stilstand


stilstandBij het eerste debat van de feesten kon ik het niet laten toch nog 1 boek te kopen. ‘Stilstand’ van Manu Claeys, met als ondertitel ‘over machtspolitiek, betweterbestuur en achterkamerdemocratie’.  (Van Halewyck, 2013).

Het is een turf van 550 pagina’s met een chronologische beschrijving van het Oosterweeldossier. Het is een bundeling van opiniestukken, bezwaarschriften, persberichten, nota’s en klachtenbrieven.  Hoewel het vaak behoorlijk technisch is (het gaat over MER, en RUP en andere kwesties) leest het boek soms als een thriller, maar regelmatig zorgt het lezen van dit verhaal voor verbijstering en ongeloof.

De manier waarop vooral de Vlaamse regering de voorbije jaren dit dossier heeft aangepakt getuigt van onwil, onkunde en manifest slecht bestuur. De actievoerders van sTraten generaal en Ademloos zijn er de voorbije jaren in geslaagd een breed draagvlak te creëren voor een alternatief traject (Meccano) dat de leefbaarheid van de stad ten goede komt. Toch blijft de Vlaamse regering vast houden aan het BAM tracé dat veel duurder is en grote gevolgen zal hebben voor de gezondheid van veel Antwerpenaren én het mobiliteitsprobleem niet zal oplossen. De manier waarop omgegaan wordt met inspraakprocedures en waarop via voldongen feiten wordt gewerkt is bij momenten hallucinant.

Als (lokale) politicus is het dus af en toe slikken als je leest hoe het er soms aan toe gaat. Nochtans is sTraten generaal geen politieke actiegroep. Het gaat over een breed platform mensen die ongelofelijk veel kennis hebben opgedaan, zeer goed doordachte voorstellen formuleren en op een transparante manier communiceren. De brede samenwerking met onder andere mensen van de haven en het bedrijfsleven onder te titel Forum2020 toont aan dat er alternatieven zijn.

Reeds 8 jaar is de strijd bezig (en het zal nog wel een tijdlang duren), waarbij ik alleen maar respect kan opbrengen voor de manier waarop sTraten generaal er toch in slaagt het beleidsproces te beïnvloeden.  Mijn hoop is dat zowel lokale actiegroepen als politici dit boek grondig doornemen en beseffen dat de tijden waarin de politiek beslissingen neemt zonder rekening te houden met het algemeen belang voorbij is. En in plaats van mondige burgers af te schilderen als lastige extremisten zouden we heel blij moeten zijn met het engagement en de betrokkenheid. Luisteren naar en samenwerken met bewoners die positieve voorstellen doen is veel moediger dan koppig vasthouden aan verkeerde besluiten.

 

Advertenties

36 uur debat


Het blijft een merkwaardig fenomeen, tijdens de Gentse feesten, 9 dagen aan een stuk, debatten over maatschappelijke thema’s van 4 uur. Er zijn trouwens verschillende mensen die alle debatten meemaken en op die manier 36 uur achter de kiezen hebben.

Ik wou vandaag zeker het slotdebat niet missen met als thema de zoektocht naar de beste manieren om in te gaan tegen de almacht van het neo-liberale model. Het begon met een inleiding van Thomas De Creus die stelde dat er zich een interessant fenomeen voordoet als het gaat over maatschappelijke moeilijke thema’s. Hij noemt het een ‘schuldvervangend angstdiscours’. Bijvoorbeeld, Europa blijft zeggen dat we allen harder en meer moeten werken en de sociale zekerheid afbouwen om de welvaart te behouden.  Het gaat niet alleen over angst aanjagen maar ook over de schuld te leggen bij degenen die de ‘oplossing’ durven vraag stellen. Zo worden vakbonden die tegen hervormingen zijn voorgesteld als een bedreiging voor de welvaart. Zo worden zij die actie ondernemen tegen GGO’s verweten dat ze schuld hebben aan de honger in de wereld, terwijl ze net daarom in actie komen.

