ijdele hoop voor de toekomst


Ik ben heel selectief als het gaat over de vele uitnodigingen voor recepties die we als gemeenteraadslid krijgen, maar die van de Gentse haven wou ik toch eens bijwonen. Naar het schijnt een heel belangrijke receptie, en er werden 1000 mensen verwacht.

Bij de aankomst in het ICC was het meteen duidelijk dat die duizend mensen niet met de fiets zouden komen, want er het fietsenrek was havenreceptiemaar voorzien voor 6 exemplaren. Heel veel hostessen om de juiste naamkaartjes uit te delen en de genodigden te begeleiden naar het auditorium. Daar een mooie slideshow met indrukwekkende cijfers over de haven en nog meer hostessen om iedereen naar de juiste plek te brengen. Want de voorste rijen lagen vol met papieren met daarop de namen van ministers, CEO’s, gouverneurs en ander VIPS. Voor mij was er gelukkig geen voorbehouden plek. Het officieel deel zou starten om 17u15 (STIPT stond met hoofdletters in de uitnodiging) maar omdat de minister blijkbaar in de file zat was het toch ruim 20 minuten later.

Dus had ik wat tijd om wat antropologische observaties te doen. De aanwezige populatie was vooral mannelijk, veel grijs haar en grijze pakken. Bijna allemaal met das. Er waren ook vrouwelijke exemplaren die veel kleurrijker uitgedost waren en door veel mannen werden begroet om nieuwjaarskussen uit te wisselen. De mannen praten met elkaar en schudden handen, en letten tegelijk goed op wie er allemaal in de zaal binnenkomt. Bij het arriveren van de burgemeester zie je verschillende heren richting de burgervader schuiven om een hand te schudden en iets toe te fluisteren. Idem als minister Schauvliege aankomt. Je kan bijna zien wie echt belangrijk is, en wie dat vooral wil zijn.

De belangrijkste gast van de avond is Ben Weyts, de nieuwe minister van o.a. openbare werken en mobiliteit. Zijn toespraak zit goed in elkaar, hij spreekt bevlogen, maakt een paar fijne grapjes (behalve zijn openingsgrap over de schapenstal gaat wat de mist in). Hij heeft het over hoop, over investeren, over toekomst. Het bekende discours dus. Zo is groei de enige manier om hoop te creëren. Zo herhaalt hij vaak dat alles efficiënter moet, en met minder kosten. De verzamelde belangrijke heren worden op hun wenken bediend.

Daarna komt het stuk waarvoor ik gekomen ben, een panelgesprek over de toekomst. Wim De Vilder wou met enkele mensen (mannen) het gesprek aangaan over de toekomst van de haven in een veranderende wereld. Aha, dacht ik, nu gaan we het hebben over de gevolgen van klimaatverandering, de volgende financiële crisis, impact van migratiestromen en grondstoffenschaarste. Dat was iets te optimistisch gedacht. Het ging vooral over een nieuwe sluis, de samenwerking met Nederland, het belang van investeringen van de overheid in infrastructuur (de ondernemers doen de rest wel) en de relatie Haven en hinterland. Enkel Mario Fleurinck bracht het thema van de decarbonisatie van de economie even ter sprake en suggereerde dat de automobielbedrijven in de haven misschien wat meer elektrische auto’s moeten maken. Maar niemand ging daarop in. Dus conclusie, de toekomst ziet er goed uit en we doen gewoon verder zoals we bezig zijn.

De laatste toespraak en de receptie heb ik door de vertraging moeten missen, daardoor kan ik niks vertellen over de ongetwijfeld lekkere hapjes en drankjes. Mijn bestelling bij het voedselteam ophalen vond ik net even belangrijker, voor de toekomst natuurlijk.

 

Advertenties

klimaat of kapitalisme


Noami Klein is voor mij een grote madam. Zowel met No Logo als de ‘shock doctrine‘ heeft ze een belangrijke bijdrage geleverd aan het maatschappelijk debat. Met haar nieuwste boek ‘This Changes Everything, Capitalism vs the Climate  ‘ doet ze er nog een flinke schep bovenop. De stelling is glashelder, zolang we binnen het paradigma van het neo-liberale kapitalisme blijven zullen we het klimaatprobleem (en de andere grote uitdagingen) niet oplossen.

Ze onderbouwt dit met een stevig onderzoek naar hoe de oliebedrijven werken, waarom groene economie en emissiehandel het probleem alleen maar erger maken. Ze is bijzonder kritische voor de milieubeweging (die in de VS en Canada heel wat allianties hebben gesloten met multinationals en zelfs oliebedrijven). Zolang het ‘extractivisme’ het heersend economisch model blijft is er geen zicht op beterschap. Einstein wist het al langer, je kan problemen niet oplossen met dezelfde mindset die de problemen veroorzaakt.

naomi-klein-no-timeHet is een uitgebreid boek waar Klein probeert aan te geven dat het ook mogelijk is dat economisch systeem minstens te wankelen. Ze verwijst naar de vele vormen van protest die her en daar opduiken en kan enkele succesverhalen aanhalen waar inheemse volkeren de strijd tegen een oliemaatschappij hebben gewonnen. Ze verwijst naar de strijd tegen de slavenhandel en maakt duidelijk dat er nog net genoeg tijd is om het onmogelijke te realiseren.

Opvallend, in de Nederlandse vertaling is de titel aangepast, en komt het woord kapitalisme niet meer voor. Blijkbaar is het benoemen van ons economisch model al lastig, laat staan het in vraag stellen. Terwijl het de spreekwoordelijke olifant in de kamer is, die aan de basis ligt van alle problemen, maar die niet genoemd mag worden. Dus misschien moeten we daar al mee starten. Het ding terug een naam geven. Voor de duidelijkheid, dit boek is absoluut geen pleidooi voor communisme, integendeel.

Conclusie: niet steeds een makkelijk boek (sommige hoofdstukken zijn te veel op Amerikaanse of Canadese leest geschoeid), maar toch een belangrijke analyse waar we heel wat uit kunnen leren.

Naomi Klein komt trouwens naar Brussel op 26 november, ik ga er naartoe.

Acht vragen over groei


De voorbije dagen heb ik het vele malen gehoord van heel wat politici: “we moeten terug gaan voor groei, voor duurzame groei, voor economische groei.” Want, zo is de redenering, als er groei is dan kunnen we alle andere uitdagingen oplossen. Het valt met daarbij op dat journalisten niet de moeite te doen om door te vragen over wat er precies bedoeld wordt. Blijkbaar is iedereen akkoord met het uitgangspunt dat groei een goede zaak is. Daarom 8 vragen over groei, waarvan ik hoop dat de journalisten ze ook eens durven stellen.

1. Wat moet er groeien?
Het klassieke antwoord zal zijn; de economie, de consumptie, het aantal jobs, de productie, de winst en andere ‘harde’ indicatoren. Zou het ook eens over andere dingen mogen gaan? Groei van vertrouwen tussen mensen bijvoorbeeld, groei van levenskwaliteit, groei van tevredenheid of geluk?

2. Welke prijs betalen we voor groei?
De prijs voor de groei van de voorbije decennia is duidelijk: een ecologische voetafdruk die de draagkracht van de planeet overstijgt en een werkdruk die de draagkracht van veel mensen overstijgt. Is de groei dan echt zo belangrijk dat we die prijs willen betalen? Riskeren we de leefbaarheid van de planeet op middellange termijn voor korte termijn groei?

3. Zorgt groei echt voor meer herverdeling?
Je zou denken van wel, en in de jaren 50 – 70 was dit ook zo. Maar sinds de jaren tachtig blijkt dat de vruchten van de groei steeds ongelijker worden verdeeld. De groep superrijken krijgt het grootste deel van de winst, de groep aan de onderkant van de samenleving groeit. Een stelling die net nog bevestigd is door een onderzoek.

4. Hoeveel groei is eigenlijk er nodig?
Ik vermoed dat de meeste politici het liefst zo veel mogelijk zullen willen. Maar ooit vertelde Geert Noels me dat tijdens de gouden eeuw in de Nederlanden er een gemiddelde groei was van 0,2 tot 0,4 procent. Zouden we eens niet kunnen nadenken over een economisch model dat niet afhankelijk is van grote groeicijfers. Over beter nog een ‘steady state’ economie?

5. Hoe meten we groei?
Het zou ondertussen toch al duidelijk moeten zijn dat BNP een bijzonder slechte graadmeter is van groei. Want ook milieurampen, epidemieën of files doen ons BNP groeien. Er zijn al enkele alternatieven zoals de Human Development Index, of de Index of Sustainable Economic Welfare. Kunnen we dit niet inschakelen om te meten of we vooruitgaan?

6. Hoe kan groei op een eindige planeet?
Blijven meer consumeren en produceren op een eindige planeet met steeds meer mensen lijkt toch een beetje op een onmogelijke opdracht. Kan iemand is uitleggen hoe dit zou kunnen, rekening houden met een aantal simpele natuurkundige wetten.

7. Wat bedoel je met duurzaam?
Het nadeel van het woord ‘duurzaam’ is dat het in verschillende betekenissen kan gebruikt worden. Zo kan duurzame groei betekenen dat de groei altijd blijft duren. Of dat de groei duurzaam is (in evenwicht met sociale en ecologische grenzen). En dan zou het wel eens een contradictio in terminus is, dat het niet mogelijk is verder te groeien zonder nog meer ecologische en menselijke schade.

8. Weet ja wat exponentiële groei is?

Al wie pleit voor groei wil elk jaar groei, en dan gaat het over exponentiële groei. Een concept dat we wellicht niet voldoende begrijpen en daarom de oorzaak is van veel miserie. Deze slimme meneer legt het heel simpel uit;


“we spelen met vuur”


Ik herneem even de titel die gebruikt wordt in Tertio, het u allen bekende Christelijk opninieweekblad. Naar aanleiding van de verkiezingen brengen ze dossiers over een aantal belangrijke thema’s, waaronder economie. Uiteraard vind ik het wel fijn dat ze naast Geert Noels, Marcel Cloet en Peter Tom Jones ook mijn mening hebben gevraagd over het boek ‘econoshock’ van Geert.

Onder de titel ‘we hebben innerlijke verandering nodig’, is volgend interview verschenen.

Voor Low Impact Man Steven Vromman legt Econoshock 2.0 te veel de nadruk op technologische oplossingen en komt de noodzakelijke innerlijke verandering te oppervlakkig aan bod. « Geert Noels heeft wel de verdienste dat hij – als econoom – een paar heilige concepten uit de klassieke economie in vraag stelt. »

Is er volgens u een hiërarchie in de schokken ?

Het energieprobleem zal zich het eerst voelbaar manifesteren. Gas en olie zijn zo intensief en geconcentreerd met ons leven verweven dat ze niet zomaar te vervangen zijn. De verwoede pogingen om schaliegas te winnen en zo voor een nieuwe energiebron te zorgen, lopen op niets uit : de opbrengst is niet zo groot als verwacht en de gevolgen voor de stabiliteit van de ondergrond zijn ook problematisch.

Momenteel ben ik Uit de olie van Jeremy Leggett aan het lezen. Zijn verwachting is dat we tegen volgend jaar op een crash afstevenen. Op korte termijn zullen de energieprijzen enorm stijgen. Wellicht is de energieschok de grootste schok omdat de bronnen uiteindelijk op zeer korte termijn een natuurlijke grens bereiken.

Is het klimaatprobleem dan minder groot dan wordt aangenomen ?

De klimaatschok zullen we pas over 50 à 70 jaar echt voelen. Het is dus essentieel dat we nu de waarheid onder ogen zien. Als we eerlijk zijn, weten we dat de ingeslagen weg niet vol te houden is. De voorbije 40 jaar waren uitzonderlijk op materieel gebied. Tegelijk ben ik ook hoopvol over de toekomst. Het materiële hoogtepunt heeft ook voor stress, depressies en armoede gezorgd. We krijgen nu de kans om daar een antwoord op te geven.

Momenteel gaat onze maatschappij door een louterend rouwproces : rondom ons zien we mensen het probleem ontkennen, boos worden, marchanderen (we zullen wat minder met de auto rijden en de lampen vervangen door spaarlampen), boos worden en de moed verliezen. Uiteindelijk zullen we met zijn allen de situatie moeten aanvaarden.

Sommige mensen zien nu al in dat het zo niet verder kan. Zij willen het met minder doen. Trager werken. Die groep is niet groot, maar wel groeiend. Zeker in de grote steden vind je autodelen, LETS-groepen of repaircafés.  De context zal ons wel dwingen om het anders aan te pakken. Dan kan wat van onderuit komt, versneld worden. In Griekenland zie je na het uitbreken van de crisis ruilgroepen ontstaan en ateliers voor handenarbeid.

Kan technologie ons dan niet helpen om de problemen op te lossen ?

Ik ben zeker niet tegen technologie, maar we kopen er ons alleen uitstel mee. Zelfs technologieën die op het eerste zicht de oplossing aanreiken, blijken achteraf geen lang leven beschoren. Kijk maar naar biobrandstof. Dat werd als dé oplossing voorgesteld, maar uiteindelijk stelt het ons voor een nieuw probleem : is het wel verantwoord om voedsel te gebruiken voor onze mobiliteit, terwijl zoveel mensen nog honger lijden?

