de appel valt niet ver van de boom


Gisteren zondag mag dan wel heel ontspannend geweest zijn, de nieuwe week dient zich iets meer gevuld aan. Ik vermoed dat ik heel wat kilometers zal afleggen op de trein. De ronde van Vlaanderen ziet er zo uit: van Gent naar Vorselaar-Hoogstraten-Gent-Rotselaar-Diepenbeek-Gent-Antwerpen-Gent-Tienen-Gent. Goed voor 7 lezingen en een paar begeleidingen.

Mijn plannen om dit jaar wat minder te werken zijn ver naar de achtergrond verdwenen. Maar er is toch verandering op komst. Wat lezingen betreft zullen er dit jaar niet al te veel meer bijkomen. Waar ik vorig jaar 160 keer mijn verhaal heb gedaan is mijn plan om het voor 2012 te beperken tot 120 keer. En aangezien ik al over de 100 voorbije of geplande lezingen en shows zit kunnen er nog een twintigtal bij. In het najaar wil ik in elk geval voldoende tijd hebben om campagne te voeren. Wat erna komt weet nog niemand natuurlijk.

Deze week start ook een mini-reeks voor de provincie Vlaams-Brabant over hoe je kinderen kan aanzetten tot meer ecologisch gedrag. Het is trouwens een vraag die ik heel vaak krijg van ouders. Lichten die blijven branden, deuren die steeds openstaan en zeker tieners en douches, dat zijn heikele punten. Er zijn natuurlijk geen toverformules om kinderen dit soort waarden bij te brengen (zeker in een omgeving die vooral de nadruk legt op consumptie en directe bevrediging van elke impuls). Zelf geloof ik niet in de dwangmaatregelen of de morele vingertjes in de lucht. Soms is een goede spaardouchekop een betere oplossing en is een licht dat blijft branden minder verbruikend als het een LED-lamp is.

Naast het gedrag – waar niemand een foutloos parcours heeft- zijn er vooral de waarden en normen die je kinderen meegeeft. En dit is niet enkel door erover te praten, maar vooral door je eigen gedrag. Dus je  kinderen vragen om geen papiertje op de grond te gooien voor het milieu, maar wel zelf alle verplaatsingen met de auto doen is weinig geloofwaardig. En het duurt niet lang voor kinderen dit ook door hebben. De beste manier om ecologische kinderen te hebben is dus gewoon zelf ecologisch leven.

(de illustratie is van Tinne, die het LIM kinderboek illustreerde en tevens heel leuke workshops geeft voor kinderen)

30 november 2024: het nieuwe opvoeden


Klaas is ondertussen 5 jaar geworden. Het is een vrolijk en nieuwsgierig baasje. Dagelijks is hij van 9 tot 15 uur in het kindercentrum, de plaats waar kinderen tot hun 10de verjaardag leren en opgroeien. De aanpak is wel behoorlijk verschillend van mijn kleutertijd. Minstens een uur per dag zijn de kinderen buiten bezig met natuurbeleving of de schoolmoestuin. Veel aandacht is er voor relationele en persoonlijke ontwikkeling. Doorheen de gewone activiteiten zijn er oefeningen in communicatie en conflictpreventie.

Vanaf dit jaar krijgt Klaas ook wekelijks een sessie meditatie en filosofie. Waardoor hij ons nog meer bestookt met allerlei vragen. Een tweede taal wordt aangeleerd vanaf het vierde levensjaar. Na heel wat discussie is uiteindelijk beslist dat alle kinderen die geboren zijn na 2020 Engels moeten leren. Het had voor mij ook Spaans of Esperanto mogen zijn, maar dat was blijkbaar niet haalbaar. Het goede is natuurlijk dat de volgende generaties makkelijker met elkaar zullen kunnen spreken. Tegelijk is er aandacht voor lokale dialecten, en spreekt Klaas nu al beter Gents dan zijn grootvader.

Omdat de overheid voorzichtig moet omspringen met de schaarse middelen is onderwijs veel meer gedragen door de gemeenschap. Ouders nemen allerlei taken op zich, heel wat senioren helpen mee, bijvoorbeeld in de schoolmoestuin of de schoolkeuken. De infrastructuur van de school met onder andere een sportzaal en computerklas is dan vanaf 15 uur de plek voor vergaderingen, buurtactiviteiten en feestjes. Het hele centrum staat onder beheer van een groep ouders, de schooldirectie en buurtbewoners.

De vroegere stadswijken zijn ook verder opgesplitst in kleinere ‘stadsdorpen’ van enkele straten en met 500 tot 800 inwoners. Marieke woont met Gert-Jan en Klaas in mijn vroegere woning in stadsdorp ‘Azalea’. Ik woon in stadsdorp ‘oude betoncentrale’  maar dat is uiteindelijk maar vijf minuten fietsen van elkaar. En aangezien ik er nog redelijk wat mensen ken ben ik ook wel eens per week in het kindercentrum van Azalea.

En Adam, tja heeft gekozen voor een meer nomadische woonvorm. Met een groepje andere schrijnwerkers en isolatiebouwers woont hij in caravans. Deze staan meestal een tijdje bij een bepaald verbouwproject en trekken naar een volgende werf als de job afgerond is. Het is een vrolijke bende jonge mensen die op korte tijd heel wat expertise hebben opgebouwd rond natuurlijk bouwen. De ‘caravanbouwers’ – dat is de naam van hun club – is veelgevraagd, waardoor het wel eens gebeurt dat ik Adam enkele weken niet te zien krijg.

Hij amuseert zich blijkbaar best in deze formule. Of ik van die kant nog kleinkinderen mag verwachten weet ik niet. Ik zie hem regelmatig wel eens met een andere vrouw aan zijn zijde. Ik vermoed dat hij best tevreden is zo en zelf nog geen zin hebt om te starten met het nieuwe opvoeden.

 

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.733 other followers