9 november 2034: nie pleuje


Dit gaat traag. Ik kan maar 1 vinger gebruiken om dit bericht te tikken. De gevolgen van de hartaanval zijn een stuk erger dan eerst gedacht. Ik bespaar jullie de details, maar beterschap is niet meer mogelijk. Alles is geregeld met de stervensbegeleider, vanavond breng ik nog door met mijn familie en vrienden. Deze nacht is alles afgelopen, voor mij toch.

Ik lig nu beneden met genoeg zonlicht door de grote ramen om de tegelkachel uit te kunnen laten. Boven mij woont al enkele maanden een jonge studente uit Mali. Zoals voorzien was is mijn huisje makkelijk op te splitsen in twee eenheden. Suzanne – zo is haar naam – doet ook af en toe een paar boodschappen voor mij. Maar van bezoek mag ik niet klagen. Dagelijks komen enkele mensen langs om een praatje te doen of me te verzorgen.

Het is ondertussen duidelijk dat hier in Gent de ‘Oil party’ geen voet aan de grond krijgt, daarvoor zijn de mensen te veel gehecht aan het kwaliteitsvolle leven dat de voorbij jaren is uitgebouwd. In andere regio’s liggen de kaarten moeilijker. Ik probeer nog dagelijks op de hoogte te blijven van wat er gebeurt, tegelijk verdwijnt mijn interesse om het allemaal te volgen. Ik heb de voorbije 74 jaar wel een en ander meegemaakt. En soms vraag ik me af of de mens uiteindelijk bereid is om te leren uit zijn fouten. We wisten al heel lang wat er zat aan te komen in de jaren voor de PC, we wisten al heel lang wat we eraan konden doen. Alle mogelijke oplossingen en alternatieven waren voorhanden.

En toch hebben we gewacht. Hebben we gedacht dat het wel goed zou komen, dat er nog een miraculeuze oplossing uit de lucht zou vallen. Zolang het voor ons nog meeviel maakten we ons niet al te veel zorgen over de miserie van de anderen. In de media ging het over de transfer van een of andere goedbetaalde voetballer of de lingerie van een prinses. Tot we zelf enkele mokerslagen te verwerken kregen.  Het springtij, het nucleair conflict, de problemen met water, de permafrostcrisis, noem maar op. De prijs die we betaald hebben voor onze nalatigheid is gigantisch. Een prijs die dan vooral opgehoest is door zij die meest kwetsbaar waren en het minst hadden bijgedragen tot te problemen.

Zal het in de toekomst ooit beter worden?  Tijdens mijn leven zijn heel wat positieve evoluties naar voren gekomen. Meer dan eens ben ik verrast door acties van mensen en groepen die opkomen voor een ecologische en solidaire wereld. Structureel is de invoering van de  wereldregering een verbetering. Al tonen de recente gebeurtenissen aan dat het een processie van Echternach blijft. (voor de jonge lezers: deze Middeleeuwse processie die elke dinsdag na Pinksteren in het Luxemburgse Echternach werd gehouden ging volgens een specifiek ritme: 3 stappen vooruit en 2 stappen achteruit)

Ik kan in elk geval dankbaar zijn dat ik in deze periode mocht leven. Dat ik de kans kreeg om zelf iets te doen. Of het nu veel uitgehaald heeft of niet is nog niet eens het belangrijkste. Ondanks alles geloof ik dat het ooit wel goedkomt. ‘Nie neute, nie pleuje’ zo zeggen ze dat hier in Gent. Groetjes.

21 augustus 2034: met pijn in het hart.


Beste lezer, ik schrijf dit nu aan boord van een Zeppelin, op weg naar huis. Of beter gezegd, ik dicteer dit bericht aan Klaas. Marieke zit bezorgd naast mijn bed. De gebeurtenissen van de voorbije dagen hebben me geen goed gedaan. Nog dezelfde dag als die waarop ik het bericht kreeg van de opstand van de ‘Oil party’ ben ik in elkaar gezakt in een restaurantje naast het Titicacameer.