De tweede vaststelling van De Creus is dat we leven in een post-democratie. Alle formele kenmerken van een democratie zijn aanwezig, maar de kwaliteit van de democratie gaat achteruit. In de neo-liberale visie is politiek best iets dat als technocratisch instrument functioneert en waar de gewone mensen zich beter niet mee moeien (want ze begrijpen het toch niet). Waardoor de politiek vaak een autoritair trekje krijgt en inspraak vaak niet meer is dan een doekje voor het bloeden.

Op basis van deze stelling ging moderator Eric Goeman in de debat met Thomas Decreus (medeorganisator SHAME betoging in 2011), Eric Corijn (prof. em. Sociale en culturele geografie VUB; , Dominique Willaert (artistiek en inhoudelijk coördinator Victoria De Luxe), Jan Dumolyn (historicus, prof. Middeleeuwse geschiedenis UGent, Barbara Van Dyck (onderzoeker en activiste, beklaagde in het GGO-aardappelproces); Robrecht Vanderbeeken (filosoof, auteur van “Buy Buy Art. ); Francine Mestrum (onderzoeker, activist, lid internationale raad Wereld Sociaal Forum; Manu Claeys (voorzitter van sTraten generaal, actiegroep tegen de lange wapper.

De twee stellingen van de inleiding konden in elk geval geïllustreerd worden de aanwezige actievoerders, vraag is een beetje wat doen we daar nu mee? Eric Corijn was enerzijds wel optimistisch omdat de laatste 10 jaar wel duidelijk geworden is dat het neo-liberalisme meer problemen veroorzaakt dan het oplost. Dominique Willaert vond dat er een angstaanjagend veel pessimisme is bij links. Francine Mestrum gaf aan dat ze het gevoel heeft dat we na 20 jaar strijd nog nergens staan. Jammer genoeg ging de discussie iets te vaak over filosofisch theoretische concepten, waarbij er na de pauze veel tijd verloren is gegaan aan meningsverschillen tussen twee sprekers.

debatGFDe interessantste ideeën kwamen uiteindelijk van Manu, Barbara en Eric die elk op hun manier het belang onderstreepten van de vele dingen die gebeuren. Dat er steeds meer positieve en mobiliserende voorbeelden zijn. Eric Corijn stelde dat de bevrijding komt van mensen handelen vanuit andere doelen. Daarnaast ook een oproep om zowel te strijden tegen bestaande ellende en tegelijk oog te hebben voor het ideaal beeld in de toekomst. Uiteindelijk veranderen zaken omdat mensen reageren op wat fout loopt, omdat ze laten zien dat het anders kan, omdat ze ideeën uitwisselen en samenwerken.

Een beetje jammer dat zo’n debat over verandering nogal klassiek verloopt (7 mannen – 2 vrouwen), geen kans voor het publiek om iets te vragen… maar ik heb toch geleerd dat het idee van mijn boekje misschien nog wel nuttig zou kunnen zijn.

 

festivals gaan groener


Ik had het kunnen weten natuurlijk, Gentse feesten combineren met schrijven is niet ideaal, zelfs regelmatig een blogstukje plegen lukt niet. Dus voorlopig even geen proefstukjes.

Een paar opmerkelijke zaken van deze feesten wil ik wel kwijt. Voor het negende jaar op rij kan je in de Bibliotheekstraat Baharak Bachar ontmoeten die al jarenlang ijvert voor gelijke plasrechten. Het is namelijk zo dat er voor mannen heel wat gratis urinoirs zijn voorzien, terwijl het gratis aanbod voor vrouwen een pak beperkter is ze dus vaker moeten betalen om te kunnen plassen. Al negen jaar lang voert plasactie daarrond actie, en dit jaar wil Baharak voldoende handtekeningen verzamelen om het punt om de gemeenteraad te brengen. Elk jaar doet de stad wel enkele stapjes in de goede richting, en naar aanloop van de verkiezingen hebben alle lijsttrekkers beloofd er iets aan te doen dus worden de kansen op resultaat steeds groter.

