Gisteren mocht ik ook mijn zegje doen op het debat rond ‘stadslandbouw’ georganiseerd door Stujardin, een initiatief van Gentse studenten om iets te gaan doen rond lokale voedselproductie. Naast een aantal debatten start de groep ook met een studentenmoestuin van 100 vierkante meter.
Het eerste deel van het debat ging over de mogelijke functies van voedselproductie in de stad. Daar kwamen achtereenvolgens aan bod; de ‘educatieve functie’, om mensen terug te verbinden met het voedsel dat ze eten en zo meer respect te genereren voor voedsel en voor het ritme van de natuur. Daarnaast kan het werken in een moestuin zeker een ‘recreatieve functie’ hebben en zelfs een ‘sociale functie’ als buurtbewoners samen stukjes grond gaan bewerken. In kader van de aanpassing aan klimaatverandering en met name mogelijke hitteperiodes kan meer groen in de stad ook zorgen voor verkoeling, de ‘adaptatie functie’ dus. Over de ‘economische
functie’ was wat minder eensgezindheid. Iedereen beseft dat het niet mogelijk is een volledige stad te voeden op het grondgebied van de stad zelf, maar wellicht moet het toch kunnen om enkele procenten van de eigen noden te produceren. Met high-tech oplossingen als voedseltorens, hydrocultuur en aquaponics (hierbij wordt vis en groenten gekweekt in een gesloten systeem) wellicht nog wat meer. Voor het verhogen van ‘biodiversiteit’ in de stad kan voedselproductie tevens een positieve bijdrage leveren. Verder heeft lokale productie ook een ‘duurzame functie’ als via stadslandbouw er een vermindering is van de voedselkilometers, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en het verminderen van de milieudruk die het gevolg is van ons huidig voedselsysteem. Tenslotte bleek ook dat stadslandbouw een ‘politieke functie’ kan hebben. Dit door te produceren buiten het dominante commercieel systeem, door zelf voedsel te telen en te verwerken, door voedselproductie terug uit het kapitalistisch model te halen.
Wat dat laatste betreft had ik toch een meningsverschil met Xavier Gellynck, een landbouwecononoom van de UGent. Hij vond dat een aantal mensen rond te tafel te veel vanuit emoties reageerden en stelde dat ons huidig voedselsysteem toch een erg efficiënt en rationeel systeem is waardoor het lukt onze bevolking ruimschoots te voeden. Toen ik vroeg om uit te leggen wat er rationeel is aan een systeem waar een derde van het voedsel wordt weggegooid, waar bijna een miljard mensen te weinig eten hebben en 1,2 miljard last heeft van obesitas, waar ontbossing en methaanproductie nefaste gevolgen hebben voor het klimaat en waar watervoorraden en bodem onherstelbare schade oplopen door de grootschalige productiemethodes was het antwoord dat het inderdaad logisch en rationeel is vanuit het oogpunt van winstmaximalisatie. En dit is nu eenmaal het leidend principe in onze wereld.
Een eerlijk antwoord in elk geval, wat impliceert dat zolang winstmaximalisatie als rationeel wordt gezien al de rest moet wijken. Ik hoop dus dat de studenten in de zaal begrepen hebben dat het over veel meer gaat dan tomaten kweken in pet-flessen. Het gaat uiteindelijk om het in vraag stellen van een verwoestend voedselsysteem en het lokaal opbouwen van alternatieven. Voedsel kan dus een belangrijke rol spelen in de noodzakelijke transitie. De keuze voor wat je eet is dus meer een meer een politieke daad.
Gearchiveerd onder: Voeding | getagged: debat, stadslandbouw | 7 Commentaar »


