wie gelooft die mensen toch?


Ik kan een brede glimlach toch niet onderdrukken als ik de nieuwe prognoses van het planbureau hoor verkondigen. Ja, deze denktank weet hoe de toekomst er zal uit ziet en voorspelt tot 2020 een jaarlijkse groei van 1,5 procent. Blijkbaar kunnen deze heren (ik ga er vanuit dat het vooral mannen zijn) perfect voorspellen hoe de olieprijzen zullen evolueren. Ze weten op een of andere manier dat er  geen conflicten of natuurrampen op komst zijn die de olieprijzen kunnen doen stijgen.

planbureauVerder heeft het planbureau er blijkbaar alle vertrouwen in dat we geen problemen zullen ondervinden met schaarse grondstoffen, dat we niet getroffen zullen worden door mogelijke gevolgen van klimaatverandering en dat ook het financiële systeem probleemloos zal blijven draaien. Dit orakel van Delphi gaat er om een of andere reden van uit dat het politiek klimaat stabiel zal zijn en noch Griekenland, noch migratiestromen, noch terrorisme de volgende vijf jaar onze groei zou kunnen beperken. Ik vermoed dat ze ook inside informatie hebben dat de klimaattop zal mislukken, want een bindend klimaatakkoord zou onze olie-afhankelijke industrie wel eens doen vertragen. En wellicht rekenen ze er ook op dat Uplace, Oosterweel en de verbreding van de Brusselse ring gewoon door zullen gaan, ondanks het feit dat geen enkel weldenkend mens daar nog het nut van inziet. Want dergelijke absurde projecten zijn wél goed voor het BNP natuurlijk.

Ze gaan er trouwens van uit dat we ook binnen vijf jaar nog steeds een hoop spullen en diensten zullen kopen die we niet nodig hebben. Dat we zullen blijven stemmen op partijen die zich hardnekkig vasthouden aan oude recepten en waanideeën over groei en consumptie. Dat we er geen probleem mee zullen hebben om de planeet verder op te souperen om nog enkele korte termijn procentpuntjes groei te realiseren. Wie is hier naïef eigenlijk?

Ach, ik zou zo graag eens op 12 mei 2020 met deze mensen samen zitten om te kijken in hoeverre hun voorspelling hebben stand gehouden. Kan iemand dat voor me regelen aub?

Acht vragen over groei


De voorbije dagen heb ik het vele malen gehoord van heel wat politici: “we moeten terug gaan voor groei, voor duurzame groei, voor economische groei.” Want, zo is de redenering, als er groei is dan kunnen we alle andere uitdagingen oplossen. Het valt met daarbij op dat journalisten niet de moeite te doen om door te vragen over wat er precies bedoeld wordt. Blijkbaar is iedereen akkoord met het uitgangspunt dat groei een goede zaak is. Daarom 8 vragen over groei, waarvan ik hoop dat de journalisten ze ook eens durven stellen.

1. Wat moet er groeien?
Het klassieke antwoord zal zijn; de economie, de consumptie, het aantal jobs, de productie, de winst en andere ‘harde’ indicatoren. Zou het ook eens over andere dingen mogen gaan? Groei van vertrouwen tussen mensen bijvoorbeeld, groei van levenskwaliteit, groei van tevredenheid of geluk?

2. Welke prijs betalen we voor groei?
De prijs voor de groei van de voorbije decennia is duidelijk: een ecologische voetafdruk die de draagkracht van de planeet overstijgt en een werkdruk die de draagkracht van veel mensen overstijgt. Is de groei dan echt zo belangrijk dat we die prijs willen betalen? Riskeren we de leefbaarheid van de planeet op middellange termijn voor korte termijn groei?

3. Zorgt groei echt voor meer herverdeling?
Je zou denken van wel, en in de jaren 50 – 70 was dit ook zo. Maar sinds de jaren tachtig blijkt dat de vruchten van de groei steeds ongelijker worden verdeeld. De groep superrijken krijgt het grootste deel van de winst, de groep aan de onderkant van de samenleving groeit. Een stelling die net nog bevestigd is door een onderzoek.

4. Hoeveel groei is eigenlijk er nodig?
Ik vermoed dat de meeste politici het liefst zo veel mogelijk zullen willen. Maar ooit vertelde Geert Noels me dat tijdens de gouden eeuw in de Nederlanden er een gemiddelde groei was van 0,2 tot 0,4 procent. Zouden we eens niet kunnen nadenken over een economisch model dat niet afhankelijk is van grote groeicijfers. Over beter nog een ‘steady state’ economie?