IMG_0696[1]Gisteren ben ik op bezoek geweest bij Boomtown die dit jaar zeker de titel verdienen van meest ecologische organisator van de Gentse Feesten. Vooral met hun herbruikbare bekers zorgen ze voor een innovatie die de afvalberg spectaculair doet verminderen. De bekers worden trouwens met de hand afgewassen met warm water via een pelletkachel, waarmee ze een energieverslindende industriële afwasmachine kunnen  vermijden. Mooi is vooral dat het festival een vijfjarenplan heeft uitgewerkt waarbij ze elk jaar de lat hoger leggen.

Wat festivals betreft, vanaf volgende week donderdag ben ik terug op Dranouter, waar ook een hele reeks ministers van het Ministerie van Ideeën. Op de stand zullen ook mijn energiefietsen staan waar iedereen met zijn eigen benen de eigen gsm kan opladen.

40 ton per dag


Vandaag gestart om 7 uur met de rondleiding van Ivago rond het afvalverhaal achter de Gentse feesten. Met een flinke groep stonden we aan het stadhuis toen de indrukwekkende colonne voertuigen van Ivago de stad kwam binnengereden. Zo’n goeie zestig mensen (waarvan de helft jobstudenten) zorgen er elke dag voor dat de stad er weer netjes bij ligt als tegen de middag een nieuwe Gentse feestendag van start gaat.

Voor deze feesten zijn er meer dan afvalkorven in de stad geplaatst, worden micro-organismen gebruikt om de straten schoon te spoelen, en worden blaasmachines, zuigwagens en veegwagens ingezet. Elke dag  wordt daarbij zo’n 40 tot 50 ton afval opgehaald. Papier, karton, glas en PMD worden zoveel mogelijk apart opgehaald de rest gaat naar de verbrandingsoven om energie op te wekken.IMG_0693[1] Het is een gigantische logistieke klus die ook een pak geld kost natuurlijk. Respect in elk geval voor de mensen die dit elke dag waarmaken, vaak gadegeslagen door late feestvierders met een blikje in de hand.

Wat ook opvalt is dat al deze machines die ingezet worden draaien met fossiele brandstoffen, dus als we Gent klimaatneutraal willen maken zullen daar andere oplossingen voor nodig zijn. Afvalpreventie door het gebruik maken van herbruikbare bekers is op enkele pleinen wel mogelijk (Boomtown, MiramirO, Gent Jazz), maar blijft op grote schaal voor veel praktische problemen zorgen. Een ander probleem zijn de vele blikjes die ofwel worden meegebracht door bezoekers, of verkocht in nachtwinkels.

Er is al veel over vergaderd welke aanpak de beste is. Wat kan je doen om het publiek meer te sensibiliseren, welke verplichtingen en verboden kan je opleggen aan organisatoren en cateraars? In die zin is het interessant eens terug te blikken op de start van de Gentse Feesten, namelijk in 1843. De bazen van fabrieken waren het beu dat de arbeiders elke maandag te laat om het werk waren omdat er elk weekend wel ergens een wijkkermis was. Dus beslisten ze om alle feesten te bundelen én te financieren zodat de arbeiders zich 10 dagen lazarus konden drinken en daarna minder last hadden van katers. Toen dronken ze volgens mij uit koperen of stenen kruiken, die werden hergebruikt tot ze barsten.

proefstukje # 6: doe het zelf


Deze zomer wil ik uitproberen of ik genoeg materiaal kan bij elkaar schrijven voor een boekje over verandering. Regelmatig zal hier een voorproefje verschijnen. Alle reacties zijn zeer welkom.

# 6 Doe het zelf!

De voorbije decennia zijn we steeds afhankelijker geworden van machines, diensten, technologie, energiebronnen, toestellen, applicaties, merken, krediet, overheden, genotsmiddelen en informatiestromen.  In het nieuwe tijdperk dat er aan komt zou het wel eens helemaal de andere richting uit kunnen gaan. Alles was we nu als verworven en normaal beschouwen kan binnen tien jaar evengoed zeldzaam of onbetaalbaar worden.

Daarom een vurig pleidooi om je afhankelijkheid nu al met enkele stapjes te verminderen.  Niet dat de winkels plots helemaal leeg zullen zijn of er morgen geen benzine meer aan de pomp te verkrijgen zal zijn, maar de kans dat de toevoer wel eens hapert en producten duurder worden is zeer reëel.

Laat ons eerst eens kijken naar de absolute basisbehoeften, water en voedsel. Wat drinkwater betreft,  ik ken slechts enkele mensen die via een aantal filters hun regenwater of putwater omzetten tot drinkbaar water. Het kan, maar is geen simpele kwestie. Dus laat ons vooral hopen dat de openbare waterleiding alsnog blijft functioneren.  Als er verplichte rantsoenering  komt dan het toilet meteen een groot probleem, tenminste als dit enkel functioneert met leidingwater. Vooruitziende mensen kunnen al eens nadenken of dit op te lossen valt met hemelwater. Ik spoel nu al ruim vijf jaar de WC door met het water van twee regentonnen. Ik heb daarvoor tot hiertoe naar schatting  2 500 emmers water een verdieping naar boven gedragen. Er zijn makkelijker manieren,  maar je zou mijn biceps eens moeten zien! Helemaal waterloos kakken is nog beter en mogelijk via een droogtoilet. Wie dit allemaal te ingewikkeld vind kan alvast het badwater bijhouden. Met andere woorden, koop alvast een emmer.

Zelf je voedsel produceren ligt niet voor de hand, zeker nu we steeds meer in steden wonen. Minder afhankelijk worden van ingevoerd en olie-afhankelijk voedsel is wel doenbaar.  Leer de seizoenskalender van buiten,  onderzoek wat er in je buurt bestaat van voedselteams, boerenmarkten of landbouwers die aan thuisverkoop doen. Een leuk experimentje is bijvoorbeeld uitproberen of je een week lang zonder supermarkt kan overleven. Al is het maar in enkele potten wat peterselie en kerstomaatjes kweken, het doet je anders naar voedsel kijken. Wie nu nog zweert bij een kortgeknipt gazon kan dit in tijden van nood omvormen tot patattenveldje.

Onze behoefte aan energie is immens geworden, voor transport, verwarming, koeling, toestellen, enzovoort. De allerbeste manier om die afhankelijkheid te verkleinen is uiteraard het verbruik drastisch verminderen.  Isoleren, energiezuinige verlichten en minder toestellen. Wist je bijvoorbeeld dat haar ook droogt zonder föhnen? Dat de passe-vite een mooi alternatief is voor een mixer? Dat er mensen zijn die hun was drogen zonder droogkast? En eenmaal je grasveld vol aardappelen staat heb je de grasmaaier ook niet meer nodig.  Je eigen energie opwekken met een energiefiets is niet zo realistisch, al was ik de enige met licht in de donkere straat toen een tijdje geleden de stroom uitviel. Je kan wel kiezen voor hernieuwbare stroom en eventueel zonnepanelen.  Zelf je hout klieven en opstoken gebruiken in een zuinige tegelkachel is ook een optie. In elk geval, wie weinig externe energie nodig heeft, zal veel beter af zijn in een wereld van schaarste (zie ook # 4 afkicken maar).

