nog een investering


Hoewel van de voorspelde horrorwinter nog niet veel in huis is gekomen heb ik de vorige week nog een investering gedaan in isolatie. Een investering waarvoor geen subsidie of fiscale aftrek voorhanden is: thermisch ondergoed. Ik had al eerder gelezen dat dit soort ondergoed echt wel een verschil maakt. Ik denk dat het er om ‘culturele redenen’ nog niet van gekomen was.

Ik ben niet opgegroeid in een gezin met onderbroeken tot aan de enkels, en het beeld ervan doet me toch wat terugdenken aan grootmoeders tijd. Nu stond er in de nieuwe Koevoet hetzelfde artikel over het belang van lichaamsisolatie, dus heb ik mijn vooroordelen aan de kant geschoven en voor mezelf en de kinderen een setje aangeschaft. Een investering van 75 euro, om ons alledrie te voorzien van dit hoogtechnologisch textiel.

Tot mijn verbazing vonden Marieke en Adam dit heel tof en hebben ze het al een paar keer gedragen. Net als ikzelf. En het klopt dat dit een effectieve manier is om je warmte goed bij te houden zonder comfortverlies. Integendeel, het voelt aangenaam om tijdens koude en tochtige dagen nog een extra laagje vel te hebben. En wat imago betreft, vooreerst draag je dit ondergoed onder al de rest en is er dus niemand die daar een opmerking kan over maken. Ik zal zeker niet beweren dat de wazige foto hiernaast ‘sexy’ is, maar het is zeker geen oubollig zicht.

Het materiaal dat ik nu gekocht heb ik wel grotendeels synthetisch (Polyester, Viscose en Elastaan), al lijkt het me in elk geval beter te verantwoorden om olie te gebruiken om thermisch ondergoed te maken in plaats van die te verbranden. Nu we echter enthousiaste gebruikers zijn van ondergoed met lange mouwen en benen is de volgende stap op zoek gaan naar natuurlijk materiaal voor ons thermisch ondergoed. En dan kan de verwarming weer een graadje lager…

 

Advertenties

12 Reacties

  1. Ik draag al jaren thermisch ondergoed zodra de temperatuur wat lager wordt. En dat zowel binnen als buiten.

    Er is echter – ook op ecologisch gebied – een groot verschil tussen de diverse soorten thermisch ondergoed en de bijhorende fabrikanten. (Net zoals bij gewone kleding.)

    – Gebruik van kleurstoffen. Veel textielkleurstoffen zijn bijzonder milieuonvriendelijke. Naast de milieu-impact is dit ook slecht voor de persoon die zulke kleding draagt.

    – De stoffen zelf.
    – Er is thermisch ondergoed van natuurlijk materiaal (Merino-wol) en van kunststof.
    – Het kunststofmateriaal kan gerecycleerd zijn of nieuw geproduceerd.
    – Het natuurlijk materiaal kan dan weer biologisch worden afgebroken.
    – Katoen werkt niet goed als thermisch ondergoed.
    – Sommige kleding kan goed gerecycleerd worden en/of de fabrikanten zorgen zelf voor recyclage. Bij anderen kleding is dat moeilijker. Volgens mij scoren gemengde materialen op dat gebied slecht en is het beter om kleding te kiezen uit één materiaal.

    – Voor kleding uit Merino-wol zijn er fabrikanten die geen wol gebruiken van wolproducenten die de zeer dieronvriendelijke techniek van ‘mulesing’ toepassen.

    – Ook bij de productie van thermisch ondergoed is semi-slavernij van de productiearbeiders geen uitzondering.

    – Sommige soorten gaan zeer snel stinken, andere niet. Dat hangt sterk van het materiaal af, maar als men een soort heeft die snel gaat stinken is het belangrijk dat deze ook warm gewassen kunnen worden.

    Spiijtig genoeg is de informatie hierover sterk verspreid. http://m.goedewaar.nl/ is wel een goede start, maar geeft zeker geen overzicht van alle merken. Er staan echter wel merken bij die goed scoren en thermisch ondergoed produceren.

  2. De producten van Icebreaker zijn misschien een interessant alternatief. Allemaal van (Merino) wol – hebben bijvoorbeeld ook een wollen variant voor de synthetische fleece. Ook zeer aangenaam om te dragen (en stijlvol). Ik zou het zelf aanbevelen boven de synthetische varianten. Is overigens een bedrijf met interessant verhaal, nogal ecologisch geïnspireerd. Helaas niet goedkoop, maar wel te vinden in de standaard trekking-winkels. Scoren ook goed in tests (o.m. qua geur).

    Misschien eens kijken op:
    http://en.wikipedia.org/wiki/Icebreaker_(clothing)

  3. Alleen vervelend als je dan ergens binnenkomt waar het warm is, ga je zweten gelijk zot.

  4. Wij hebben tijdens de eerste winter na onze terugkeer uit de Dominikaanse Republiek meteen thermisch ondergoed gekocht – en zeker geen spijt van gehad. Bijkomend voordeel: je kan ook kledij die eerder voor zomer en tussenseizoenen geschikt is blijven dragen als het een ietsje kouder wordt, en putje winter heb je het lekker warm – enkel tenen en vingers blijven een probleem…
    Van dat zweten, weinig last – maar ik ga pas echt zweten vanaf 35°, lang leve gewenning 😉

  5. Wol is de beste isolator wat kleding betreft. Het is zo dat wol zeer goed isoleert, maar er tegelijk ook voor zorgt dat je niet gaat zweten.
    Voordeel aan wol is ook dat het gedeeltelijk ‘zelfreinigend’ is en het dus lang duurt vooraleer het gaat stinken. Nog een voordeel is ook dat wol zeer veel vocht kan opnemen (zweet bijvoorbeeld, moest je het toch te warm krijgen) zonder echt nat aan te voelen.
    Merinowol is dan weer de zachtste wol (doordat het de langste vezels heeft enzo) maar helaas ook wel meestal de duurste.
    Conclusie: als je het bedrijf wat weet te kiezen (zoals hier boven al is aangehaald) is het perfect mogelijk om voor een ecologisch verantwoord setje thermisch ondergoed te gaan!

    • Het is wel erg kort door de bocht om te zeggen dat wol de beste isolator is en er voor zorgt dat je niet gaat zweten. Hoe gevoelig iemand is voor zweten, hangt sterk van persoon tot persoon af. Maar iemand die te warm is gekleed voor de omstandigheden en de activiteit gaat sowieso zweten, daar veranderd wol niets aan.
      Bovendien is er tegenwoordig zeer goede ‘kunststof’-kleding die wat isolatie betreft niet moet onderdoen voor wol, zeker niet voor ‘gewone’ (niet merino) wol.
      Gewone wol verlies trouwens het grootste deel van haar isolerende eigenschappen als het nat wordt, het is voor actieve omstandigheden dan ook net belangrijk dat het vocht zo snel mogelijk wordt afgevoerd, niet dat er zoveel mogelijk vocht opgenomen wordt. Merino wol scoort op dat gebied wel beter dan gewone wol. De kwaliteit van merino-wol heeft overigens niets te maken met de lengte van de vezels, wel met hun fijnheid.

      Het probleem van vochthuishouding stelt zich natuurlijk veel minder voor gebruik binnenhuis in ‘rustige’ omstandigheden.

      Sommige kunststoffen gaan inderdaad snel stinken, maar dat gaat niet op voor alle kunststoffen en sommige soorten zorgen – b.v. door het gebruik van zilver – dat er geen last is van stank.

      Als mensen pleiten voor het één of het ander is dat meestal vanuit een gebrekkig ervaring met het andere en vaak spreken er vooroordelen uit. Dat gevoel heb ik nu ook weer. Hoeveel ervaring heb jij met goede kwaliteit kunststofkleding?

      • Dag Renaat

        Het is inderdaad redelijk snel dat ik vorige reactie geschreven heb, en dus met weinig argumenten onderbouwt. Maar het is zo dat ik 3 jaar textielontwerp heb gedaan en daar toen redelijk materialenkennis heb opgedaan.
        Mijn redenering is volledig opgebouwd vanuit de idee dat het hier gaat om natuurlijke vezels. Waarbij ik dan ook ten zeerste wol kan aanbevelen. Ik heb inderdaad minder ervaring met synthetische kleding, dat geef ik toe.
        Dat merinowol de ‘betere’ is, is onder meer omdat het lange vezels heeft: het prikt onder andere daardoor minder, wat voor veel mensen echt wel een hindernis is om wol te gaan dragen. Ik wil daarbij zeker niet gezegd hebben dat het alleen maar is omdat het langere vezels heeft!
        En ik denk dat het argumenten van u over de gevoeligheid van een persoon, de omstandigheden en over de hoeveelheid kledij die erboven wordt gedragen niet opgaat voor wol alleen, maar dat dit voor kunststof en andere kledij ook zeker het geval is.
        Maar laat ik nog eens duidelijk zijn: ik heb hierboven enkel een vergelijking gemaakt tussen NATUURLIJKE materialen onderling, niet de vergelijking met synthetische vezels!
        Misschien had ik in mijn eerste zin ‘kleding’ beter vervangen door ‘natuurlijke textielvezels’, maar bon, ik heb al gezegd dat ik die reactie zeer snel geschreven heb. Omdat ik nu eenmaal enthousiast was en snel mijn idee daarover wou delen… 😉
        Groetjes
        Annaïs

  6. Bovenstaande reacties wijzen zeer duidelijk op het spanningsveld tussen ‘natuurlijke’ kringloop en ‘technologische’ kringloop binnne het cradle 2 cradle verhaal. En veelal kan je daar ‘vrouwelijk’ en ‘mannelijk’ op plakken. Grappig…Het is een en/en verhaal, zoals zo vaak.
    Ik kan niets van thermisch ondergoed, maar als de materiaalstromen (de economie van materialen) een beetje volgt zal de ene keer de ‘technologische’ kringloop een betere LCA scoren en de andere keer de ‘natuurlijke’ kringloop. Dat hangt bijvoorbeeld af van het sluiten van de kringloop, de kwaliteit van het recycling proces en de toegevoegde grondstoffen en energie die telkens weer nodig zijn.
    Het ‘oude’ ecologische paradigma is gebaseerd op het verwerpen van de technologische grondstoffen en het voortdurend kiezen voor ‘natuurlijke’ grondstoffen. Dat onderscheid wordt echter heel cultureel ingevuld. Zo is glas en hout zeer lang als ‘ecologisch’ ervaren voor zowat alle toepassingen, terwijl ondertussen blijkt dat de LCA van een échte C2C polymeer het veel beter doet, onder andere vanwege de mate van toegevoegde energie. Een hybride vorm, tussen ‘cultureel als natuurlijk ervaren’ en ‘high tech grondstoffen en productieprocessen’, zijn de grondstoffen die bioafbreekbaar zijn (en vaak landbouwproducten afkomstig zijn) maar ontwikkeld worden tot grondstoffen met eigenschappen uit de technologische sfeer.
    Terecht wordt er een onderscheid gemaakt tussen grondstoffen waar veel ontginning voor nodig is (oogsten, mijnen, …) en weinig én waar veel toegevoegde energie nodig is of minder (smelten van glas of van polymeren).
    Ook het oogsten van ‘natuurlijke’ grondstoffen heeft een impact, net zoals het ‘mijnen’ van ‘technologische’ grondstoffen. De duurzaamheid ligt in de mate waarin en het tempo waarmee geoogst of ontgonnen moet worden. En het de kwaliteiten van het proces waarmee dat gebeurt. Maar per toepassing is het nodig open te staan voor de ene en de andere kringloop, en de hele LCA te bekijken. Dat is niet de taak van de consument, maar van de producent, bijvoorbeeld door te communiceren over de ecologische voetafdruk van een product tot aan de winkel. Wat een sterk vereenvoudigde methode is, maar waar de consument ‘mee weg kan’.
    Tenslotte is het ook de moeite om na te denken over ‘het marginaal nut’ van een kost of inspanning. We kunnen misschien ons concentreren op die keuzes waar de impact in de ene of andere richting het mees kritisch is. En ik weet niet of de keuze van het materiaal van thermisch ondergoed wel zo relevant is. Maar het zou wel eens kunnen dat het dragen van thermisch ondergoed door velen, en dit dus hip maken en sociaal aanvaardbaar, wel een kritische impact kan realiseren. Ook Donderdag Veggie Dag heeft een reële impact gehad op de markt van vlees in Vlaanderen. Niet door diepgaand op details in te gaan (te verdiepen) maar heel haalbare opties te bieden (te verbreden). Misschien iets om mee te nemen voor elkeen die deel uit maakt van de community rond LIM en LIM zelf…

  7. mij zal het worst wezen of Steven zijn thermisch ondergoed al dan niet de allerbeste keuze en materiaalsoort is, het zorgt er vooral voor dat er kan bespaard worden op verwarming en dus o.a. ook CO2. dat is de essentie. of dat ondergoed nu van wol is (en van welke soort, en vangrijze of witte schapen of van een onontdekte diersoort, dat zal me eerlijk gezegd (seitan)worst wezen).
    ik begrijp de noodzaak aan de juiste info om de juiste keuzes te kunnen maken, maar zie dit verhaal niet graag verzanden in een soort zuiverheidsdiscussie waarbij iemand die niet over alle info beschikt terecht gewezen wordt en het gevoel krijgt niet allerduurzaamst bezig te zijn.

  8. Enkele waardevolle reacties al hierboven.
    Ik voel me toch ook geroepen om mijn steentje bij te dragen. Niet zozeer vanuit een technisch of theoretisch onderbouwde benadering, maar vanuit mijn persoonlijke ervaringen.
    Lang geleden (toen de dieren nog spraken) had ik wel ergens iets van thermisch ondergoed (onderhemd met lange mouwen denk ik). Ik vermoed dat dat van Damart was, weet niet of het natuurlijke of synthetische vezels waren.
    Via het snowboarden heb ik het thermisch ondergoed opnieuw ontdekt. En vermits je bij het snowboarden flink kunt zweten is het synthetisch materiaal geworden.
    Maar dan wel van Patagonia, een merk dat op alle vlak streeft naar een minimale milieu-impact. De grote helft van mijn thermisch ondergoed is dan ook gemaakt van gerecycleerde PET-flessen.
    Super warm, en comfortabel. Ik kan het alleen maar aanbevelen.
    En los van de ondergoed discussie wil ik ook even pleiten voor het gebruik van een warme pul. In plaats van de verwarming een graadje hoger te zetten, doe gewoon een pull aan!

  9. Hier dragen de man en jongens thermisch ondergoed van duitse makelij (geen kinderarbeid ed) en gemaakt van eucaliptus vezels. Geen idee of dat nu zo goed voor het milieu is, zo,n eucaliptus drinkt veel water, maar de gaskachel kan lager! Zelf draag ik graag een paar twedehands ‘ oude dames’ wollen hemdjes met lange mouwen en dikke wollen sokken en pantoffels. Ook vesten zijn favoriet hier in huis. Het mannen ondergoed kocht ik bij een outlet winkel voor maar 1euro per stuk! De orginele prijs was 17euro, dus veel goedkoper dan jullie ondergoed…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: