
Het moest er eens van komen zeker? In Brussel rijden met de fiets is nu eenmaal niet zonder risico’s. Gisteren ben ik – zonder veel erg – aangereden op weg van het Centraal Station naar de Erasmus Hogeschool. Een zwarte BMW komt van rechts zonder kijken de straat ingereden. Ik kan uitwijken naar links maar de neus van de wagen botst behoorlijk stevig tegen mijn achterwiel. Ik spring in een reflex van de fiets (dat is ook een voordeel van een plooifiets) en begeef me naar de wagen in kwestie.
De blanke goed geklede man van middelbare leeftijd steekt verontschuldigend zijn handen in de lucht en wil doorrijden. Ik wordt een beetje kwaad en dwing hem om op zijn minst uit te stappen. Hij zegt nog 2 maal sorry (in het Frans) vraagt niet hoe het met mij is en zegt dat ik van links kwam dus kan hij er niks aan doen. Hij komt ook niet kijken naar mijn fiets waarvan de achtervork geplooid is en stapt weer in zijn auto. Ik maak nog snel een foto van de nummerplaat voor hij vertrokken is.
En dat alles in enkele seconden. Daar sta je dan, met een onbruikbare plooifiets, hopeloos te laat voor mijn lezing. Dus begint het het flink te regenen.
Met die lezing is het nog wel goed gekomen maar erna besluit ik meteen naar de politie te gaan om klacht in te dienen. Aan het kantoor op de Kolenmarkt is het behoorlijk druk en mag ik een formuliertje invullen en even in de wachtzaal gaan zitten. Een half uurtje later mag ik bij de officier van wacht voor de verklaring. Als ik mijn fiets in de wachtzaal wil laten staan, suggereert een agent om die maar goed bij te houden. Je weet maar nooit, zelfs in een politiekantoor.
Veel kijk ik niet naar politieseries, maar ik het kan je verzekeren, alle clichés kloppen! Een te klein kantoor, met oude TL-lampen en een kapotte tegelvloer. Metalen kasten van voor de tweede wereldoorlog, een computer waarvan je blij mag zijn dat hij nog werkt. Een komen en gaan van collega’s met meldingen van een gestolen geldkoffertje en een overval op een winkel. Een triestige knipperende kerstversiering die wellicht is blijven hangen van vorig jaar en bekertjes met klef water. Alles klopt, behalve de knappe blonde agente die me diep in de ogen zou moeten kijken bij het verhoor. Maar Stijn, de officier van wacht doet zijn job prima. Als hij ziet dat ik in Tielt ben geboren gaat het verhoor zelfs verder in het West-Vlaams.
Maar wat ik na de verklaring vooral wil weten is wat er nu met de chauffeur in kwestie gebeurt. Wordt hij op de vingers getikt, moet hij instaan voor de schade, krijgt hij een paar uurtjes gemeenschapswerk of tenminste een GAS-boete? Stijn zegt dat de man in kwestie met een lease auto rijdt (van KBC lease) en de verzekeringen onderling wel de schade vergoeden. Het parket komt enkel tussen als er lichamelijke schade is. De man zelf zal wellicht niks moeten betalen, geen boete, geen schade. Toch een beetje vreemd als je bedenkt dat een tiener die een sms stuurt vanop de fiets een boete kan krijgen van 50 euro, en een manoeuvre uitvoeren dat zware lichamelijke gevolgen zou kunnen hebben ongestraft blijft.
Na een uur was ik klaar in het kantoor en kreeg ik de nodige papieren. Geen kwaad woord dus over deze mensen die in moeilijke omstandigheden hun job doen. Ik heb de fiets dezelfde avond nog binnengebracht in de fietswinkel in Gent. Daar zullen ze een bestek opmaken en dan moeten de verzekeringen beslissen over herstellen of vervangen. Ondertussen heb ik een vervangplooifiets (aan 2,5 euro per dag), uiteraard aan te rekenen aan de veroorzaker van het ongeluk. Ik ga ook nog eens informeren bij de fietsersbond – waarvan ik lid ben – of er nog iets kan gebeuren.
Accidents can happen, maar het zou op zijn minst al een stap vooruit zijn mochten alle weggebruikers rekening houden met elkaar. In zo’n geval is ‘je suis désolé’ en doorrijden toch wat mager.
Gearchiveerd onder: Mobiliteit | getagged: fiets, ongeluk | 14 Commentaar »