5. Hoe meten we groei?
Het zou ondertussen toch al duidelijk moeten zijn dat BNP een bijzonder slechte graadmeter is van groei. Want ook milieurampen, epidemieën of files doen ons BNP groeien. Er zijn al enkele alternatieven zoals de Human Development Index, of de Index of Sustainable Economic Welfare. Kunnen we dit niet inschakelen om te meten of we vooruitgaan?

6. Hoe kan groei op een eindige planeet?
Blijven meer consumeren en produceren op een eindige planeet met steeds meer mensen lijkt toch een beetje op een onmogelijke opdracht. Kan iemand is uitleggen hoe dit zou kunnen, rekening houden met een aantal simpele natuurkundige wetten.

7. Wat bedoel je met duurzaam?
Het nadeel van het woord ‘duurzaam’ is dat het in verschillende betekenissen kan gebruikt worden. Zo kan duurzame groei betekenen dat de groei altijd blijft duren. Of dat de groei duurzaam is (in evenwicht met sociale en ecologische grenzen). En dan zou het wel eens een contradictio in terminus is, dat het niet mogelijk is verder te groeien zonder nog meer ecologische en menselijke schade.

8. Weet ja wat exponentiële groei is?

Al wie pleit voor groei wil elk jaar groei, en dan gaat het over exponentiële groei. Een concept dat we wellicht niet voldoende begrijpen en daarom de oorzaak is van veel miserie. Deze slimme meneer legt het heel simpel uit;


hoeveel is genoeg?


hoeveelisgenoegEen van de betere boeken die ik recent heb gelezen is ‘Hoeveel is genoeg’ van Robert en Edward Skidelsky. Het boek gaat over de vraag “wat hebben we nodig om goed te leven” en maakt duidelijk dat het huidige model van competitie, concurrentie en groei een heilloze weg is die ons helemaal niet gelukkiger maakt.

De twee auteurs (vader en zoon), beginnen hun verhaal bij Keynes die in de jaren 30 voorspelde dat we binnen de eeuw – nu dus ongeveer – niet meer dan vijftien uur zouden moeten werken dankzij verdere productiviteitswinst én het bereikt hebben van alle essentiële behoeften. Wat Keynes niet had voorzien is dat we blijkbaar nooit genoeg hebben en dus maar blijven werken om overbodige spullen te kopen.

Volgens de Skidelsky’s heeft dit te maken met een trekje van de mens zelf (op zoek gaan naar status en bezit) dat echter door het kapitalistische model sterk is uitvergroot, waardoor alle andere waarden zowat naar de achtergrond zijn verdwenen. Het is een analyse die je meer en meer hoort, onder andere bij Sedlacek,  Achterhuis en Verhaeghe.

In het boek wordt redelijk kritisch geschreven over de klimaatactivisten die de grenzen aan de groei (en de CO2 uitstoot) aangrijpen om economische groei in vraag te stellen. Uiteindelijk stellen ze, moeten we niet kiezen voor genoeg omwille van een wetenschappelijke noodzaak, maar omwille van ethische redenen. Want stel dat er toch plots een manier gevonden wordt om CO2 makkelijk te verwijderen, zullen we dan weer door gaan met produceren en consumeren? Daarom pleiten ze voor het aanpassen van het typische ‘milieubewustzijn’ tot ‘goedlevenmilieubewustzijn’. Een handig woord is het niet, maar wel  een interessante denkpiste.

In het boek proberen ze ook aan te geven wat nu de ‘basisgoederen’ zijn die je nodig hebt om te kunnen spreken van een goed leven. De vertaling is een beetje ongelukkig, maar ik gebruik de termen uit het boek. Dit zijn ze:

  • gezondheid (niet alleen lichamelijk, maar ook vrij van stress en welvaartziektes)
  • geborgenheid (daarmee bedoelen ze vooral omschrijven als zinvol werk)
  • persoonlijkheid (vrijheid om bijvoorbeeld je eigen huis te bezitten)
  • harmonie met de natuur
  • vriendschap
  • echte vrije tijd

Je kan het evengoed met andere termen formuleren, maar wat zeker duidelijk is, je hebt geen grote ecologische voetafdruk nodig om goed te kunnen leven. Er zitten trouwens ook wat suggesties in over hoe de overheid de voorwaarden hiervoor zou kunnen voorzien. Een interessant boek om cadeau te doen aan collega’s of vrienden die blijven zweren bij materiële groei als enige manier om vooruit te komen.

mind the economy


De voorbije dagen was er Mind the book in Antwerpen, waar meerdere interessante auteurs aan het woord kwamen. Zelf ging ik luisteren naar Joris Luyendijk en Tomas Sedlacek over de ‘financiële crisis’, blog lezer Johan G was erbij toen Tim Jackson en Sedlacek het hadden over ‘welvaart zonder groei‘, je kan hier zijn verslagje lezen.

Sedlacek had het zondag onder ander over de middel-doel omkering die we overal zien. Het kopen op krediet was bedoeld om onze levensstandaard te verbeteren, maar nu zijn we slaaf geworden van het krediet. Het uitgangspunt was dat markt en democratie zouden zorgen voor groei, maar nu geloven we het omgekeerde. Dat er groei moet zijn om democratie en markt te laten functioneren. Of anders gesteld, het stoppen van de groei doet meteen stemmen opgaan om de democratie uit te hollen.Het feit dat er in Japan geen groei is zou ons blij moeten maken, iedereen heeft er namelijk al twee Ipods en twee auto’s, dus je zou kunnen zeggen dat men daar nu kan genieten van wat er is. Maar neen, het ontbreken van groei wordt meteen gezien als een groot probleem, en er wordt gesproken van een verloren decennium. We hebben van ons economisch paradigma een geloof gemaakt waarbij de analisten de nieuwe hogepriesters zijn.

sedlaceckuyendijkLuyendijk volgt al enkele jaren de financiële sector in London, en kent de hogepriesters door en door. Hij had toch wat verontrustende zaken te melden. Volgens hem is de Scientology sekte klein bier in vergelijking met de codes die er gelden in de financiële wereld. Zo is het bijvoorbeeld not done om in die kringen ethische vragen te stellen. Nog een weetje: jaarlijks wordt de hele voedselproductie 65 keer verhandeld op de financiële markten. Of hoe speculatie dus nu ook het hele voedselsysteem in haar greep heeft. Zijn suggestie was dat we moeten ophouden ons zelfvertrouwen en onze identiteit te laten afhangen van onze materiële welvaart. Er zijn zoveel andere zaken in het leven die veel belangrijker zijn.

Boeiende inzichten, al is zo’n gesprek van een uur wat kort om een samenhangend verhaal te vertellen. Wat ik bij zo’n sprekers wel zou wensen is dat ze in gesprek zouden gaan met een Ivan Van de Cloot of Paul De Grauwe. Economen die ons steeds weer doen geloven dat groei en concurrentie noodzakelijk zijn. Welke gesprek krijg je dan? Dat zou ik nog wel eens willen meemaken.

Er was flink wat volk, maar voor zover ik het kon zien waren er geen politici aanwezig (ook van de Groen top heb ik niemand gezien). Jammer, want het zijn dat soort denkbeelden die ons kunnen helpen de fundamentele vragen te stellen en uit het vastgeroeste denken te stappen.

wiskunde en het begrijpen van de wereld


In mijn stukje van gisteren schreef ik over de verwachte stijging van de olieprijs en wat een groei van 16 procent in 23 jaar eigenlijk wil zeggen. Wat aanleiding gaf tot een paar interessante reacties van Ward en  Renaat, met als conclusie dat  het om een groei van 0,65 % gaat per jaar gaat. In het interview van Anneleen Kenis waar ik maandag over schreef heeft ze het ook over de gevolgen van een economische groei van 3% per jaar, wat wil zeggen dat de economie verdubbelt om de 25 jaar. En dat is 4000 keer in drie eeuwen! Het lijkt me wel de moeite om even stil te staan bij het concept van de exponentiële groei.

Volgens Albert Bartlett (zie verder) is dat het grootste probleem van de mens, dat hij de exponentiële functie niet begrijpt. Het eenvoudigste lijkt me even het filmpje hierna te bekijken.

In zijn laatste reactie stelt Renaat trouwens het volgende: Ik hoop wel dat Steven meeneemt dat je bij exponentiële groei (dus een zich herhalende percentuele groei) nooit zomaar het eindpercentage mag delen door het aantal termijnen. Voor slecht rekenende politici hebben we immers als geschikte ministers ter beschikking   ;-).

Naar aanleiding daarvan heb ik het bestuursakkoord nog even bekeken en daar staat inderdaad een onnauwkeurigheid in. In punt 2.25 staat dat het voor gebruik van fossiele brandstoffen voor de stadsgebouwen wordt gemikt op een verminderen van 3% per jaar, dus 15% over de hele legislatuur. Als ik vertrek van 100, en er elke jaar 3 procent afdoe kom ik op 83,3 (dus – 16,7%).  Dat maakt de uitdaging nog wat groter dus.

stop de groei


Je mag de radio niet opzetten of de krant niet opendoen of daar zijn ze weer: we hebben groei nodig. Economen en politici struikelen over elkaar om te roepen dan we meer groei nodig hebben, meer competitiviteit, meer flexibiliteit.  Het kan aan mijn beperkte intelligentie liggen maar ik begrijp dit niet.

We zitten nu al jaren in een zware crisis die veroorzaakt wordt door steeds meer groei, er verschijnt wel elke week ergens een rapport met de rampzalige gevolgen die ons te wachten staan door de groei. En wat is de conclusie, we willen nog meer en harder groeien.  De problemen oplossen met de principes die de oorzaak van de problemen vormen. In het beste geval zegt iemand er bij dat de groei liefst ‘groen’ moet zijn of  ‘duurzaam’ of  ‘kwalitatief’.  Maar de groei zelf in vragen stellen is blijkbaar nog erger dan vloeken in de kerk.

Vergeet die groei. Het tijdperk van de onbeperkte groei is over. Hier en daar zullen er nog wel eens een paar groei-kwartalen zijn, maar de opgaande lijn van de voorbije 50-60 jaar is gewoon afgelopen.  Voor wie het nog eens in 300 seconden samengevat wil zien waarom kan dit even bekijken.

Als we al groei nodig hebben dan denk ik groei van:

  • veerkrachtige gemeenschappen
  • gezond verstand (namelijk verstand dat grenzen aanvaard)
  • systemen om te delen en hergebruiken
  • verbondenheid met elkaar en de natuur
  • biologische groenten
  • het aantal bewuste consumenten
  • protest tegen de groeidwang

 

boek van de maand


Het heeft absoluut een aantal voordelen als je een week hebt vol lezingen in het hele land en dus genoodzaakt bent nogal wat tijd te spenderen in treinen en bussen.  Zo heb ik onderweg van en naar Anderlecht, Leuven, Brasschaat, Brakel, Boechout en Dworp voldoende tijd gehad om een schitterend boek uit te lezen.

‘Einde aan de groei’ van Richard Heinberg is wat mij betreft een krachtige synthese van het vele denkwerk dat recent over ecologie, transitie, energie, klimaat en groei aan de gang is. Heinberg is een specialist wat betreft piek-olie en ligt mee aan de basis van het concept van de Transition Towns. Het is namelijk via een lezing van Heinberg dat Rob Hobkins op het idee kwam dat we ons moeten voorbereiden op het einde van een tijdperk.

De centrale these van het boek is eenvoudig: permanente economische groei kan niet meer. Met veel overtuigende voorbeelden toont Heinberg aan dat de huidige economische crisis niet op te lossen is met de klassieke methodes. Naast het eerder bekende verhaal van de limieten van hulpbronnen gaat hij tot in detail in op het financiële systeem. Het is niet steeds makkelijk om volgen, maar het boek geeft je inzicht in swaps, derivaten en andere fenomenen die het financieel systeem beheersen.  Heinberg neemt ook de tijd om de belangrijkste tegenargumenten tegen het einde van de groei te ontkrachten. Het substitutie idee (als een grondstof op is vervangen we die door een andere) en het efficiëntie idee (we kunnen toch meer doen met minder) zullen ontoereikend zijn om de uitdagingen van de schaal waar we nu voor staan op te lossen.

Redelijk beangstigend is het hoofdstuk waar hij beschrijft wat de risico’s zijn van het einde van het Chinese model, hoe we te maken kunnen krijgen met valuta-oorlogen en hoe de strijd tussen arm en rijk eruit zal zien in een eindige wereld. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is schetst hij dan nog een mogelijke bankroetscenario (waarbij hij volgens mij nog behoorlijk voorzichtig is). Zijn inschatting is dat we eerst tegen een financieel-monetaire muur zullen botsen en dan zullen moeten starten met het aanpakken van een pak gigantische ecologische problemen.

Maar net als  je denkt ‘alweer een boek om depressief van de worden’ komt het laatste hoofdstuk. Heinberg schets hierin welke oplossingen mogelijk zijn, en hij komt met zowel vernuftige monetaire voorstellen op de proppen als heel concrete alternatieven.  Hij laat zien dat er voor de meeste problemen al oplossingen in de schuif liggen, het is enkel een kwestie van ze nu toe te passen. Het zijn wel keuzes die impliceren dat we bereid moeten zijn om onze levensstijl en onderliggende structuren van onze maatschappij te veranderen.

De fundamentele omslag waar we voor staan zal er niet komen door eindeloos tijd te verliezen in discussies over wie schuldig is, en ook niet door te blijven proberen een onhoudbare levensstandaard te verlengen. Het enige wat telt zijn tastbare inspanningen van mensen die bijdragen tot de heelheid van de planeet in plaats van de aan de gang zijnde vernietiging.

Een boek als dit samenvatten of bespreken is meteen de rijke inhoud ervan te kort doen. Dus probeer het boek te pakken te krijgen, het is uitgegeven in de boeiende reeks van uitgeverij van Arkel. (ISBN 978 90 6224 507 9) Wie Heinberg zelf aan het woord wil horen kan hier alvast terecht:

V0grQGKaTYA