proefstukje # 5: stop de competitie


Deze zomer wil ik uitproberen of ik genoeg materiaal kan bij elkaar schrijven voor een boekje over verandering. Regelmatig zal hier een voorproefje verschijnen. Alle reacties zijn zeer welkom.

# 5 stop de competitie

Competitie. Het begint tegenwoordig al vóór de geboorte. Ouders die duidelijk willen maken dat ze hun baby écht heel graag zien en de babysupermarkt buitenstappen met een kinderwagen van 600 euro.  Zelfs bij de naamkeuze van de verse spruit heb ik soms de indruk dat daar een competitie aan de gang is om toch maar de meest originele naam te vinden, al zal het arme kind in kwestie bij elke gelegenheid minstens drie keer opnieuw zijn of haar naam moeten zeggen.

Competitie is overal; in de crèche, op school, op het werk, thuis, in de sportclub, in de keuken, op  televisie, op de weg, in bed, op feestjes, in de reclame en zelfs bij begrafenissen. Overal worden we aangemoedigd om ons uit te sloven om de beste te zijn, om alles te geven, om te presteren en te imponeren.  Rustig je schoolloopbaan afmaken en zorgen dat je steeds net genoeg punten hebt om door te kunnen gaan komt neer op schandalige onderbenutting van je talenten. Gewoon je job doen en bijvoorbeeld een promotie weigeren staat gelijk met een ziekelijk gebrek aan ambitie.  Een intelligente man die bewust kiest om thuis te blijven en voor de kinderen te zorgen zal op feestjes wel vriendelijk worden toegeknikt, maar achter zijn rug zal het geroddel over deze loser snel losbarsten.  We moeten alsmaar winnen, grenzen verleggen en erop vooruitgaan.  Knap vermoeiend is dat.

Zelfs onder groene jongens en meisjes bestaat er een heuse competitie.  Op mijn blog zijn af en toe discussies aan de gang tussen lezers die aangeven dat ze toch nog wel ietsje groener zijn dan de andere omdat ze deze of gene actie uitvoeren.  Waarbij dan regelmatig nog iemand opduikt met de stelling: ‘ik heb tenminste geen kinderen, dat is pas goed voor de ecologische voetafdruk’. Mensen toch, wat is dit voor onzin.  Is het niet fantastisch dat er steeds meer mensen zijn die al iéts willen ondernemen, al hebben ze nog steeds een auto of een chihuahua en lusten ze graag paardenbiefstuk?  Is niet elke actie die iemand onderneemt positief? Zouden we elkaar niet beter aanmoedigen dan direct of indirect laten blijken dat we net ietsje beter zijn?  Het kleinste sprankeltje bewustzijn, de meest futiele actie in de goede richting verdient luid applaus in plaats van afkeurend gemompel – want het zou toch iets meer mogen zijn.

Vanuit het standpunt van bedrijfsleiders is het te begrijpen dat ze hun werknemers willen aanzetten tot steeds harder werken. Ze hebben snel ingezien dat het installeren van competitie op de werkvloer een goede manier is om dit doel te bereiken. Maar wie heeft ooit het onzalig idee gehad om concurrentie en competitie in alle domeinen van het leven te laten domineren?  Waarom hebben we dit beginsel van het kapitalisme allemaal geïnternaliseerd en geven we het met de moedermelk mee aan onze kinderen? Hoe onzeker zijn we allemaal geworden dat we het niet kunnen laten de hele tijd te laten zien dat we met grootste dingen bezig zijn. Druk, druk, druk weet je wel.

En dan die minister-presidenten vol testosteron die bij elke gelegenheid verkondigen dat ze de beste in Europa willen zijn, dat we ons allemaal moeten inzetten om de concurrentie aan te gaan met de Chinezen, Canadezen en andere mafkezen die bereid zijn nog harder te werken voor nog minder geld dan wij. In dit soort competities zijn er steeds meer verliezers en zijn we tegelijk onze hulpbronnen aan het opsouperen en vernietigen. We zouden net zo goed kunnen beslissen om het allemaal met wat minder te doen en in één klap ons leven een pak aangenamer te maken.

