de teruggeeftijd


De zon van de voorbije dagen maakt dat ik vandaag de eerste tomaatjes van de parkeermoestuin zal kunnen oogsten. Tot hiertoe kon ik al flink wat sla en courgettes eten, enkele paprika’s en een portie boontjes. De worteltjes zijn ook voor binnenkort, wat zo goed als niet lukt  zijn de bloemkolen en broccoli. Niet echt eenvoudige teelten voor beginners zoals ik.

Op het dak ook nog wat verandering nu mijn zonnepanelenpark is verdubbeld van 1 naar 2 exemplaren. Het is hetzelfde systeem als van het eerste paneel dat ik twee jaar geleden heb aangekocht. Een paneel met een omvormer dat je zo kan aansluiten op een stopcontact. Ik heb hiervoor geen subsidie aangevraagd en ook geen groene-stroom certificaten. Dat maakt dat de terugverdientijd rond de 15 jaar zal schommelen.

Maar daar gaat het in mijn geval niet om. Het gaat er om het laatste stukje aangekochte elektriciteit te vervangen door ‘zelf’ geproduceerde stroom. Met 1 paneel kon ik net niet genoeg opwekken om mijn verbruik van 250 kWh te compenseren.  Nu zal ik een wellicht een beetje stroom te veel hebben die ik met veel plezier aan mijn buurman schenk.

Vanuit economisch standpunt gezien allemaal niet zo interessant, omdat het rendement op deze investering van 500 euro erg laag is. Net zoals de tijd die ik investeer in de tomaatjes ze veel duurder maakt dan de tomaten in de winkel  (en het verhuren van de parkeerplaats zou nog veel meer opleveren).  Maar dat is nu juist het punt natuurlijk, als we onze beslissingen laten afhangen van de  ‘return on investment’ en de ‘terugverdientijd’ zitten we in het oude denkpatroon en komen we nooit op tijd aan de echte veranderingen die nodig zijn.

Misschien moeten we niet langer denken aan terugverdientijd maar kiezen voor teruggeeftijd.  Tijd om terug te geven wat we de voorbije decennia hebben afgenomen van de natuur, terug te geven wat we nog dagelijks afnemen van andere mensen. Zo kunnen we onszelf misschien ook wat levenskwaliteit teruggeven.

olympische gedachten


Een mens moet al naar de radiomis op radio Eén luisteren om nog eens een uurtje radio te krijgen zonder olympische flitsen. Het kan best zijn dat dergelijke spelen iets uniek zijn, maar dat alle andere nieuws daarvoor moet wijken gaat me toch een beetje te ver. Vooral omdat dit zogenaamde feest van sport vooral een commerciële bedoening is geworden. Al wordt daar in de media nauwelijks nog over gesproken, we zijn al zo blij dat landgenoot Jacques Rogge de baas is van dit circus dat kritiek niet gepast is.

Tijdens zo’n momenten is het dus geen slecht idee om eens te kijken wat de ‘andere’ media er over schrijven.  Volgend stukje in Mo laat zien hoe het zit met de macht van de sponsors, zo zijn er 800 restaurants in London die geen frieten mogen serveren, omdat dit een inbreuk is op de rechten van Mc Donalds.  Dat een bedrijf dat de promotor is van ongezonde voeding (vooral bij kinderen en jongeren) zich gaat associëren met een evenement dat gezondheid moet bevorderen is op zich al bedenkelijk. Maar het gaat nog verder. Zo kan je lezen bij De Wereld Morgen, hoe een bedrijf als Dow Chemical (verantwoordelijk voor de de productie van Napalm in Vietnam) nu een trotse sponsor van dit gebeuren van fair play en sportiviteit.

Kortom, we kunnen ons de volgende twee weken vergapen aan allerlei sportieve hoogstandjes (en blij zijn met hier een daar een Belgische bronzen plak), maar de wereld draait ondertussen verder. Met de afschuwelijke conflicten in o.a. Syrië en Congo, de droogte in de V.S. en de bosbranden in Rusland, de economische ellende in Griekenland en Spanje, de hongersnood in Soedan, het kleine en grote racisme overal ter wereld. En zo zou ik nog een tijdje kunnen doorgaan. We laten ons best maar niet in een olymische slaap wiegen.

boer zkt tuin – tuin zkt boer


In onze lange reeks inspirerende initiatieven is er hier nog eentje: tuindelen. Want zoals ook als het over tuinieren gaat is niet alles op de wereld goed verdeeld. Er zijn mensen die dolgraag een moestuintje willen beginnen maar geen tuin (of zelfs geen parking hebben). Daarnaast zijn er mensen die  wel een stuk grond of tuin hebben maar er om verschillende redenen niet aan denken om daar iets nuttig mee te doen. De nieuwe site http://www.tuindelen.be wil daar iets aan doen.

Naast het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod wil de site ook andere mensen bereiken die manier kunnen helpen bij het  delen van kennis, gereedschappen en tijd om mee te helpen. Het project past in de trend naar meer lokale voeding en stadslandbouw. Het project is opgestart door de transtiegroep in Lier, maar de site werkt voor heel Vlaanderen. Je kan dus nu je eigen tuin aanbieden, een stukje braakliggende grond signaleren of zelf je kandidatuur stellen om in de buurt te gaan tuinieren.

Omdat dergelijke projecten pas goed werken als ze breed bekend zijn een oproep om dit zelf meteen verder bekend te maken. Hoe meer we delen hoe beter.

Michel, Ulrich, Lilianne, Jean-Hubert, Bert en Fred.


Voila, dit zijn de namen van de eerste reeks LIP’s die binnenkort starten met hun Low Impact jaar. LIP staat voor Low Impact Pensio, en is een project van Okra dat zal lopen in 2013 en 2014. Naast deze zes mensen die ik gisteren in de opleiding heb gehad zijn er nog 14 anderen die zelf aan de slag zullen gaan om hun ecologische voetafdruk te verkleinen.

Best wel boeiend om met een groep 60 plussers aan de slag te gaan over ecologische en andere uitdagingen. Eén ervan heeft trouwens zelf net een lage energiewoning gebouwd met stro en leem, een andere is een actieve gids bij een bio-geiten boerderij.  Interessant is vooral dat de meesten van hen nog herinneringen hebben aan een kindertijd zonder televisies, auto’s en bananen.  Ze zijn ook meestal opgevoed met een aantal waarden zoals: ‘voedsel gooi je niet weg’ en ‘wat kapot is moet je herstellen in plaats van het weg te gooien’.

Anderzijds waarschuwden de LIP’s me ook dat de huidige generatie senioren niet altijd makkelijk te motiveren zijn om ecologisch te gaan leven. Het is moeilijker om op die leeftijd gewoontes te veranderen, vaak overheerst het idee van ‘het zal onze tijd nog wel duren’ en een flink deel van de senioren willen graag genieten van reizen, lekker eten en ontspanning. Ik ben dus heel benieuwd hoe het zal lopen met de 20 Low Impact Senioren en hun impact op de leeftijdsgenoten.

Uiteraard gaat het niet om terug te gaan leven zoals Evert, maar misschien lukt het toch om ook deze bevolkingsgroep wat te inspireren.

droge voeding


Het heeft vooral te maken met mijn goesting om nieuwe dingen uit te proberen en niet met de alarmerende berichten rond voedsel dat ik gisteren een lading Bio-voeding thuis heb laten leveren. Er is namelijk een nieuw bedrijfje opgestart dat het mogelijk moet maken makkelijker aan bioproducten ten komen: Bioliki.

Ze bieden een ruim assortiment van voeding, verzorging en kruidenierswaren aan.  Je bestelt online en krijgt een bericht zodra er de levering zal gebracht worden. Dit kan even duren want het is afhankelijk van andere bestellingen die in dezelfde regio zijn gedaan. Wat me in elk geval een redelijk ecologische aanpak blijkt. Pas als de datum van de levering vast ligt wordt je gevraagd om het verschuldigde bedrag te betalen. Voor deze proefzending heb ik volgende producten besteld:

Gisteren is alles netjes geleverd, met nog een twee extra burgers erbij om even te proeven. Voordeel van de seitan en tofu-producten is dat ze lang te bewaren zijn (tot april 2013), nadeel is eventueel dat deze uit Spanje komen. Aangezien ik al lid ben van een voedselteam, het voedselcollectief én een biowinkel in de buurt heb is deze dienst voor mij misschien niet essentieel. Maar voor mensen die dit soort organisaties niet ter beschikking hebben lijkt me Bioliki toch een interessant alternatief. PS: ze leveren in de veelhoek: Oudenaarde- Gent-Sint-Niklaas-Lier-Leuven-Nijvel.

speciale zoon


Gisterenavond, het was al tegen 10 uur wou Adam toch nog graag een filmpje kijken. Na enige onderhandeling mocht het dan (tot max. 23 u) en was de vraag dan welk filmpje. Bij buurman Thomas is er een hele collectie films van Star Wars, Spidermans en andere spectakelfilms die spek voor de bek zijn van 14-jarigen. Maar neen, Adam wou Meat The Truth zien.  Een film uit 2009 die we al eens samen hebben bekeken en een vlijmscherpe analyse maakt van de impact van de vleesproductie op het klimaat.

Ik heb het twee keer opnieuw gevraagd of dit zijn keuze was, maar hij was zeker. Hij vond het een goed idee om nog eens te zien waarom hij vegetariër was (want soms heeft hij wel trek in een stukje vlees). Dus heb ik met hem een deel van de film opnieuw bekeken. Voor wie de film nog niet gezien heeft, het blijft een aanrader, je kan de film trouwens helemaal online zien (in 10 verschillende talen).  Iets voor volgend weekend als er weer regen op komst is. De site zelf bevat ook heel wat interessante info, zoals een aantal besparingstabellen die aantonen wat we kunnen doen voor het milieu door minder vlees te eten.

Het is in elk geval fijn te merken dat Adam er zelf voor kiest om dit soort films te her(bekijken). (nu  is hij wel bezig met een of ander computerspelletje waar ik niks van begrijp)

en nu: een deftig verslagje


Ik ben ondertussen thuis, ik heb niet het hele debat meegedaan (want ik wil ook niet beschuldigd worden van kinderverwaarlozing). Als ik de stukjes hieronder bekijk moet ik toegeven dat de iPhone niet het handigste instrument is (of ik niet de handigste gebruiker) om er live op te bloggen. Misschien is dit meer iets voor Twitter.

Maar goed, nog een paar dingen over de inhoud zelf. Het thema van het debat was eigenlijk de nood aan een stadsdebat over een stadsvisie. Stijn Oosterling gaf in de inleiding aan dat er in Vlaanderen nauwelijks sprake is van een stedenbeleid, en dat ook de steden nauwelijks een globale stedelijke visie ontwikkelen. Tegelijk stelde hij dat zo’n visie veel meer is dan wijkprojecten of specifieke acties voor bepaalde doelgroepen. Het viel op dat de meeste politici op het podium daar wel akkoord mee waren maar dan nogal snel terug begonnen over specifieke deelgemeentes of wijken.

Wat ik het meeste miste was een bredere kijk. Als grote uitdaging voor de stad worden genoemd de verkleuring, de demografie (steeds meer stedelingen), de mobiliteit en het woonbeleid. Maar behalve een korte verwijzing van Elke DC is er niet gesproken over de mondiale veranderingen die er aan zitten te komen. Hoe gaan we om met gevolgen van klimaatverandering op stedelijk niveau? Hoe reageren we als steden te maken krijgen met problemen van bevoorrading van energie of voedsel? En wat zijn de gevolgen als het financieel systeem het begeeft (want wat nu in Spanje gebeurt is redelijk verontrustend), als we een langdurige recessie tegemoet gaan? Hoe gaan we schaarser wordende middelen dan verdelen?

Hoe de verschillende kandidaten deze mogelijke problemen zullen aanpakken is nog niet zo duidelijk geworden. En als er echt een visie moet ontwikkeld worden kan je niet om deze vragen heen. Ik hoop maar dat de aanwezigen ook na 15 oktober bereid zijn om met burgers en middenveld een echte dialoog te starten over de toekomst die we willen. En daar wil ik zelf zeker ook aan meewerken.