Een hartaanval, volgens de dokters een combinatie van de grote hoogte, de inspanningen van de reis en de opwinding over de recente gebeurtenissen. Zelf denk ik dat het nogal meevalt, al kan ik niet rechtop staan of zitten. Ik ben meteen met een propellervliegtuig naar Lima gebracht en kreeg een eerste behandeling in het ziekenhuis. Gelukkig was ik buiten bewustzijn, anders had ik misschien toch geprotesteerd tegen het vervoer met een vliegtuig. Ik die ervan overtuigd was dat mijn laatste vliegtuigreis in maart 2008 naar Ierland was (voor het werk dan nog).

Nu ben ik onderweg met een Medic-Zeppelin naar Amsterdam. Deze zeppelin maakt handig gebruik van hoge luchtstromen en gebruikt weinig energie om de overtocht te maken in 37 uur. Alle medische apparatuur en personeel is hier aanwezig voor een goede verzorging. Ik ga ervan uit dat ik kwiek als een hoentje uit de Zeppelin stap, klaar om de strijd aan te gaan tegen de “Oil party”. Ik zie Marieke wat meewarig kijken, maar toch knikt ze van ja. Iemand die ziek is mag je niet tegenspreken zeker.

Tegelijk ben ik overweldigd door het uitzicht vanop ongeveer 16 kilometer hoogte. Ik zie nog de randen van het Amerikaanse continent, met het vele groen van het regenwoud (al ontbreken nog flinke stukken), aan de andere kant de oneindige uitgestrektheid van de oceaan. Ik probeer me voor te stellen hoe daaronder die vele miljoenen levende wezens samen een ingewikkeld en fragiel netwerk vormen. Hoe elk onderdeel,van de kleinste eencellige tot de reusachtige potvissen allen van elkaar afhankelijk zijn en enkel kunnen overleven dank zij en met elkaar.

Daar komt een verpleegster aan met een spuitje. Ik moet vooral veel rusten en me geen zorgen maken over hoe het gaat met de planeet. Net voor ik mijn ogen sluit valt me op dat de verpleegster heel erg lijkt op Lady  Linn.

17 augustus 2034: nog een vulkaanuitbarsting


We zitten aan de Peruaanse kant van het Titicacameer en zouden moeten genieten van een van de mooiste uitzichten op deze planeet. Maar daar is even geen tijd voor, deze morgen kwam er een alarmerende mail van het thuisfront. Adam stuurde me een bericht door van een opstand in verschillende Amerikaanse en Europese steden, waaronder ook Gent. Kleine groepjes burgers komen de straat op en willen een onmiddellijke opheffing van de CO2 beperkingen en de wereldreferenda.

Ze argumenteren dat de mildering van de klimaatopwarming door de voorbije vulkaanuitbarstingen een goede reden is om de ‘onzinnige beperkingen van het gebruik van fossiele brandstoffen een halt toe te roepen’.  De beweging noemt zichzelf de ‘oil party’, en is sterk religieus geïnspireerd. Volgens hen heeft God steenkool, olie en gas in de grond gestopt om ze door te mens te laten gebruiken. Op zich is dit standpunt behalve belachelijk redelijk onschadelijk, maar deze groepen blijken over wapens te beschikking en hebben hier en daar al overvallen gepleegd, zo is de minister van Klimaat in Duitsland bij een aanslag omgekomen. In Frankrijk zijn een aantal bioboeren aangevallen en zijn er pogingen gedaan om windmolens onklaar te maken door grote vliegers in de wieken te laten draaien.

Als ik verder op internet de analyses lees blijkt dat deze groepen vooral bestaan uit de grote verliezers van de voorbije jaren. Mensen uit de vliegtuigindustrie, de vleesindustrie, de automobielsector, de wapenhandel, de oliesector en de banken. Reeds meerdere jaren zijn ze in het geheim bezig met de voorbereiding van deze opstand, waarbij ze nu eindelijk een concrete aanleiding hebben. Ze willen af van de strenge reglementering rond het energiegebruik en schuiven de menselijke vrijheid als ultiem doel naar voren.  Omdat ze ook heel wat marketeers in hun rangen hebben slagen ze er redelijk goed in de publieke opinie te bespelen. Ze vinden het niet kunnen dat mensen in Afrika of Azië mee kunnen beslissen over wat er met deze planeet gebeurt.

Ik ben natuurlijk erg ongerust over hoe het nu verder loopt. Nogal wat van mijn vrienden zijn heel actief precies in die sectoren die geviseerd worden door de ‘Oil Party’. Van echt geweld is in Gent nog geen sprake, maar in Antwerpen was er een nachtelijke actie waarbij de banden van honderden fietskarren zijn kapotgesneden. In Hove is een veld met biologische aardappelen vernietigd en daarbij was een mysterieuze slogan achtergelaten: ‘de wraak van Wetteren’.

Hier zitten we dan met onze voeten in het hoogstgelegen meer ter wereld. Terwijl ik hier met eigen ogen kan zien dat de veranderingen van de voorbije decennia een hele verbetering zijn voor de bevolking in Latijns-Amerika. Terwijl het duidelijk is dat de natuur veerkrachtig genoeg is om te herstellen van de schade die we de voorbije eeuwen hebben aangericht. Terwijl heel duidelijk is dat een eerlijke verdeling van hulpbronnen voor iedereen beter is. Blijkbaar is bij sommige mensen de hebzucht en arrogantie nog niet helemaal verdwenen.

Straks ga ik met Marieke en Klaas overleggen hoe het verder moet. Gaan we onze reis stopzetten, en proberen zo snel mogelijk thuis te geraken? Wat hoe dan ook een kwestie van weken is. Of wachten we nog enkele dagen af alvorens te beslissen? Ik hou jullie op de hoogte…

8 augustus 2034: we zijn overbodig


Ondertussen zijn we al een dikke week op Latijns-Amerikaanse bodem. Er is te weinig tijd om de vele indrukken en ervaringen die we dagelijks ervaren ook nog eens te kunnen neerschrijven. Dus beperkt ik me tot wat losse flarden.

Wat natuur betreft is Colombia een ongelofelijk prachtig land, er zijn de hoge toppen van de Andes, de regenwouden in het Zuiden (die uiteindelijk dank zij het vele geweld in de jaren 1970-2015 veel minder geëxploiteerd zijn dan het Amazonewoud langs de Braziliaanse kant van de grens). Er zijn de machtige rivieren met vooral de Magdalena en de Meta. Colombia telt ook een groot woestijngebied in het Noordoosten. Daar hebben we stukje door gereden met onze snelle trein naar Quito. Colombia was ooit een belangrijke olie-exporteur (800 000 vaten in 2011). Daar is een einde aan gekomen toen een grote internationale beweging de regering er van kon overtuigen om de export af te bouwen in ruil voor financiële middelen. Het zijn die middelen die uiteindelijk ook de sociale rust in het land hebben hersteld.

Bij aankomt in Quito viel het me op hoe verschillend de stad is in vergelijking met mijn eerste bezoek 38 jaar geleden terwijl de ziel van de Quito bewaard is gebleven. Opvallend bijvoorbeeld hoe kleurrijk de stad en de mensen zijn, de Idigna cultuur heeft de Veramerikanisering gestopt en de enige Mac Donalds die je nu nog kan vinden in Ecuador is een museum geworden, waar bezoekers kennis kunnen maken met de levensstijl van begin deze eeuw. De omslag is ook te merken in het ontbreken van afval en vuilnis in de straten en de wijziging van het verkeer. Er is een bijzonder efficiënt vervoerssysteem, met een voertuig dat je best kan omschrijven als een kruising tussen een trolleybus en een light-rail metro. Daarnaast zie je heel wat elektrische driewielers om goederen te vervoeren in de steile straten van de hoofdstad. Ze halen hun energie uit de Solar-fire P32 centrales die je op elk plein ziet staan.

Ik herinner me dat we bij ons eerste bezoek ongerust waren over de mogelijke effecten van de uitlaatgassen op Marieke, die als baby in een draagzak mee op reis was. Nu is Marieke hier met volle teugen aan het genieten van de merkbaar frisse lucht in deze stad met ruim 2 miljoen inwoners. Er is wel wat ongerustheid over de mogelijke effecten van de aswolken die vanuit de VS richting Zuiden zouden kunnen drijven, maar voorlopig is er nog niks van te merken.

Daarnaast is het lekkere eten werkelijk een feest, aangezien we thuis enkel lokale voeding eten doen we dit ook hier en smullen we van de heerlijke bananen, granaatappels en naranjillas. Het is nu ook geen enkel probleem om hier vegetarisch te eten, iets wat in 1996 bijna ondenkbaar was. De beste landbouwgronden worden nu gebruikt voor het voeden van de eigen bevolking. Een land als Ecuador heeft daarnaast best nog wat mogelijkheden om wat extra te produceren, wat vooral naar de buurlanden gaat, en af en toe eens met de bananenboot naar Europa.

Bij het vorige bezoek was ik hier voor Broederlijk Delen. Ze hadden toendertijd verschillende projecten in Ecuador. Projecten van vorming voor jongeren en vrouwen, een boerenradio, een project rond de bescherming van een meer in de buurt van Otavalo. Ondertussen zijn er geen ‘onwikkelingsprojecten’ meer in de oude betekenis van het woord. De mensen nemen hun eigen lot in handen en zo zie ik dat Broederlijk Delen zijn oude slogan uit 2011 dan toch heeft waargemaakt: ‘maak onszelf overbodig’.

29 juni 2034: we zijn er bijna


De reis verloopt voorspoedig, en normaal gezien zullen we morgen de Amerikaanse kust in zicht krijgen. Nu kunnen we met de verrekijker al de indrukwekkende off-shore windmolenparken zien die massaal voor de Columbiaanse kust zijn opgetrokken. Honderden en honderden giganten die rustig rondjes aan het draaien zijn.

Al een geluk dat we met de boot zijn, want de voorbije dagen zagen we op het internetnieuws de berichten over verschillende grote vulkaanuitbarstingen. Het gaat onder andere over uitbarstingen in Yellowstone in de VS, de Pinatubo in de Filipijnen en de Vesuvius in Italië. Er is niet echt een verklaring voor deze plotse simultane activiteiten van vulkanen, al kan je op sommige fora lezen dat het al door de Maya’s voorspeld was.  Volgens specialisten zou dit uiteindelijk wel eens een goede zaak kunnen zijn. De huidige erupties hebben een impact die geschat wordt op 2 tot 3 maal die van de Pinatubo in 1991. Als gevolg van de grote hoeveelheden fijn stof en vulkanische as in de atmosfeer was toen een tijdelijke afkoeling van de aarde met zo’n halve graad. Dus zijn er nu nogal wat klimatologen die deze situatie als een zegen verwelkomen. Er zijn natuurlijk nog andere effecten – zoals enkele honderden menselijke slachtoffers – en een flinke toename van het zwavelzuur gehalte.

De uitbarstingen maken dat er nu al helemaal geen straalvliegtuigen vliegen, ook niet met de nieuwe generatie biodiesel op basis van algen. Enkel zeppelins die aan een voorzichtige come-back bezig zijn kunnen nog vluchten maken (en kleine propeller-vliegtuigjes). Op de boot hebben we er nog niks de vulkanische activiteiten gemerkt. Het weer is vrij rustig en de wind zit goed.

We hebben al ongelofelijk genoten van urenlang op het dek zitten en voor ons uit kijken. Het besef van de eigen nietigheid wordt wel heel groot als je dagenlang alleen maar oceaan ziet. Het besef ook dat de boot gedragen wordt door het water waar zo’n vier miljard jaar geleden het leven is begonnen – en dat wij de voorbije decennia behoorlijk in problemen hebben gebracht. Je zou van minder nederig worden.

Op de boot zit ook een oude visser uit Oostende die me regelmatig wijst op bepaalde activiteiten op en rond de boot. Scholen tonijn bijvoorbeeld, plantkon en zeewier, maar ook grote gebieden vol met stukjes plastiek. Samen kunnen we filosoferen over alles wat er mis is gelopen maar ook toch blij zijn met de nieuwe richtlijnen rond visvangst en het feit dat op een aantal plekken er beterschap in zicht is. Ik heb soms wat moeite om de man te verstaan, hij spreekt plat Oostends. Tragisch is dat hij zijn beide ouders verloren heeft bij de ramp van 2015.

Klaas amuseert zich te pletter op de boot, zijn oorspronkelijke bezwaren om in de keuken te werken heeft hij snel laten varen sinds hij bevriend is geraakt met een knap meisje. Ze is de dochter van een vrouw die eind vorige eeuw is geadopteerd door een Vlaams gezin. En nu gaan moeder en dochter terug naar het ‘moederland’. En zo komt bijna een einde aan de eerste etappe van mijn laatste grote reis. Een boot vol verhalen en herinneringen op weg naar een continent vol verhalen en herinneringen.

17 juni 2034: de grote reis


Vandaag voel ik me opgewonden als een jong veulen. Binnen een uurtje vertrekken we naar Oostende om daar op de boot te stappen naar Cartagena (Colombia). Het is al dertig jaar geleden dat ik een grote reis heb gemaakt en het was een oude droom om nog eens naar Latijns-Amerika terug te keren. Ik ga trouwens niet alleen, Marieke en Klaas zijn ook mee. Marieke heeft drie maanden vrij genomen en in het onderwijs worden dergelijke lange reizen sterk aangemoedigd. Klaas is nu vijftien en zal achteraf wel in de klas een heel project over zijn reis moeten uitwerken, zodat zijn klasgenoten mee kunnen genieten van zijn ervaringen. Voor Gert-Jan was het wat moeilijk om mee te gaan omwille van zijn werk, dus die blijft thuis.

We gaan met een redelijk klein vrachtschip, er zullen zo’n 60 passagiers meevaren en daarnaast zit er in het ruim een lading derde generatie warmtepompen van Daikin.  Bij de terugreis zal de boot – naast de passagiers – vooral bananen en cacao meebrengen. Hoewel de internationale handel fel is verminderd is die niet stilgevallen. We zullen 12 tot 15 dagen op de boot zitten, een beetje afhankelijk van de wind. Want het vrachtschip is uitgerust met zeilen om zo weinig mogelijk biodiesel te gebruiken.

De overtocht is niet goedkoop (ook omwille van de klimaattaks), maar je krijgt korting als je een paar uur per dag bepaalde taken uitvoert. Zo gaat Klaas elke dag twee uur meehelpen in de keuken en Marieke werkt mee in de onderhoudsploeg. Ze zal dus in de machinekamer mee te motoren onderhouden. Ik wou zelf ook wel iets doen, maar mijn kinderen drongen er op aan dat ik van deze reis zou genieten. Om het simpel te zeggen, ze hebben met gewoon verboden om klusjes te doen onderweg.

Dus zal ik veel tijd hebben, ik heb een hele (digitale) bibliotheek mee en enkele lege schriften. Het lijkt me een goede gelegenheid om eens terug te kijken op mijn leven. Ik ben tenslotte 74 en mijn lichaam wil niet altijd meer mee. Op de boot is er elke dag een uurtje internettoegang via satelliet zodat mijn lezers toch regelmatig nog een stand van zaken kan doorsturen.