We hebben te veel vertrouwen in de technologie, maar stellen onze manier van leven niet fundamenteel in vraag. Op energievlak is er zo veel tijd, onderzoek én geld verloren gegaan. Men wilde absoluut de niet-hernieuwbare energieën efficiënter maken. Waren we 30 jaar geleden begonnen met de noodzakelijke investeringen in onderzoek en infrastructuur, dan waren we er nu wellicht al uit.

Moeten de oplossingen van onderuit komen? Of moeten de beleidsdragers de oplossingen opleggen?

Radicale beslissingen zullen we in eerste instantie niet van politici moeten verwachten. Het systeem zal zichzelf niet veranderen. Het zal zichzelf integendeel proberen in stand te houden. Doorheen de geschiedenis zien we dat grote veranderingen altijd van onderuit komen. Naarmate die beweging groeit, wordt het politiek wel interessant om het veranderingsproces te ondersteunen.

De fundamentele omslag zal echter in de hoofden van de mensen moeten gebeuren. Toen ik in 2008 als Low Impact Man begon, was ik in de eerste plaats bezig met tips rond gedragsverandering. Vrij snel besefte ik dat gedragsverandering de schokken enkel kan uitstellen en de impact wat kan verkleinen.

In het hele veranderingsproces is zingeving en spiritualiteit minstens even belangrijk. Veel mensen staan er wel open voor, maar hebben er tegelijk wat schrik voor. In de bedrijfswereld begint men stilaan de noodzaak te zien: als economen het belang van verbondenheid en mededogen beginnen in te zien, wordt het interessant.

 

de nieuwe economie


fairphonefototInteressant nieuws van het front van de nieuwe economie. De Fairphone (waarover ik steeds tevredener ben) is nu bezig met de verdeling van de laatste stuks van de 25 000 exemplaren die gemaakt zijn. De oproep voor een tweede reeks (alweer verbeterde) smartphones leverde al meer dan 27 000 geïnteresseerden op! Binnenkort maakt Fairphone bekend wanneer ze de productie van de ‘second edition’ gaan starten. Wil je ook de overstap maken, klik dan hier, dan wordt je op de hoogte gehouden. Ik probeer ondertussen ook uit te zoeken of de stad Gent niet kan overschakelen op Fairphone’s, maar dat zal nog wat meer tijd vragen.

Onze nieuwe bank zet ook stappen vooruit. Ondanks een vreemde reactie van de Nationale Bank blijven de initiatiefnemers en aandeelhouders van New-B vastberaden om de droom van een transparante eerlijke bank waar te maken. Daarom verscheen gisteren in mijn mailbox een oproep om bijkomende aandelen aan te kopen. Ik heb meteen 100 euro gestort en stelde een uurtje later op een vergadering vast dat nog 3 andere mensen hetzelfde hadden gedaan. Dit wijst er op dat er een belangrijk draagvlak is voor deze bank. Het doel blijft om in 2015 een licentie te bekomen van de Nationale Bank. Dat de andere spelers wat zenuwachtig worden van de kracht van New-B blijkt duidelijk uit het artikel in Knack (zie hierboven).

Ik herhaal daarom graag nog even de oproep, waarbij New-B op zoek is naar een inbreng van 2,5 miljoen euro van coöperanten, naast de inbreng van professionele investeerders waarmee gesprekken bezig zijn. Wie reeds een aandeel heeft kan dit nu optrekken tot maximaal € 120 – klik hier.  Wie nog geen aandeelhouder is kan op deze pagina info vinden.

En zo kunnen we zelf een belangrijke rol spelen in de overgang naar een economie ten dienste van de mens, ter vervanging van model waar de mens in dienst van de economie leeft.

de wereld redden


dewereldredden

(het verslag van Elke op de Zuiddag zal voor morgen zijn)

Woensdag was ik hele dag op een masterclass met Michel Bauwens. Een dag georganiseerd door Triodos en Oikos. Wellicht is Bauwens beter bekend in Ecuador dan bij ons, want daar is hij aan de slag om in dienst van de regering de omslag te maken naar een open collaboratieve economie. Dat deze man niet de eerste de beste blijkt ook uit het feit dat hij door het Post Growth Institute als enige Belg is opgenomen in de lijst van de 100 meest inspirerende personen voor een duurzame toekomst.

In zijn inleiding gaf hij een aantal interessante gedachten mee, waarvan ik er hier wel enkele wil delen. Zo is hij ervan overtuigd dat de toekomst onvermijdelijk een andere economisch model zal opleveren dat gebaseerd is op ‘peer to peer’ netwerken, ‘global commons’ en ‘solidarity economy’. Nogal gewichtig klinkende termen voor trends die nu al merkbaar zijn in de samenleving. Het delen van kennis, het zelf in handen nemen van productie, het door de gemeenschap laten controleren van gemeenschappelijke zaken enzovoort. Daarmee biedt zijn verhaal een breder kader voor de soms anekdotische acties op het terrein (zoals de stadslandbouw, deelgroepen en nieuwe coöperatieven).

Zijn punt was dat het echter ook nodig zal zijn om structurele economische veranderingen door te voeren. Want zolang de wetten en regels gebaseerd zijn op concurrentie, beschermen van intellectueel eigendom en winstcreatie blijven de nieuwe P2P (peer to peer) initiatieven het moeilijk hebben om door te breken. Michel is daar echter optimistisch over omdat de onmiskenbare opmars van P2P uiteindelijk mee deze structurele verandering kan veroorzaken.

Wie het verhaal wat uitgebreider wil doornemen kan hier een interview lezen op de Wereld Morgen. Ik ga nu in elk geval zijn boek lezen en hoop er later nog eens wat dieper op in te gaan.

Beste Geert Noels,


Beste Geert,

Op de kusttram vond ik gisteren een exemplaar van de Zondag, met daarin je interview met als titel ‘Politici erkennen het probleem niet’.  Ik heb het met veel interesse gelezen, net zoals ik jaren geleden je boek Econoshock heb doorgenomen. We hebben enkele keren met elkaar kunnen praten, en ik herinner me je oprechte bezorgdheid over de ecologische problemen en je eigen sobere levensstijl.

geertnoelsWat je analyse in het interview betreft kan ik je grotendeels volgen. Je stelt terecht dat er geen lessen zijn getrokken uit de financiële crisis, dat de problemen niet zijn aangepakt en er onvermijdelijk nieuwe schokken zullen komen. Ook je analyse dat de komende generaties het slachtoffer worden van onze hoge schuldenberg klopt, en wellicht onderschat je hier de gigantische ecologische rekening die dezelfde generaties ook zullen voorgeschoteld krijgen.  Je oproep voor solidariteit over de generaties kan ik alleen maar onderschrijven. Ik zou er wel graag solidariteit met huidige generaties in andere delen van de wereld aan toevoegen.

Alleen bij de mogelijke oplossingen die je formuleert heb ik een aantal vragen.  Je wil de manier waarop we onze solidariteit organiseren in vraag stellen, maar ik kan er niet uit opmaken of je voor meer of minder solidariteit wil gaan.  Je klaagt dat je als ‘technocraat’ niet ernstig wordt genomen, en dat de debatten zo politiek zijn geladen, dat feiten gekleurd worden weergegeven. “Wij, de technocraten, staan daar voor de show. Niemand luistert” al vind ik persoonlijk dat de media flink wat aandacht geven aan de mening van economen.

Maar, stel je op het einde, voor mij draait het alleen om de echte feiten. Dan vraag ik me natuurlijk af wat de echte feiten zijn. Want economie is geen exacte wetenschap en helemaal niet waardenvrij. Zijn de beurscijfers en de ratingbureau’s  ‘de waarheid’ waar we ons moeten naar schikken? Is het BNP de beste meetlat om te zien hoe we met onze samenleving evolueren? Worden groeicijfers nu al te niet veel als zaligmakend beschouwd? Of bedoel je met de waarheid de toenemende werkeloosheidscijfers (ondanks stijging van de beurs), de toename van het aantal mensen op of onder de armoede grens?  Of is de waarheid dat we de grens van de 2 graden opwarming niet meer kunnen vermijden?

Je stuk klaagt terecht een aantal zaken aan, maar is vaag over mogelijke oplossingen. Je wekt de indruk dat het beter zou zijn het te laten oplossen door technocraten. Daar heb ik wel wat moeite mee, want de vraag hoe we onze samenleving willen inrichten, hoe we de solidariteit organiseren is toch bij uitstek een maatschappelijke, een politieke vraag. Misschien is zelfs een omgekeerde beweging nodig, en moeten we een breed debat over economie opzetten in plaats van slaafs de IMF recepten te blijven volgen.

Je leest het Geert, ik ben een beetje in de war door je stuk. Wie weet kunnen we het daar ooit nog samen even over hebben. Mocht je ondertussen tijd vinden, dan zou ik in elk geval dit schitterende boek van Tomáš Sedláček aanraden.