Psychoanalyticus Paul Verhaeghe toont aan dat er een duidelijk verband is tussen dertig jaar neoliberalisme en de vorming van onze identiteit. De maatschappelijke drang tot succes zorgt voor een bijna wanhopige strijd om toch maar bij het kamp van de winnaars te horen. We betalen daarvoor een zware tol in het verlies aan maatschappelijke cohesie én eigenwaarde. De keerzijde van de alomtegenwoordige concurrentie is de toename van faalangst, burn-out, pestgedrag, verslavingen allerhande, depressies en risicogedrag. En het punt is, zelfs al slaag je erin een paar stapjes omhoog te zetten op de maatschappelijke ladder, dan nog is er altijd iemand die nog een trede hoger staat waardoor je ontevreden blijft.  De enige winst is dat je nog meer stress en angst krijgt, want hoe hoger op die ladder hoe dieper je kan vallen.

Een simpel voorstel, laat ons de competitiegedachte reserveren voor een spelletje wiezen of voetballen. Natuurlijk is het een goede zaak je talenten te gebruiken (zie ook #  vertrek van je inspiratie), bij voorkeur in dienst van de gemeenschap. Maar het doel van het leven kan toch niet zijn met iedereen een wedstrijd aan te gaan die je toch niet kan winnen. Wie dit begrijpt en uit de competitie stapt, dat is de echte winnaar.

Om dit te doen kom ik terug op een simpel idee. Af en toe eens nadenken – mediteren is ook toegestaan – over wat je nu echt nodig hebt om goed te leven, tevreden zijn met wat je hebt en je niet laten opjagen door allerlei opgeklopte verwachtingen. Sommige mensen komen net iets te laat tot dit inzicht, en als hun dan gevraagd wordt wat ze anders hadden willen doen in hun leven is het antwoord:  ‘ik heb maar van een ding spijt, dat ik zo hard gewerkt heb, en niet heb meegemaakt hoe mijn kinderen zijn opgegroeid’. Dat wil je toch niet meemaken.

Het tijdperk van de competitie lijkt alom tegenwoordig, maar stilaan breekt een ander tijdperk aan, dat van de samenwerking. Je kan vandaag al beginnen oefenen.

Leestips:

Tom Hodgkinson , Leve de Vrijheid, hoe ontkom ik aan de cultuur van het moeten.  Meulenhof 2007, ISBN 978 90 290 7919 8

Paul Verghaege, Identiteit. De Bezige bij 2012, ISBN 978 90 234 7303 9

Kijktip: ziehier wat er mogelijk wordt als mannen samenwerken…

Advertenties

18 Reacties

  1. Volmondig mee eens. We moeten stoppen met de afgunst en de competitie, want dt verziekt heel de boel.

    • Afgunst en competitie mogen dan in sommige gevallen nauw verweven zijn, het zijn volgens mij toch twee verschillende zaken waarbij het in de post van Steven over competitie ging, en niet over afgunst.

      In het geval van competitie probeer men ‘de beste te zijn’, maar dat betekent niet noodzakelijk dat men de ander niet gunt dat hij/zij beter is. Het willen winnen betekent immers nog niet dat je niet tegen je verlies kan.

      Bij afgunst beschouwt iemand het ‘beter’ zijn van een ander als negatief.

      Te veel competitiedrang kan negatief zijn, maar competitie is op zich niet altijd negatief. Als het leven echter continu een competitie wordt, dan is men nooit tevreden en heeft men veel te veel verlieservaringen.

      Ook van afgunst wordt niemand beter en ik ken zelf geen voorbeelden waarin afgunst positief is (al is het soms wel begrijpelijk). Een pleidooi tegen afgunstig is op zich dus zeker terecht.

      Maar te vaak worden in discussies de beschuldiging van afgunst gebruikt als drogredenering om de ander ‘monddood’ te maken. Dat gebeurt vaak als mensen zich vragen stellen bij de rijkdom van anderen, bij aan rijkdom gerelateerd gedrag of bij het bekritiseren van de (hogere) maatschappelijk positie van iemand.

      (Voorbeelden: Mensen die het gebruik van 4×4’s in steden bestrijden, mensen die kritiek hebben op de lonen van topmanagers, op het koningschap, op villabewoners vanwege hun ecologische voetafdruk, op mensen die 4 keer per jaar op reis gaan vanwege de milieu-impact, … worden allen niet zelden beschuldigd van afgunst. Het kan dat in sommige gevallen afgunstig een rol speelt, maar zonder bewijzen daarvoor is het een onterechte beschuldiging die afleidt van de inhoud van de kritiek.)

      Zelf vind ik grote ongelijkheid een fundamenteel probleem. Omdat (grote) rijkdom en (grote) armoede sowieso samenhangt met grote ongelijkheid vind ik zowel die armoede als die rijkdom een probleem. Het is ondertussen ook al voldoende aangetoond dat ongelijkheid vele negatieven gevolgen heeft. Dat betekent dus niet dat ik afgunstig ben naar zij die (veel) meer hebben dan mij of dat ik eenzelfde rijkdom nastreef maar wel dat ik rijkdom om diverse redenen als negatief beschouw. (Waarmee ik niet zeg dat elke rijke persoon slecht of egoïstisch is.)

  2. Ik zie vaak genoeg dat afgunst en competitie hand in hand gaan. Er is veel competitie onder de mensen, en de “verliezers” worden dan algauw afgunstig op de “winnaars”. Het voorbeeld van die Apple-computers is daar een mooi voorbeeld van. Ik heb die spullen gekocht, niet uit competitie, maar voor eigen gegronde redenen. En vroeger was er in onze computerclub een gezonde competitie, om bijvoorbeeld het meeste te kennen/kunnen van een bepaald programma (eigenlijk onschuldig en zelfs leerrijk), maar na mijn switch naar Mac veranderde dat in afgunst, omdat ik volgens de anderen (ik weet het, het is puberaal, maar zo reageren mensen nu eenmaal) de spelregels had veranderd en de competitie omsloeg in mijn voordeel. Zelf zie ik dat zo niet, maar het is voldoende dat de anderen dat zo zien en je hebt een hoop ellende, ookal heb je daar niet om gevraagd.

    Dit is maar één van de vele voorbeelden die ik kan aanhalen, maar ik gebruik deze graag, omdat het zo scherp is afgelijnd.
    Ik merk dat afgunst vaak wordt “verpakt” in argumenten om eigen waarden te verdedigen. Het verhaal van de 4×4 is terecht, dat deze niet in de stad thuis horen. Een briefje onder de ruitenwisser met een suggestie voor het openbaar vervoer is een gegronde argumentatie. 4×4 beschadigen is verpakte afgunst omdat ze zelf geen 4×4 hebben!
    Kinderen reageren hetzelfde op de speelplaats. Als zij bepaald speelgoed niet hebben, dan maken ze het speelgoed van de andere kapot, zeker als zij er niet mogen mee spelen. En een competitie uit balans leidt dan ook tot afgunst. Waarom zijn er bijvoorbeeld zoveel verklikkingen bij de fiscus? Competitie of afgunst?

    • “4×4 beschadigen is verpakte afgunst omdat ze zelf geen 4×4 hebben!”

      Je kan dat beschadigen op verschillende manieren interpreteren. Jouw interpretatie is één van de mogelijke interpretaties. Maar het is evengoed mogelijk dat het een (te ver) doorgedreven manier om een boodschap over te brengen. Een ‘agressief briefje’ zeg maar. En er zijn natuurlijk nog andere mogelijkheden om de keuze voor beschadiging te verklaren, maar de kans dat mijn interpretatie correct is, lijkt me erg groot en groter dan de kans dat er sprake is van mensen die zuiver op basis van afgunst handelen. Door er zonder enig bewijs vanuit te gaan dat ze handelen vanuit afgunst en hen van afgunst te beschuldigen, ondergraaf je de eigen geloofwaardigheid en daarmee de waarde van mogelijk terecht kritiek op hun actiemethoden.

      Overigens is een briefje onder de ruitenwisser geen ‘gegronde argumentatie’. Het is een (niet destructieve) methode om een boodschap over te brengen. De argumentatie (dat is de tekst op het briefje) kan evengoed verkeerd zijn.

  3. het gebeurt niet vaak, maar bij het begin van je stukje voelde ik mij aangevallen. Een super-de-luxe kinderwagen van 600 euro? Sorry om het je te moeten zeggen, maar hieraan kun je merken dat jouw kinderen al lang de luiers uit zijn. Voor een buggy met draagmand en maxi cosi betaal je zeker 600 euro. Goedkopere buggy’s kun je niet gebruiken voor ze zelfstandig kunnen zitten en hun rug sterk genoeg is om schokken op te vangen, dus dan heb je al 2 exemplaren nodig om de volledige babytijd door te komen. Kijk gerust eens naar de website van dreambaby (niet bepaald een dure winkel, toch?), je vind bijna nergens nog nieuwe wandelwagens die goedkoper zijn. Als je ergens een bedrag op plakt dat gigantisch lijkt, controleer dan alsjeblieft of dat bedrag intussen niet de gangbare prijs geworden is. Want iedereen tweedehands doen kopen is ook niet realistisch hé.

    Tweede zin waarbij ik me niet goed voelde: “Rustig je schoolloopbaan afmaken en zorgen dat je steeds net genoeg punten hebt om door te kunnen gaan komt neer op schandalige onderbenutting van je talenten.” Als je kunt zorgen voor genoeg punten om door te kunnen gaan, dan heb je de intellectuele capaciteiten om de richting aan te kunnen. Dan vind ik je niet echt inspannen inderdaad een onderbenutting van je capaciteiten en ik vind het terecht dat daar op gewezen wordt. Er is nood aan hoogopgeleiden, zeker aan mensen met technisch-wetenschappelijke kennis. Ik zie op mijn werk elk jaar opnieuw frustrerend veel studenten met het verstand en de goesting om die knelpuntberoepen aan te kunnen, die toch falen omdat ze nooit goed hebben leren studeren. Diegenen die wel slagen zijn vaak diegenen die effectief al van jongsaf aan hebben geleerd om het beste uit zichzelf te halen.

    Soms is er een dunne lijn tussen de competitie die vergruisd wordt en de stimulatie en motivatie die verheerlijkt wordt. Het gaat niet altijd over dé beste zijn, maar ook vaak over je best mogelijke zelf zijn. En dat laatste is toch net wel de bedoeling? Een intellectuele vader die bewust thuis blijft voor de kinderen krijgt toch van de groenste onder de groenen meer respect dan de man die thuis blijft met de kinderen omdat hij vindt dat je een idioot moet zijn om niet van de dop te profiteren? De kans dat die laatste je voorgestelde (school)loopbaan heeft doorlopen is nochtans veel groter.

    Soit, ik krijg het niet zo goed geformuleerd als ik het zou willen. Ik ben het wel eens met je algemene visie, namelijk dat er momenteel op te veel vlakken competitie is en dat die vaak te verregaand is. De inleiding van dit stukje ligt me echter niet. Waarschijnlijk ben ik gewoon te kritisch geworden na het lezen van die 600 euro. Onze buggy kostte ruim 3 jaar geleden al meer en maxi cosi is nochtans geen superduur merk. Maar na 3 jaar intensief gebruiken rijdt hij nog zo goed rijdt als in het begin en ik heb liever dat dan een goedkoop geval dat we niet voor beide kindjes konden gebruiken…

    • Jouw reactie vertrekt natuurlijk van de premisse dat je aanvaardt dat een bepaald soort consumptie en een bepaald soort prestatie, een bepaald soort arbeidsmarkt ook, er is op een vrij onveranderlijke manier. Er zijn alvast twee soorten benadering: namelijk ecologisch beter doen, binnen de grenzen van het ‘systeem’, of het echt anders doen, en dus de voorwaarden van het eigen bestaan, de eigen behoeften, de wereld rondom, de betekenis van handelen en zijn te herdenken. Dat betekent dus ook dat we bijvoorbeeld jobs creëren rond het talent van mensen, en niet mensen oneindig opleiden tot ze het niet meer aankunnen (Peter’s principle).
      Dat betekent ook dat we van extrinsieke dwang nu wel gekomen zijn tot intrinsieke dwang, maar dat we toch mogen aannemen dat intrinsieke motivatie nog iets beter is…
      We willen natuurlijk het beste voor onze kinderen, maar we vertrekken wel van een sterk door de omgeving bepaald idee wat dat dan is. Het is wel degelijk mogelijk om met veel minder geld heel goed te zorgen, te leven, lief te hebben… Maar we kennen amper de alternatieven. We laten onszelf amper toe de alternatieven te verbeelden.

      Ik ben het wel eens dat groenen anders kijken naar een zelfde fenomeen bij verschillende sociale groepen. Maar net om kansarmen, net als al die andere groepen te betrekken bij de gemeenschap, moeten we juist minder wedstrijd en meer spel hebben, minder snelheid en meer reizen, minder diploma’s en meer wijsheid en filosoferen onder de boom…

      Niet dat ik al zover ben, maar ik werk eraan -)

      • Jouw reactie vertrekt van de premisse dat ik die premisse aanvaard. Logisch, want ik geef je geen reden om dat niet te denken. Toch zijn we een gezinnetje dat veel zaken net iets anders aanpakt dan de meesten (ik vermoed dat ik anders niet op deze blog was terecht gekomen en blijven plakken). Er zijn achterpoortjes in de arbeidsmarkt om als hoogopgeleide niet helemaal mee te doen aan de ratrace, er zijn genoeg manieren om anders te consumeren en je kunt ook voor jezelf uitmaken aan welk soort prestaties je meer belang hecht -prestaties die geld opbrengen of prestaties die je het gevoel geven gelukkig/nuttig/waardevol/… te zijn.

        Het eigen handelen en zijn herdenken lukt -volgens mij- niet zonder een gedegen opleiding. Hoe kun je je eigen leven en bij uitbreiding een ganse levensstijl in vraag stellen indien je nooit geleerd hebt om over diepere zaken na te denken? Een vrij hoog niveau van abstraheren en redeneren is een geschenkje dat je bij de meeste opleidingen erbij krijgt. Het overzicht kunnen behouden, mogelijke gevolgen van je eigen gedrag kunnen inschatten, uiteenlopende onderwerpen met elkaar leren verbinden is nog zo’n extraatje. Volgens mij zijn dat allemaal dingen die je leert door jezelf uit te dagen, niet door genoegen te nemen met goed genoeg.
        Bovendien zal enkel een collectieve gedragsverandering waarschijnlijk niet volstaan om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden en moeten we hopen dat er genoeg knappe koppen zijn om oplossingen te vinden. Dan denk ik dat meer mensen met een technische of wetenschappelijke opleiding de samenleving als geheel alleen maar ten goede kunnen komen -al mogen die dan natuurlijk niet gaan voor het pure winstbejag.

        Om het heel cru te stellen: ik vermoed dat, hoe hoger je opleidingsniveau is, hoe groter de kans dat je niet zo afhankelijk bent van wat andere mensen van je denken. En als je niet zo veel belang hecht aan ‘wat de mensen zouden kunnen denken’ dan wordt het makkelijker om dingen effectief anders te doen dan van je verwacht wordt. Maar dat is alleen maar wat ik persoonlijk denk, mijn vrienden en kennissenkring is niet groot genoeg om statistisch relevante uitspraken te kunnen doen.

  4. Een interessant boekje is ‘statusangst’ vande filosoof Alain de Botton. Deze geeft een historisch en filosofisch overzicht van statusangst. We zijn groepsdieren die extreem gevoelig zijn want anderen van onze soort over ons denken. Dit was nuttig toen we in stammen gingen zwerven. Nu leidt dit tot een wedloop tussen 7 miljard mensen. In één oogopslag scannen we een onbekende persoon en vellen meteen een oordeel ( die is interessant, veilig, nuttig, sterker dan mezelf). Hier ligt volgens mij een moeilijke knoop in het minder wedijveren met elkaar. We moeten weer leren een deeltje te zijn van een groter geheel en zo ons zinvol voelen.

  5. Je best doen en hard werken, ik vind er helemaal niets verkeerd aan. Het is in ieder geval veel beter dan schaamteloos profiteren van een sociaal vangnet dat in feite is gemaakt voor de echt zwakkeren uit onze maatschappij maar misbruikt wordt omdat het systeem het nu eenmaal toelaat.
    Bij diegene die wel hun best doen staat de boog, van kindsbeen af, gewoon (bijna) altijd gespannen en loopt iedereen (bijna) altijd op de tippen van zijn tenen. Bovendien is falen (bijna) een misdaad. Het plaatje moet kloppen: Het perfecte huis, met de perfecte auto, het perfecte lichaam, de perfecte uitstraling, de perfecte vrienden, het perfecte gezin, de perfecte reis … gebreken, verdriet en pijn worden niet aanvaard. Gewoon goed genoeg wordt zelfs niet meer aanvaard.
    We zien het overal: Dit is niet gezond. Burnouts, egoïsme, eenzaamheid, faalangst, agressie, depressie, zelfmoord, …
    Ik vind de oproep van LIM prachtig: Waarom bekijken we mekaar niet een beetje meer als zielsgenoten. Allemaal mensen die proberen hun best te doen om iets van hun leven te maken. Als we proberen goed te doen in onze omgeving, en een ieder probeert dit, kan het leven zo schoon en goed zijn. We worden gedragen door elkaar, vullen mekaar aan, zorgen voor elkaar. Of ben ik nu echt te naïef?
    @trijnewijn: Je best doen op school, ok, maar waar ligt de grens? Soms doen kinderen zo hard hun best, maar toch lukt het niet. Dat kind krijgt bijlessen, laat zijn hobby’s voor wat ze zijn, moet extra oefeningen maken, en nog lukt het nauwelijks. Datzelfde kind is heel behulpzaam, vriendelijk, sportief, vrolijk, sociaal en noem maar op … maar toch wordt het steeds beoordeeld op zijn zwakke schoolresultaten. Alsof al het andere niet meetelt. Daar heb ik het moeilijk mee.

    • daar heb ik het ook moeilijk mee, ik geef je er volledig gelijk in. Het was de formulering ‘zorgen dat je net genoeg haalt’ die mij prikkelde, omdat die -volgens mij- wel impliceert dat je een richting volgt die je interesseert en die je aankan, maar waar je niet echt voor wil werken.
      Zodra er bijlessen aan te pas komen, extra oefeningen enzoverder, dan kun je dat bezwaarlijk ‘rustig’ je schoolloopbaan afmaken noemen, dan is dat keihard werken.

      Het is inderdaad heel jammer dat er zo vaak buitenproportioneel veel aandacht gaat naar wat iemand minder goed kan ipv naar wat iemand goed kan. Hard werken zonder uit te blinken, niet sportief zijn, introvert zijn,… Er is altijd een stok te vinden om mee te slaan, wat ze ook is. Het is zo ontzettend jammer dat er zo vaak ook effectief mee geslagen wordt.

      • ik reageer even op jouw eerdere reactie (want daarop kan ik niet reageren, blijkbaar). Ik begrijp jouw aannames vanuit de eigen ervaring, maar die zijn idd niet algemeen geldend. Het is deel van mijn ‘werk’ om de mens als consument te bestuderen, en we zijn echt sociale dieren. Veel van ons handelen wordt wel degelijk bepaald door ‘wat de ander van ons denkt’, en bij gewijzigd gedrag is verandert vaak wie ‘de ander’ is, maar niet minder de nood om erkend en goed bevonden te worden. Dat is een mechanisme dat zich amper op het niveau van ons ‘vrije wil’ afspeelt. En de veronderstelling van ‘informatie en kennis leidt tot reflectie en gedragsverandering’ gaat helaas ook niet op. Het was het uitgangspunt van 30 jaar milieu-educatie, campagnes en volkshogescholen, maar dat blijkt dus niet te werken. We stoten daarbij op de ‘behaviour gap’. We weten nu dat (succes)ervaringen en ‘hypes’ (een gedrag wordt niet alleen wenselijk maar ook een sociaal statussymbool) veel beter werken. We zijn namelijk heel goed in dingen doen die niet congruent zijn, en ze vervolgens te rationaliseren zodat ze opnieuw in onze categorieën passen. En intellectuelen doen dat vast en zeker met meer bravoure. Bovendien staat hoger opgeleid niet garant voor ‘abstractie en conceptueel denkvermogen’: ik ken heel wat mensen die met veel moeite zijn afgestudeerd maar intellectueel geen meerwaarde kunnen produceren. En omgekeerd kan ik autodidacten met een hoog ‘creatief intellect’. Blijft een feit dat, om de kritische massa te halen voor systeemveranderingen, we toch het ‘plebs’ gaan moeten meekrijgen (het alternatief is een soort eco-fascisme) en dat gaan we niet bereiken via de oude recepten: intellectuele, moreel geladen boodschappen. Het zal toch met dezelfde slimme marketing moeten gebeuren als ‘de overkant’ (de hyper consumptie spelers).
        En daarmee is voor mij de cirkel rond…

  6. Iedereen is wel goed in iets en je kan niet goed zijn in alles. Met wat flexibiliteit en creativiteit van jezelf en je nabije omgeving kom je al heel ver.

    Bij 99% van de mensen lukt dat allemaal heel goed maar het zijn natuurlijk weer die ene % extremen die blijven hangen in de hoofden van de mensen en die blijkbaar op een of andere manier de referentie zijn.

  7. Ik zal (vrees ik) een neoliberale kijk op de dingen hebben, ookal hou ik bij elke keuze bewuste factoren in het achterhoofd, zoals impact, prijs, levensduur (zeg maar duurzaamheid), …
    Het neemt inderdaad niet weg dat we in een competitieve wereld leven, en dat we nu eenmaal competitieve diertjes zijn.
    Jongetjes staan aan de kant te plassen, en willen dan het verst plassen, grote jongetjes willen de grootste auto hebben. En afgunst is gewoon een gevolg van competitief gedrag. En op latere leeftijd neemt dat gewoon andere vormen aan.

    “The difference between men and boys is the price of there toys!’

    Het neemt niet weg dat competitie ook positief kan zijn. De drang om de beste te zijn, heeft onze samenleving ook vooruit gestuwd (niet altijd in de goede richting, maar toch). De meest competitieve holbewoner is begonnen met vuur te maken om vooral te imponeren (veel vrouwen kijken nog altijd op naar vormen van macht bij mannen, en dat is een oerinstinct, want machtige mannetjes hebben meer mogelijkheden om de kroost te beschermen). En dat vuur was een extra troef. Een groot huis en een dikke portemonnee is het nieuwe vuur, dat nu nog altijd wordt aanzien als een vorm van succes.
    Maar ik weet het, het is dom en futiel. En toch, zoals Lucie eerder al terecht vertelde, zijn we gewoontedieren waar nog veel instincten aan verbonden zitten. En dat brengt niet altijd het beste in de mens naar boven.

    Een regel waar ik persoonlijk naar leef is dat van een Franse filosoof, die stelde dat:

    Geluk = Succes / Verlangen.

    Heb je veel geluk in het leven (door toeval, door hard werken, …) en je bent met kleine dingen tevreden (dus geen grote verlangens), dan krijg je veel geluk.

    Helaas willen mensen wel veel, en zijn ze afgunstig op de goederen en het leven van een ander, maar zien ze geen successen opstapelen, en dan zijn mensen ongelukkig.

    Dus de rentenier die al fluitend met de fiets een bloemetje plukt is waarschijnlijk gelukkiger dan de man/vrouw aan de lopende band in de fabriek die droomt van een dikke villa en een Ferrari.

    En wat is er fout in onze samenleving. We willen competitief zijn om ons succes op te krikken, wat zeer moeilijk is, terwijl we niks doen aan de overmaat van verlangens, die bovendien nog eens extra gevoed worden door de reclame rondom ons.
    Ik zie reclame als een verlangensgenerator…

    Pfff, zoveel filosofie bij zo’n warm weer 😉

  8. Met dank aan het warme weer.
    Volgens mij, tot nog toe, het beste stukje van Steven voor zijn boek..
    Mensen, je moest eens weten wat samenwerken kan verwezenlijken!
    Maar onze wereld is tweeledig verdeeld in goed en kwaad, in winners en verliezers. En het jammere is dat juist diegenen met de meeste macht dit spelletje zo goed beheersen. “Verdeel en heers”, woorden, ouder dan de eerste straat, maar actueler dan ooit ervoor.

  9. Heel goed geschreven Steven, de nagel op de kop.
    Bij ons op het werk mag je niet zeggen dat je geen interesse hebt in promotie want dan schort er iets aan je motivatie dus ik herken veel van wat je schrijft.

  10. Vandaag te lezen bij De Redactie. Een ongezonde vorm van competitie. Dat is dus het soort van spelletjes waar mensen zich durven mee inlaten:

    http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/westvlaanderen/130724_Oudekapelle_Burenruzie

  11. ik vind het een goed stuk van Steven. Wees blij met wat je hebt en besef dat alles zo voorbij kan zijn. Mijn kinderen worden in combinatie van Co-ouderschap opgevoed. Ik geef hun mijn waarde mee.En als je dan ziet dat ze een tafeltje bij de vuilnis weghalen, mama die kan jij echt weer mooi maken. Dan voel ik geluk ik mijn hart. Ik ben erg benieuwd naar je boek steven. Succes! Leef nu.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: