dan de fondsen voor leger en politie drastisch verminderen en moest op zoek gaan naar een vergelijk met de Palestijnen.

Tijdens de onderhandelingen over de grenzen, over Jeruzalem, de vluchtelingen en nog andere kwesties was Israël verplicht onder druk van de eigen publieke opinie om verregaande toegevingen te doen. Dat er op het zelfde moment vanuit Palestina heel wat hulp werd geleverd aan de armste groepen in Israël deed de spanningen verder afnemen. Nu hebben we te maken met twee volwaardige staten die echter op heel wat vlakken nauw samenwerking. Palestijnen die op Israëlisch grondgebied wonen krijgen een aantal rechten en Israëli’s die in de Palestijnse staat wonen evenzeer. Israël en Palestina vormen nu een confederale staat. Net zoals zoals nogal wat planten- en diersoorten hebben nu ook deze groepen begrepen dat samenwerking voor elkeen beter is dan concurrentie.

Persoonlijk ben ik erg blij dat dit probleem nu van de baan is. Als jongeling ben ik trouwens ooit eens ingeschakeld als steward bij een bezoek van de toenmalige leider Yasser Arafat in Brussel. Ik heb toen maar een glimp van de man opgevangen (hij was nogal klein). Al zijn niet alle van zijn eisen effectief ingewilligd, ik vermoed dat ook hij best tevreden zou kunnen zijn met zijn volk dat nu eindelijk een eigen staat heeft…

7 februari 2031: veerkrachtige natuur


De opeenvolging van natuurgeweld de voorbije decennia heeft ervoor gezorgd dat een aantal regio’s volledig zijn verlaten door de mens. Het gaat vooral over de steden die door gebrek aan water onleefbaar zijn geworden. De meest bekende verlaten stad is natuurlijk Las Vegas.

Gelegen midden in de woestijn, het toonbeeld van rijkdom en consumentisme is nu al een tiental jaren volledig verlaten. Jarenlange droogte in combinatie met een gigantische brand heeft deze klatergouden stad ten val gebracht. Andere steden die hetzelfde lot kenden zijn onder andere Sevilla, Abu Dabhi en Kaboel. Sommige steden zijn dan weer verlaten omdat ze door de stijgende zeespiegel onleefbaar zijn geworden. Denk maar aan Tokyo, New York, Mumbai, Shanghai, Jakarta en Dhaka.

Het interessante is echter dat deze door de mens verlaten plaatsen nu aan een bijzonder snel tempo terug door de natuur worden ingenomen. Regelmatig trekken kleine expedities van biologen naar deze steden en vaak komen ze terug met wonderbaarlijke verhalen. De ruimte die de mens heeft gelaten zorgt voor een explosieve groei van planten en diersoorten en deze verlaten steden vormen nu broeiplaatsen van biodiversiteit. Wolkenkrabbers raken steeds meer begroeid met mossen en vormen schuilplaatsen voor arenden en wasberen. De riolen die niet langer worden gevoed met vervuild water zijn nu het rijk van aligators en bevers. In Dhaka hebben grote kolonies apen de hele stad ingenomen, en volgens sommige biologen hebben ze een behoorlijk intelligente vorm van samenwerking ontwikkeld.

Ook in de oceanen is de natuur zich aan het herstellen. Omdat de visvangst met grote schepen is verboden en er nu enkel nog in een zone van 100 mijl van de kust wordt vis gevangen, is de diepzee nu opnieuw een plaats waar het leven toeneemt. Een aantal bedreigde soorten zijn zich aan het herstellen, al blijft de aanwezigheid van plastic deeltjes in de oceaan wellicht nog honderden jaren voor vervuiling zorgen. De wetenschappelijke expedities die regelmatig de wereldzeeën onderzoeken zien onder andere een toename van de Potvis, de Narwal, de Beloega, Griend, Orka, Blauwe vinvis, Gewone vinvis, Noorse vinvis en Dwergvinvis. Er gaan nu wel stemmen op om de visvangst opnieuw op te voeren, maar voorlopig is er geen sprake van. Via een van de recente wereldreferenda is ervoor gekozen dat voor het einde van deze eeuw 25% van alle oceanen en land niet mag gebruikt worden door de mens en wordt gereserveerd voor fauna en flora.
Het verhaal van een wereld zonder mensen is trouwens al een hele tijd geleden verteld door Alain Weisman, hij schreef er begin deze eeuw een boek over. Ik denk dat je de fel verouderde site hierover nog steeds kan bezoeken. Het is ondertussen wel duidelijk dat het wellicht op korte termijn niet zo ver zal komen. De mens heeft blijkbaar toch zijn lesje geleerd en het evenwicht met de natuur is nu zo belangrijk geworden dat we wellicht geen stommiteiten meer uithalen die het uitsterven van de mensheid tot gevolg hebben. Al kan er nog altijd een meteoriet op ons hoofd vallen natuurlijk…en dan is al de moeite toch voor niks geweest

11 november 2030: leve de paddestoelen


We beleven weer een stormachtige en natte herfst, waardoor mensen wel eens gaan zeuren. Als het nog een tijd blijft regenen zou dit wel eens een probleem kunnen worden voor de belangrijkste industrie in Gent: de champignonteelt. Zoals iedereen ondertussen weet zijn de vele ondergrondse parkeergarages de voorbije jaren omgevormd tot kwekerijen van allerhande soorten paddenstoelen. Daardoor wordt niet enkel de paardenmest gebruikt die weer in behoorlijke mate beschikbaar is, maar ook de compost uit de vele composttoiletten in de stad.

Gezien de luchtvochtigheid en contante temperatuur in de garages is de opbrengst erg hoog. Er wordt gekweekt in vier lagen, wat maakt dat 1 parkeerplaats tot 800 kilogram per jaar kan opbrengen. Als je weet dat er in de stad ongeveer  4000  ondergrondse parkeerplaatsen zijn komen we aan een totaal van  3 200  ton biologische champignons per jaar. De teelt zorgt voor heel wat tewerkstelling, niet enkel ondergronds, maar ook bij de verwerking van de paddestoelen  tot een hele rits producten. Op die manier hebben de parkeergarages een belangrijke rol gespeeld in het economisch heropleven van de stad Gent.

Sommige (jonge) mensen vinden dat er maar eens een standbeeld moet opgericht worden voor Daniël Termont, de toenmalige burgemeester die zo vooruitziend was om deze kwekerijen te voorzien. Maar als we dan uitleggen dat het in de eerste plaats ging om parkeergarages voor de ondertussen vermaledijde wagens dan is de goesting snel over.

Het is dus nu maar hopen dat het wat minder gaat regenen, want als de onderste lagen van de parking vollopen wordt het lastig voor de champignonteelers. De parkeerplaatsen leegpompen met de systemen die daarvoor voorzien zijn vraagt te veel energie om ze terug aan te zetten.

Met dit regenweer is het alvast een goede zaak dat we niet meer hoeven rond te gaan voor 11-11-11, iets wat ik jarenlang gedaan heb. De organisatie bestaat nog maar doet uitsluitend lobbywerk. Het hele idee van rijke landen die arme landen moeten helpen is helemaal achterhaald. Er zijn nu rijkere en armere regio’s op alle plaatsen van de wereld, en er gaan zelfs stemmen op ontwikkelingshulp aan te vragen bij de Afrikaanse landen die het nu goed doen. Al hoeven wij zeker geen ingeblikte champignons in te voeren.

9 augustus 2030: 70 jaar…


Pfff, 70 jaar worden, dat begint toch al te tellen. Gisterenavond heb ik met de kinderen, kleinkinderen en enkele vrienden er een glas op gedronken. Vandaag is het tijd om de glazen af te wassen en even stil te staan bij deze ‘gebeurtenis’. Ik heb een paar bescheiden geschenkjes gekregen, waaronder een pakje van Ajisa dat met veel touwen was dichtgemaakt. Dank zij mijn zeer goede (groene) schaar, die ik kreeg met mijn 51ste verjaardag kon ik het toch mooi opmaken. Er zal een zelf geboetseerd huisje in dat veel gelijkenissen vertoont met mijn strobalen huisje…

Het minste wat ik kan zeggen is dat de zeven decennia die ik op deze wereldbol mocht rondlopen behoorlijk afwisselend waren. Zowel voor mezelf als voor de wereld. Ik heb geleefd in overvloed en in schaarste, ik heb geleefd in angst en in hoop. De laatste twintig jaar van mijn leven waren ongetwijfeld de moeilijkste omdat we met zijn allen te maken kregen met de permanente crisis (PC). Ineenstorting van het financieel systeem, internationale conflicten om water, hongersnoden en migratie door klimaatverandering, epidemieën en overstromingen, energieschaarste en zelfs een nucleair conflict. Een aantal van de risico’s die eind vorige eeuw zijn aangekondigd zijn ook werkelijkheid geworden. Na het installeren van de wereldregering en het aannemen van de nieuwe principes begint het de goede kant op te gaan. Al durft niemand met zekerheid zeggen dat de PC nu voorbij is.

Over mijn gezondheid ga ik zeker niet klagen, mijn jaarlijkse marathon daar ben ik al een hele tijd geleden mee gestopt maar ik maak elke dag nog een flinke wandeling. Als het niet te koud is ga ik regelmatig zwemmen in het drijvende zwembad hier aan de oude dokken. Mijn moestuin op het dak kan ik niet meer alleen onderhouden, gelukkig zijn er genoeg mensen die me daarbij een handje kunnen helpen in ruil voor een deel van de oogst. Lezen zonder bril gaat ook niet meer en het weinige haar op mijn hoofd is grijs geworden.

Op het einde van dit jaar ga ik officieel op pensioen. Nu werk ik nog enkele dagen per week, vooral voor het bedrijf dat nu overal autonome ecowoningen aan het zetten is. Heel af en toe geef ik nog eens een lezing in scholen, al moet ik zeggen dat de kinderen vooral willen horen hoe het leven er vroeger aan toe ging en ze niet zo erg geïnteresseerd zijn in mijn oude Low Impact Man verhaal. Zoals iedereen krijg ik nu een basisinkomen, dat ik een stukje aanvul met het inkomen van mijn activiteiten. Vanaf volgend jaar komt er dan de pensioen-bijlage bij. Allemaal niet zo veel, maar ik heb nog steeds niet veel nodig.

Ik kan vandaag dus enkel maar dankbaar zijn dat het ondanks alles goed gaat met mij en mijn kinderen. Ik geniet bijna elke dag van mijn kleinkinderen en ben er redelijk zeker van dat ze een beter leven zullen hebben. Hoeveel verjaardagen ik zelf nog zal kunnen vieren is niet zeker, maar zolang mijn vingers mee willen schrijf ik nog regelmatig een stukje op mijn blog. Er zijn trouwens nog bloggers van 90 jaar dus je bent nog niet direct van mij af…

22 mei 2030: brood en spelen


Wat brood betreft zit het vrij goed tegenwoordig. Er zijn het laatste jaar geen graantekorten geweest en je kan een heel assortiment van lekkere bio-broden kopen op de vele markten in de stad. In het Azaleapark waar ik vroeger naast heb gewoond, is nu ook een volks-oven. Deze houtoven in steen is van de gemeenschap en wordt drie tot vier keer per week gestoookt. Telkens zijn er ploegen van enkele mensen die dan een hele reeks broden bakken. Je kan er als buurtbewoner zelf je ongebakken brood afgeven en kan het ‘s avonds vers gebakken terug ophalen. Vaak zijn er trouwens nog pizzafeestjes als met de restwarmte van de oven nog pizza wordt gebakken.

Naast brood heeft een mens natuurlijk ook nood aan ontspanning en dat ziet er toch alweer anders uit dan pakweg 20 jaar geleden. Een echte televisie bestaat niet meer, maar de meeste mensen kijken regelmatig op het scherm van hun computer naar een of ander programma. Erg populair is het samenbeamen, waarbij een aantal mensen samen komen en dan op groot scherm naar een of ander programma kijken. Om een of andere reden is het bij tieners bijvoorbeeld nu populair om in groep naar heruitzendingen van FC de Kampioenen te kijken. Voor mij hoeft dat niet echt, maar nostalgie komt altijd terug.

Er is heel veel lokale televisie, zoals het erg originele TV Ekkergem (ja, een beetje reclame voor mijn jongste broer mag wel) en daarbij worden de gekste programma’s bedacht. In Gent loopt een reeks met de titel ‘een huis in 36 uur’, waarbij ploegen van 5 moeten proberen een earthship te bouwen met afval dat ze vinden in een straal van 10 kilometer. In Limburg hadden ze vorige jaar nog een reality-show met als titel ‘LIM van het jaar’, waarbij ze op zoek gingen naar de man of de vrouw met de laagste voetafdruk. Een andere topper is: ‘wortel zoekt grond’, waarbij een team een gazon omvormt tot een volledige moestuin maken terwijl de familie op vakantie is. Zeer ontroerend om de thuiskomst van de bewoners in beeld te zien. In Brussel is er een reality show met als titel ‘mijn broodje is gebakken’; waarbij celebrities elkaar moeten overtroeven in het bedenken van nieuwe broodvariëteiten.

Sport is ook heel populair, vooral omdat wandelen en fietsen de meest voorkomende manieren zijn om ons voort te bewegen zie je dit ook in het sportaanbod. Overal worden nu elfstedentochten georganiseerd. Het kan te voet zijn, maar er zijn ook speciale edities voor bakfietsen, naaktfietsers, achteruitstappers of oorkaarswandelaars. Een echte voetbalcompetitie met zwaar betaalde prof. voetballers bestaat al een tijd niet meer. Maar elk stadsdeel heet een eigen ploeg, en de wedstrijden lokken altijd heel wat volk. De laatste jaren doet het Rabot het meestal erg goed, maar dat is natuurlijk omdat ze vooral Braziliaanse vluchtelingen hebben opgevangen. Met als gevolg dat andere wijken er nu op staan om vooral vluchtelingen op te vangen die goed op een bal kunnen sjotten.

Het leven is niet makkelijk, spel en plezier blijven een belangrijke rol spelen. Het gaat er nu niet meer om de beste of de slimste te zijn. Aangezien ook in het dagelijks leven competitie veel minder een rol speelt gaat de voorkeur nu naar genieten.

Om af te sluiten een filmpje van TV EKkergem, met de stem van mijn kleinzoon Klaas!

30 oktober 2029: ondertussen in Afrika


De voorbije jaren was er weinig nieuws uit Afrika en daarom wil ik er toch wel iets aan doen. Terwijl de Westerse wereld nog steeds zware aanpassingsproblemen kent in de overgang naar een lokale economie zonder fossiele brandstoffen is er in grote regio’s van Afrika sprake van een ware renaissance. Daar zijn verschillende verklaringen voor, de rampen en conflicten die zich in de rijke landen afspeelden zorgden ervoor dat er nog weinig interesse was voor dit continent. We hadden genoeg aan onze eigen problemen en lieten Afrika aan zijn lot over.

Wie dacht – en dat was de meerderheid – dat het continent ten onder zou gaan aan interne conflicten en natuurrampen heeft het echter mis. Nu blijkt dat de veerkracht van de gemeenschappen daar veel groter is dan die in de rijke landen. Zodra de bemoeienissen vanuit het Westen en China ophielden (zo ongeveer vanaf 2014) kwam er nooit geziene golf van ondernemerschap op gang. Ook politiek is gekozen voor een ander model. Een aantal grenzen die indertijd door de koloniale machten werden uitgetekend bestaan nu niet meer. Afrika bestaat nu uit een lappendeken van regio’s en provincies die overeenkomen met de culturele, natuurlijke en historische werkelijkheid. Deze regio’s hebben bijna allen een democratisch bestuur en voeren druk handel met elkaar.

Hoewel de Sahara nog een stuk is opgeschoven naar het Zuiden blijft Afrika een land met ongekende rijkdommen. Nu de bevolking – misschien wel voor het eerst in 500 jaar – opnieuw zeggenschap heeft over die hulpbronnen gaat de ontwikkeling heel snel. Twee belangrijke revoluties staan daarin centraal. De vruchtbare gronden in bijvoorbeeld Kenia of Ethiopië worden niet langer gebruikt om bloemen of tabak te kweken voor Westerse markten. Deze gronden worden nu gebruikt voor het voeden van de lokale bevolking. Daarnaast is resoluut gekozen voor een meer kleinschalige landbouw zonder pesticiden en meststoffen. Daardoor is Afrika al enkele jaren volledig in staat de eigen bevolking te voeden en wordt zelfs regelmatig voedselhulp naar bijvoorbeeld New York gestuurd.

Een tweede wending was de energierevolutie. Daar de Sahelregio voor permanente bewoning zo goed als verloren is gegaan is daar nu een grote gordel van vooral thermische energiecentrales gebouwd. Een deel van de warmte wordt omgezet in elektriciteit en verkocht aan onder andere Europa, een ander deel wordt ter plekke gebruikt.

Deze centrales leveren warmte voor een hele reeks industriële toepassingen. In Algerije is er vlak bij Tindouf een gigantische installatie gespecialiseerd in het drogen van groenten en fruit. Op andere plaatsen zijn er steenbakkerijen en papierfabrieken die volledig op zonne-warmte draaien. Naast de fabrieken zijn er geriefelijke onderkomens (met airco) gebouwd waar medewerkers gemiddeld drie tot vier maanden werken en dan afgelost worden door een nieuwe ploeg.

Bij dit alles is ook de culturele sector in Afrika aan het boomen. Zowel literatuurprijzen, muziekawards en oscars gaan de voorbije jaren meer en meer naar kunstenaars uit dit continent. Toen ik jong was werd vaak smalend gedaan over Afrika als een hopeloos onderontwikkelde regio. Nu lees je meer en meer dat de 21ste eeuw wel eens de eeuw van Afrika zou kunnen worden. Ben ik blij dat ik dat nog mag meemaken.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.733 other followers