Eenmaal we in Cartagena zijn gaan we verder met de trein langs de kust naar Quito (een reis van 2 dagen), dan blijven we een drietal weken in Ecuador. Een van de reisdoelen is Guasuntos. In januari 1997 ben ik daar geweest en heeft Marieke, die toen iets meer dan een jaar was, haar eerste stapjes gezet. We verwachten niet direct nog mensen terug te zien uit die periode, maar je weet maar nooit natuurlijk.

De uiteindelijk bedoeling is om dan via Peru in Bolivia te raken. Het zal nog een flinke trip zijn met bussen en treinen. Toch wil ik nog een keer terug naar de plaatsen die in ’87 zo’n diepe indruk op mij hebben gemaakt. De mijnwerkers in hun kartonnen huisjes op de gure Altiplano, de jeugdige actievoerders in Cochabamba, de boeren in Potosi. Het zijn die ontmoetingen die me als 27 jarige jongeman hebben gemaakt tot wie ik nu nog ben. Het contrast met de rijkdom in mijn zorgeloze jonge jaren kon niet groter zijn. Toen is me duidelijk geworden dan het probleem niet enkel armoede was, maar ook onze rijkdom.

Ik merk dat als ik hierover begin te schrijven, ik moeilijk te stoppen ben. Maar Klaas komt de kamer binnengestormd, ‘komaan opa, we moeten vertrekken onze trien naar Oostende wacht niet’.

12 april 2034: freeconomy


Nu iedereen over een basisinkomen beschikt zijn er daarnaast heel wat lokale en complementaire munten ontstaan om het economisch verkeer tussen mensen te regelen. Maar er is nog meer, een steeds belangrijker deel van de uitwisseling van goederen en diensten tussen mensen gebeurt zonder dat er geld aan te pas komt. Dit economisch model, ook wel ‘free economy’ genoemd is ontstaan in het begin van deze eeuw als een kritiek op de samenleving waar alles rond geld draaide. In de beginjaren werd nogal smalend gesproken over deze ‘freak economy’ als iets van idealisten en luieriken, maar nu zie je dit fenomeen overal als de normaalste zaak te wereld.

Ik ben natuurlijk zelf ook heel lang lid geweest van de Letsgroep in Gent en ken ook wel de Torekens en andere regionale munten en deelsystemen. Bij deze modellen heb je nogal wat werk bij het bijhouden van de stropkes of punten en is er een heel datasysteem nodig om dit allemaal in goede banen te leiden. Altijd is er een soort angst van als ik iets geef wil ik toch zeker zijn dat ik iets terug krijg van dezelfde (of liefst grotere) waarde. Ondertussen leven we in andere tijden en is de mentaliteit grondig gewijzigd.

Mensen doen nu zaken voor elkaar zonder er iets van terug te verwachten. Wie te veel heeft deelt, zo zie je regelmatig mandjes op straat staan met eieren of courgettes. Het gaat dan om overschotten die je gewoon kan meenemen. Wie iets nodig heeft vraagt het, kijk maar naar het gigantisch succes van de ‘durftevragen’ sessies. Het klinkt misschien paradoxaal in een tijd waar we erg zuinig moeten zijn met energie en grondstoffen, maar het uitgangspunt is dat er nu genoeg is voor iedereen. En dat we erop vertrouwen dat niemand meer neemt dan nodig.

Ik kan me voorstellen dat de generaties die leefden eind vorig eeuw dit totaal absurd zouden vinden. Relaties tussen mensen waren vaak gekenmerkt door wantrouwen. “wat wil de ander van mij…ik moet oppassen of ik wordt in de zak gezet… je kan tegenwoordig niemand meer vertrouwen…ik zal wel voor mezelf zorgen, ik heb niemand anders nodig…” Omdat onze status vooral afhankelijk was van ons bezit was iedereen druk in de weer het eigen bezit te vergroten en te beveiligen. Nu worden mensen vooral gewaardeerd voor wat ze bijbrengen aan de buurt en de gemeenschap. Toch wel iets aangenamer vind ik persoonlijk…

Hieronder een klein filmpje uit de begindagen van de freeconomy…