Het zelf doen heeft naast praktische en financiële voordelen ook een belangrijk effect op je gemoedsgesteldheid. Ik herinner me nog de bijna kinderlijke blijdschap toen ik voor het eerst een tomaatje kon proeven van de plant die ik vier maanden eerder in een potje had gezaaid. Hoe beschrijf je de voldoening als je na uren prullen en prutsen een oude wekker toch weer aan de praat krijgt of als je zelf je fiets hebt hersteld.  De smaak van zelfgebakken brood is superieur aan elk fabrieksbrood al staat er een boerderij op de broodzak afgedrukt. Een zelfgemaakt geschenkje is zoveel waardevoller dan het zoveelste massa-product of geschenkbon. Je in de stad met de fiets verplaatsen is ook een doe-het-zelf methode waarbij je zonder motor en vervuiling snel en makkelijk overal naar toe kan.

De voorbije jaren is de doe-het-zelf-beweging flink aan het groeien, nog een teken dat we in veranderende tijden leven. Wie een beetje uit de doppen kijkt kan ontelbare dingen leren. Van vilten tot groenten inleggen, van een stopcontact instaleren tot pleisteren met leem. Van het bouwen van je eigen droogtoilet of het starten van een blog. Op internet is een gigantische hoeveelheid info te vinden waar je werkelijk alles kan leren maken.

Tenslotte nog dit, nu we toch bezig zijn met doe-het-zelven. Ook de wereld verbeteren kan je beter niet overlaten aan anderen. Wachten tot politiek, bedrijven, techniek of de paus het gaat aanpakken zou wel eens verloren tijd kunnen zijn.  De wereld verbeteren doen we dus zelf, letterlijk en figuurlijk.

Leestips:

Eva Peeters e.a., Groeten uit Transitië, duurzame ideeën voor het dagelijks leven. Standaard Uitgeverij, 2013, ISBN 97890022527587

Dick en James Strawbridge, Overleven op je eigen km2, Fontaine Uitgevers B.V., 2011 ISBN 9789072975096

John Seymour, The new complete book of Selfsufficiency. The classic guide for realists and dreamers. DK uitgeverij, 2009, ISBN 9781405345101

Webtips:

http://www.repaircafe.be/nl/

http://www.lowtechmagazine.be/alle-artikels-over-doe-het-zelf.html

Om zelf uit te proberen:

proefstukje # 5: stop de competitie


Deze zomer wil ik uitproberen of ik genoeg materiaal kan bij elkaar schrijven voor een boekje over verandering. Regelmatig zal hier een voorproefje verschijnen. Alle reacties zijn zeer welkom.

# 5 stop de competitie

Competitie. Het begint tegenwoordig al vóór de geboorte. Ouders die duidelijk willen maken dat ze hun baby écht heel graag zien en de babysupermarkt buitenstappen met een kinderwagen van 600 euro.  Zelfs bij de naamkeuze van de verse spruit heb ik soms de indruk dat daar een competitie aan de gang is om toch maar de meest originele naam te vinden, al zal het arme kind in kwestie bij elke gelegenheid minstens drie keer opnieuw zijn of haar naam moeten zeggen.

Competitie is overal; in de crèche, op school, op het werk, thuis, in de sportclub, in de keuken, op  televisie, op de weg, in bed, op feestjes, in de reclame en zelfs bij begrafenissen. Overal worden we aangemoedigd om ons uit te sloven om de beste te zijn, om alles te geven, om te presteren en te imponeren.  Rustig je schoolloopbaan afmaken en zorgen dat je steeds net genoeg punten hebt om door te kunnen gaan komt neer op schandalige onderbenutting van je talenten. Gewoon je job doen en bijvoorbeeld een promotie weigeren staat gelijk met een ziekelijk gebrek aan ambitie.  Een intelligente man die bewust kiest om thuis te blijven en voor de kinderen te zorgen zal op feestjes wel vriendelijk worden toegeknikt, maar achter zijn rug zal het geroddel over deze loser snel losbarsten.  We moeten alsmaar winnen, grenzen verleggen en erop vooruitgaan.  Knap vermoeiend is dat.

Zelfs onder groene jongens en meisjes bestaat er een heuse competitie.  Op mijn blog zijn af en toe discussies aan de gang tussen lezers die aangeven dat ze toch nog wel ietsje groener zijn dan de andere omdat ze deze of gene actie uitvoeren.  Waarbij dan regelmatig nog iemand opduikt met de stelling: ‘ik heb tenminste geen kinderen, dat is pas goed voor de ecologische voetafdruk’. Mensen toch, wat is dit voor onzin.  Is het niet fantastisch dat er steeds meer mensen zijn die al iéts willen ondernemen, al hebben ze nog steeds een auto of een chihuahua en lusten ze graag paardenbiefstuk?  Is niet elke actie die iemand onderneemt positief? Zouden we elkaar niet beter aanmoedigen dan direct of indirect laten blijken dat we net ietsje beter zijn?  Het kleinste sprankeltje bewustzijn, de meest futiele actie in de goede richting verdient luid applaus in plaats van afkeurend gemompel – want het zou toch iets meer mogen zijn.

Vanuit het standpunt van bedrijfsleiders is het te begrijpen dat ze hun werknemers willen aanzetten tot steeds harder werken. Ze hebben snel ingezien dat het installeren van competitie op de werkvloer een goede manier is om dit doel te bereiken. Maar wie heeft ooit het onzalig idee gehad om concurrentie en competitie in alle domeinen van het leven te laten domineren?  Waarom hebben we dit beginsel van het kapitalisme allemaal geïnternaliseerd en geven we het met de moedermelk mee aan onze kinderen? Hoe onzeker zijn we allemaal geworden dat we het niet kunnen laten de hele tijd te laten zien dat we met grootste dingen bezig zijn. Druk, druk, druk weet je wel.

En dan die minister-presidenten vol testosteron die bij elke gelegenheid verkondigen dat ze de beste in Europa willen zijn, dat we ons allemaal moeten inzetten om de concurrentie aan te gaan met de Chinezen, Canadezen en andere mafkezen die bereid zijn nog harder te werken voor nog minder geld dan wij. In dit soort competities zijn er steeds meer verliezers en zijn we tegelijk onze hulpbronnen aan het opsouperen en vernietigen. We zouden net zo goed kunnen beslissen om het allemaal met wat minder te doen en in één klap ons leven een pak aangenamer te maken.

Psychoanalyticus Paul Verhaeghe toont aan dat er een duidelijk verband is tussen dertig jaar neoliberalisme en de vorming van onze identiteit. De maatschappelijke drang tot succes zorgt voor een bijna wanhopige strijd om toch maar bij het kamp van de winnaars te horen. We betalen daarvoor een zware tol in het verlies aan maatschappelijke cohesie én eigenwaarde. De keerzijde van de alomtegenwoordige concurrentie is de toename van faalangst, burn-out, pestgedrag, verslavingen allerhande, depressies en risicogedrag. En het punt is, zelfs al slaag je erin een paar stapjes omhoog te zetten op de maatschappelijke ladder, dan nog is er altijd iemand die nog een trede hoger staat waardoor je ontevreden blijft.  De enige winst is dat je nog meer stress en angst krijgt, want hoe hoger op die ladder hoe dieper je kan vallen.

Een simpel voorstel, laat ons de competitiegedachte reserveren voor een spelletje wiezen of voetballen. Natuurlijk is het een goede zaak je talenten te gebruiken (zie ook #  vertrek van je inspiratie), bij voorkeur in dienst van de gemeenschap. Maar het doel van het leven kan toch niet zijn met iedereen een wedstrijd aan te gaan die je toch niet kan winnen. Wie dit begrijpt en uit de competitie stapt, dat is de echte winnaar.

Om dit te doen kom ik terug op een simpel idee. Af en toe eens nadenken – mediteren is ook toegestaan – over wat je nu echt nodig hebt om goed te leven, tevreden zijn met wat je hebt en je niet laten opjagen door allerlei opgeklopte verwachtingen. Sommige mensen komen net iets te laat tot dit inzicht, en als hun dan gevraagd wordt wat ze anders hadden willen doen in hun leven is het antwoord:  ‘ik heb maar van een ding spijt, dat ik zo hard gewerkt heb, en niet heb meegemaakt hoe mijn kinderen zijn opgegroeid’. Dat wil je toch niet meemaken.

Het tijdperk van de competitie lijkt alom tegenwoordig, maar stilaan breekt een ander tijdperk aan, dat van de samenwerking. Je kan vandaag al beginnen oefenen.

Leestips:

Tom Hodgkinson , Leve de Vrijheid, hoe ontkom ik aan de cultuur van het moeten.  Meulenhof 2007, ISBN 978 90 290 7919 8

Paul Verghaege, Identiteit. De Bezige bij 2012, ISBN 978 90 234 7303 9

Kijktip: ziehier wat er mogelijk wordt als mannen samenwerken…

Wouter is boos


wouterdeprezIk ben mijn Gentse feesten gisteren gestart met een de voorstelling ‘Hier is wat ik denk’ van Wouter Deprez. Deprez heeft een jaartje in Zuid-Afrika gewoond en kijkt met die ervaring in het achterhoofd met een nog kritischer blik naar onze samenleving.

Enerzijds zie je de komiek die met fijne en minder fijne grappen (veel over seks) het publiek aan het lachen krijgt, aan de andere kant is er ook de Wouter Deprez die de wanhoop nabij is als hij ziet hoe we ons eigen leven en de planeet aan het verkwanselen zijn. Hij hakt daarbij stevig in op de mantra van steeds harder werken om dan nog maar eens een boel nutteloze spullen te kunnen kopen. Hij maakt duidelijk dat de middenklasse (waar de zaal vol van zit) zichzelf op sluit in een kooi van carrière en hypotheek leningen en hypocriet blijft beweren dat alles ok is.

Af en toe vergelijkt hij onze manier van doen met het leven in de Townships van Zuid-Afrika waar de mensen veel minder hebben en ‘toch een pak gelukkiger zijn dan wij vinden dat ze zouden mogen zijn‘. Bijna wanhopig smeekt hij om er mee te stoppen, te stoppen met betalen en werken, en terug te gaan leven, om samen dingen te gaan doen. Om onder ogen te zien wat er allemaal fout loopt en samen na te denken wat we nu echt willen. Het was bij momenten bijna eco-comedy.

Zijn boodschap leunt sterk aan bij het boek van Tom Hodgikinson ‘Leve de Vrijheid’ wat ik nu net aan het (her)lezen ben. De ondertitel ‘hoe ontkom ik aan de cultuur van het moeten’ maakt al duidelijk dat het om een radicaal pleidooi gaat om zelf je leven in handen te nemen en je niet meer te beperken tot werken en consumeren.

Dat Wouter Deprez echt wel bezorgd is om hoe het met onze planeet zal aflopen blijkt ook uit een uitzending op één enkele dagen terug. Daar was Deprez te gast en stelde hij de vraag waarom we blijven doordoen alsof er niks aan de hand is terwijl alle alarmensignalen op rood staan. Je kan de uitzending hier herbeluisteren.

Wouter is een vakman en slaagt er in de zaal bijna twee uur lang te onderhouden. Soms heb ik het gevoel dat hij de grappen erbij doet omdat nu eenmaal van hem verwacht wordt, maar dat hij  liever het publiek zou willen uitschelden voor onverantwoordelijke domme consumenten die de wereld om zeep helpen. Dus vraag ik me ook een beetje af of deze aanpak ervoor zorgt dat mensen iets gaan doen aan hun gedrag of hun overtuigingen…

Misschien is er ergens een doctoraalstudent beschikbaar om te onderzoeken of comedy de wereld kan redden?